Als een schaduw in Zijn licht

Wie ben ik in vergelijking met alle mensen?
Ik ben maar een mens één van de velen.
En toch zegt God: Ik hou van jou!
Ik ben Zijn geliefde kind.
Zo klein als ik ben, zo groot is Hij.

Wie ben ik in vergelijking met de engelen en heiligen?
Klein ben ik en als een schaduw.
De engelen en heiligen: zo groot, zo licht…
zij omringen mij, bescherming
en zegen om mij heen.
Wie ben ik?
God roept mij en vraagt mij te gaan
op weg, maar niet alleen.
Wat een hulptroepen om mij heen!

Zie hier hoe de Schepper
zorg draagt voor mij, zijn schepsel!
Wie ben ik dat Hij zo om mij geeft?
Wie ben ik dat U, God, mij zo lief hebt?
Als een schaduw in Zijn licht mag ik leven.
Hoe groot kan klein zijn!

Bij Geestelijke oefeningen 2e, 58 van Ignatius van Loyola: ‘ Wat beteken ik in vergelijking met alle mensen? Wat betekenen alle mensen vergeleken met alle engelen en heiligen in het paradijs? Wat betekent al het geschapene in vergelijking met God? En ik alleen, wie ben ik dan wel?.’  (Ignatius van Loyola, Geestelijke oefeningen,  Averbode 2018)

Wie ben Ik voor jou?

Kruisbeeld kapel Zusters Franciscanessen St. Mauritz in Münster

Wie ben Ik?
Wie ben Ik voor jou?
Ben Ik een voorbeeld?
Ben Ik een stopwoord? Een vloek?
Ben Ik een man van 2000 jaar geleden?
Een inspirerend figuur of …
Wie ben Ik voor jou?
Wie ben Ik?

Een voorbeeld? Ja, maar méér dan dat!
Een stopwoord? Een vloek? Soms wel….
Een man van 2000 jaar geleden? Ja, maar méér van nu!
Een inspirerend figuur? Ja, maar méér toch dat dat.
Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God!
Op deze belijdenis van Petrus is Uw Kerk gebouwd.
Ik wil, als Petrus, getuigen: U bent de Christus!

Wie ben Ik?
Wie ben Ik voor jou?
U bent de Christus, mijn Redder.
U bent mijn Lief en mijn Heer.
U bent mijn Alles, mijn Leven,
meer dan ik kan zeggen bent U!
Ik dank U, mijn God
en laat mijn belijdenis doorklinken
in mijn doen en laten, in mijn leven van elke dag.
Amen.

Wie ben ik?

Wie ben ik? Met deze vraag begint een gedicht van Dietrich Bonhoeffer, welke hij in gevangenschap schreef. Hij beschrijft daarin hoe anderen hem zien en hoe hij daarin zichzelf niet echt herkend, Wat de mensen van buiten zien en wat hij zelf van binnen ervaart…. dat valt niet samen. Wie ben ik? De woorden van Bonhoeffer raken mij en laten mij stilstaan bij de vraag: wie ben ik?

Wie ben ik? En wie zeggen de mensen dat ik ben?
Ik krijg wel eens talenten terug en waar mijn leerpunten liggen…maar is dat wie ik ben?

Ik voel mij geroepen om als christen en als claris te leven en daarbij nieuwe nog onbekende wegen te gaan. En die ga ik dan ook, stap voor stap.
‘Je bent sterk en rustig, evenwichtig en gedreven.’
‘Hoe eenzaam en moeilijk het ook is, je lacht, bent opgewekt en straalt vertrouwen uit.’
En op zich klopt dat ook wel… maar is dat wie ik ben?

Ik weet dat er ook vragen zijn en twijfels, niet bij dát?, maar wel bij hoe en wat?
En dat ik het moe ben om niet te weten hoe en wat…
de onzekerheid, het nog niet weten, het knaagt aan mij en bezwaart mij.
De eenzaamheid, het niet verstaan worden door hen die mij zo lief zijn…
het maakt mij verdrietig en bij vlagen ook woedend… maar is dat wie ik ben?

Wat anderen van mij vinden en zeggen, is dat wie ik ben?
Wat ik van mijzelf weet en ervaar, is dat wie ik ben?

Bonhoeffer eindigt zijn gedicht met:

Wie ben ik? Ik ben de speelbal van mijn eenzaam vragen.
Wie ik ook ben, U kent mij
ik ben van U, mijn God.

Wie ben ik? Ik ben van U, mijn God
en dat maakt dat ik ben wie ik ben.
Ik ben van U, mijn God
en dat is niet in 1 te vangen…

En dat ik van U ben, maakt dat ik kan gaan. Dat ik de moed heb te gaan, ook daar waar mij de moed ontbreekt. Dat ik de kracht heb te gaan, ook daar waar mij de kracht ontbreekt. Dat ik de rust heb, ook waar de rust mij ontbreekt. Dat ik de zekerheid heb, ook waar deze mij ontbreekt.

Dat ik van U ben, maakt dat ik kan gaan, blij en opgewekt, ook waar ik verdrietig ben of boos. Dat ik kan gaan, blij en opgewekt, ook waar ik mij eenzaam voel of het even niet zie zitten.

Ik ben van U God
en dat is eigenlijk het enigste wat ik nodig heb
om gaande mijn weg, te worden wie ik ben.
Wie ik ook ben, U kent mij
ik ben van U, mijn God.