Maria ontmoet haar nicht Elisabeth

Magnificat (2002); Zr. Marianne

Vandaag, 31 mei, sluiten we de meimaand als Mariamaand met het Feest van  Maria visitatie, het bezoek van Maria aan Elisabeth. De ontmoeting van Maria met haar nicht Elisabeth, een ontmoeting tussen twee zwangere vrouwen is ook een ontmoeting tussen Johannes en Jezus, beiden nog in de schoot van hun moeder. Deze ontmoeting doet Maria haar hart zingen van vreugde, om de grote dingen van God, wat Hij in haar leven gedaan heeft. Maria is innerlijk geraakt en de vreugde stroomt van blijdschap uit haar hart. God heeft haar in haar kleinheid gezien en dat heeft zij als een grote kracht ervaren, als een vreugdevolle en opwekkende kracht. Het is de ervaring van Gods liefde, Gods tederheid, als levenskracht. De macht van het kwetsbare, de macht van de zachte krachten die het in onze wereld zo vaak moet afleggen tegen de macht van het gewelddadige. En toch…

In het evangelie zingt Maria haar loflied, haar magnificat:

Nu weet mijn hart hoe groot Hij is, de Heer; mijn vreugde zing ik uit: God is mijn Redder.
Op mijn klein leven heeft Hij neergezien, op mij, niets dan zijn dienstmaagd.
Van deze dag af zullen eeuw na eeuw de mensen van mijn groot geluk gewagen.
Hij heeft met mij gehandeld naar zijn grootheid, de Machtige, geheiligd zij zijn Naam.
En elk geslacht zal zijn barmhartigheid ervaren, wanneer de mens eerbiedig naar Hem opziet.
Hij laat het ongelooflijke gebeuren, de zelfverheffing slaat Hij met paniek;
gestoten van hun troon worden de machtigen, wie niets was, wordt verhoogd.
Die hongert, geeft Hij van zijn overvloed, bezitters gaan naar huis met lege handen.
Hij trekt het lot zich aan van Israël, zijn knecht, barmhartigheid bewijzend, altijd weer
zijn woord aan onze vaderen getrouw voor Abraham en wie bij hem behoren.

Eer zij de heerlijkheid Gods: Vader, Zoon en heilige Geest.
Zo was het in den beginne, zo zij het thans en voor immer; tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Dit lied van Maria zingen wij dagelijks in de vespers. Het is een gebed die in mij de hoop levend houdt dat dat Rijk van God er toch zal komen, dat Rijk van vrede en gerechtigheid, dat Rijk waarin de kleinste niet onder doet voor de grootste. Dit gebed bidden vraagt om geloof en tegelijkertijd schenkt het mij ook geloof. Dit gebed dagelijks bidden maakt ook dat ik niet stil kan blijven zitten. Dat Rijk van God vraagt om beweging, dat wij het gaan doen, zoals Hij het ons heeft voorgedaan: ons leven breken en delen met elkaar. Lichtbrenger, vredebrenger zijn daar waar het donker is. Op deze dag dank ik Maria bijzonder voor haar voorbeeld en mag ik van haar leren mij steeds meer toe te vertrouwen aan God en te doen wat Hij van mij vraagt. Als Maria mogen ook wij ons geroepen weten om Gods kind te baren in de wereld van vandaag en zo Kerk te zijn. Dat dit met schade en schande geleerd wordt, ja, dat weten we… we hoeven maar naar onze geschiedenis te kijken. Franciscus van Assisi zijn aan het eind van ziijn leven niet voor niets ‘laten we opnieuw beginnen want het lijkt nergens op’. We zijn en blijven een Kerk van mensen, maar het komt goed; God zal ons leven voltooien daarop vertrouw ik! En ondertussen maar stilletjes voortgaan op die vierkante meter die God aan mij heeft toevetrouwd.

Tot lof van God.