Leer van de kinderen en zuigelingen

Vanmorgen lazen we in onze ochtenddienst psalm 8. Mijn medezuster Hanneke vestigde later de aandacht op het derde vers: ‘met de stemmen van kinderen en zuigelingen bouwt U een macht op tegen uw vijanden om hun wraak en verzet te breken.’

De psalm bezingt de schepping en door de schepping heen de Schepper. Aan de mens is de zorg voor de schepping toevertrouwd en dat hebben we niet altijd even goed gedaan. De klimaat en milieu crisis vraagt dat wij omkeren en goede rentmeesters worden van de schepping.

In psalm 8 worden de kinderen en zuigelingen ons ten voorbeeld gesteld. Kijk naar de tederheid waarmee kinderen en zuigelingen de schepping benaderen, de zachtheid en de verwondering waarmee zij een mier in het bos bekijken, of een klein groen sprietje dat uit de aarde ontluikt.

Goed rentmeesterschap, zorg voor de schepping, begint met tedere verwondering, een openheid en verwondering die ons niet boven, maar midden in de schepping plaatst en ons tot broeders en zusters maakt van alle schepselen.

Vrede en alle goeds!

Het is nooit te laat om de overstap te maken!

Lc. 16, 1-3; Gé Albers

Het evangelie van de onrechtvaardige rentmeester die geprezen wordt om zijn slimheid (Lc. 16, 1-13), roept bij mij altijd wat weerstand op, dat kan toch niet waar zijn?

Een commentaar van Door Brouns-Wewerinke (Tijdschrift voor Verkondiging 2013-5, p. 237) maakt het wat helderder. Zij schrijft over de praktijk van de schuldbewijzen in de tijd van Jezus: De mensen in het evangelieverhaal hebben schuld in tarwe en olie. Dat is de situatie van talloze kleine boertjes en pachters ten tijde van Jezus. Ze dreigen aan de grond te raken, lopen kans hun stukje land kwijt te raken en moeten gaan lenen. Daar begint het probleem. Volgens de Thora mag je onderling geen rente heffen. Je leent iets en dat geleende betaal je in termijnen weer terug, maar zonder rente. In een tijd van ruilhandel en zonder inflatie wordt rente als iets oneigenlijks gezien. Maar hebzucht maakt slim. Er was een manier bedacht om de rentebepaling uit de Thora te omzeilen door middel van het schuldcontract. Wanneer je 50 vaten olie nodig had, moest je soms een contract tekenen waarin je vastlegde dat je 100 vaten had geleend en terug zou betalen. Een winst van 100% zonder dat er rente werd geheven. Door deze woekerwinsten raakte de boerenbevolking steeds meer aan de grond. De rentmeester was de administrator en beheerder van dit onrechtvaardige systeem.

En nu dreigt de rentmeester zelf aan de grond te geraken. Hij scheldt de tegen de bepalingen van de Thora geschreven rente, die geen rente mocht heten, kwijt.  Hij corrigeert de schuldbrieven tot de schulden die de pachters werkelijk waren aangegaan. De rentmeester van het onrecht ontpopt zich tot een bevrijder uit de schuldenlast.

Jezus zijn woorden krijgen een toespitsing in de keuze tussen God dienen en de mammon dienen. Een tussenweg is er niet. Wat is God dienen in dit verband? Het is gerechtigheid beoefenen, tegen de stroom in.

De rentmeester heeft een bekering doorgemaakt en is overgestoken van de wereld van de rijken, de wereld van mammon naar de wereld van de armen, de wereld van God. Voor zo’n overstap is het nooit te laat!

Maar wat zeggen deze woorden nu aan ons anno 2013? Kunnen wij, u en ik, ons spiegelen aan deze rentmeester? Ik denk het wel. Ook wij zijn ten diepste rentmeesters, wij hebben ons leven, de schepping en al wat er is, gekregen om te gebruiken. Hoe gaan wij hiermee om? Als we eerlijk delen is er voor iedereen genoeg. Vanuit angst of vanuit hebzucht nemen we vaak meer dan nodig is, zelfs meer dan de schepping aan kan. De gevolgen hiervan worden langzaamaan zichtbaar. Welke keuze maak ik hierin? We kunnen ons op de weg van de navolging niet verschuilen achter het collectief. Ieder wordt persoonlijk geroepen de weg van de navolging te gaan. In het gaan van de weg ontstaat de gemeenschap van hen die voor deze weg gekozen hebben.

Het verhaal van de onrechtvaardige rentmeester maakt duidelijk dat er geen tussenweg is; God of Mammon? Het verhaal maakt ook duidelijk dat het nooit te laat is om de overstap te maken en te kiezen voor het dienen van God door de weg van de navolging te gaan.

Tot lof van God en tot zegen van zijn schepping.