Bemin je vijanden

Het evangelie van vandaag (Lucas 6, 27-38) is een stevige onderrichting.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Tot u die naar Mij luistert zeg Ik: Bemint uw vijanden, doet wel aan die u haten,
zegent hen die u vervloeken en bidt voor hen die u mishandelen.

Het onderricht dat de leerlingen vandaag van Jezus krijgen liegt er niet om. Zijn woorden zijn gericht aan ‘ die naar Mij luistert’ , en vandaag zijn wij dat. Hoe ga ik om met mensen die mij niet liggen, mensen die in mijn allergie zitten? Ik probeer ze te mijden, en als dat niet lukt ze te negeren. De weg die Jezus wijst werkt volgens mij twee kanten op. Het roept mij op om over mijn afkeer, mijn allergie voor iemand heen te stappen en de ander toe te laten en met nieuwe ogen te bezien. Met een moeilijk woord noemen we dat: respecteren. Dit zal de ander op zijn of haar beurt ook oproepen om anders te kijken. Die twee bewegingen versterken elkaar en brengen samen in plaats van dat ze uit elkaar drijven.

Als iemand u op de ene wang slaat, keert hem ook de andere toe; en als iemand uw bovenkleed van u afneemt, belet hem niet ook uw onderkleed te nemen.
Geeft aan ieder die u iets vraagt, en als iemand wegneemt wat u toebehoort, eist het niet terug.

Jezus vraagt ons daarin heel ver te gaan. Hoe moeilijk is het om niet terug te slaan? Toch is dat de enigste manier om de spiraal van onvrede en onrecht te doorbreken. Moeten we dan maar doetjes zijn, die alles over zich heen laten komen? Zeker niet, we moeten dat als stevige mensen doen die met liefde voor de zondaar, de zonde afwijzen, juist door die andere wang toe te keren en niet mee te gaan in die zonde.

Zoals gij wilt dat de mensen u behandelen, moet gij het hun doen.

Dat is iets wat we allemaal kunnen beamen. Maar binnen de context van het hele onderricht van Jezus, wordt gevraagd dat ook te doen wanneer de mensen jou niet zo behandelen.

Als gij bemint wie u beminnen wat voor recht op dank hebt ge dan? Ook de zondaars beminnen wie hen liefhebben.
Als gij weldoet aan wie u weldaden bewijzen, wat voor recht op dank hebt ge dan? Dat doen de zondaars ook.
Als gij leent aan hen van wie ge hoopt terug te krijgen, wat voor recht op dank hebt ge dan? Ook de zondaars lenen aan zondaars met de bedoeling evenveel terug te krijgen.

De weg van de navolging van Jezus vraagt dat wij goed doen om goed te doen, los van de vraag wat wij daar zelf voor terug ontvangen. Dat vraagt dat we arme landen ontwikkelingshulp geven, zonder dat ze daar iets voor terug hoeven doen of zonder terugbetalingsregeling. Maar dat vraagt ook in ons eigen leven dat we iemand die iets nodig heeft dat gewoon geven of dat we iets voor een ander doen zonder daarvoor iets terug te verwachten. Bij je vrienden is dat geen probleem, maar bij de mensen die je niet zo graag ziet…

Neen, bemint uw vijanden, doet goed en leent uit zonder er op te rekenen iets terug te krijgen. Dan zal uw loon groot zijn, dan zult ge kinderen zijn van de Allerhoog­ste, die immers ook goed is voor de ondankba­ren en slechten.

De weg die Jezus ons wijst, de weg die Hij zelf gegaan is, is helder. Het is geen eenvoudige weg, en het is niet verboden om te struikelen en te vallen, als we hem maar gaan. Met andere woorden:

Weest barmhartig, zoals uw Vader barmhar­tig is.
Oordeelt niet, dan zult ge niet geoordeeld worden; veroordeelt niet, dat zult ge niet veroordeeld worden; spreekt vrij en ge zult vrijgesproken worden. Geeft, en u zal gegeven worden; een goede, gestamp­te, geschudde en overlopende maat zal men u in de schoot storten. De maat die gij gebruikt, zal men ook voor u gebruiken.’

God, geef ons barmhartig te zijn, zoals U barmhartig bent voor ons. En geef dat wij ruimhartig zijn in onze liefde voor anderen, zoals ook U ruimhartig bent in uw liefde voor ons. Zo vragen wij U, door Jezus Christus, onze Heer en Leraar. Amen.

Een levengevende ontmoeting

Het evangelie van Johannes (8, 1-11) laat ons vandaag de ontmoeting zien tussen Jezus en een vrouw die op overspel is betrapt. Jezus is in de tempel aan het onderrichten als de schriftgeleerden en Farizeeën hem een vrouw brengen: zij is op heterdaad betrapt bij het bedrijven van overspel. ‘De wet van Mozes schrijft ons voor haar te stenigen. Wat zegt u daarvan?’ Ze willen Jezus strikken. De Romeinse wet verbiedt het om de vrouw te doden en de wet van Mozes schrijft dit voor. Jezus opent een derde weg, een weg die tot leven wekt.

Jezus buigt zich voorover en schrijft met mijn zijn vingers in het zand, in het stof, en zwijgt. Dan richt hij zich op en zegt: ‘Laat degene die zonder zonden is, het eerst een steen op haar werpen.’ En weer buigt hij zich voorover en schrijft in het zand. Jezus zijn vraag draait de rollen om: de aanklagers worden beklaagden en dan zien zij in dat geen mens zonder zonden is. Hij kijkt niet, Jezus geeft de gezagdragers de ruimte om zonder gezichtsverlies weg te gaan. En ze druipen af, de oudsten als eerste.

Jezus blijft alleen over met de vrouw. ‘Heeft niemand u veroordeeld?’ ‘Niemand, Heer.’ En Jezus zegt: ‘Ook ik veroordeel u niet; ga heen en zondig van nu af niet meer.’ Jezus zegt niet dat het goed is wat de vrouw heeft gedaan, maar hij is barmhartig, hij vergeeft en geeft haar een nieuwe kans. Zo krijgt de vrouw in deze ontmoeting met Jezus het leven terug. Jezus wijst ons de liefde als weg ten leven. Een hard genadeloos oordeel is dodelijk. Een liefdevol oordeel geeft nieuwe levenskansen. Jezus blijft niet hangen in het zondige verleden van de vrouw maar geeft toekomst.

Deze ontmoeting raakt ook mij. Ik wordt niet genadeloos afgerekend op mijn fouten en tekorten. Ik mag mij toevertrouwen aan de barmhartigheid, aan de liefde van God. En ik mag proberen om zelf, in navolging van Jezus, deze liefde te zijn en daar waar liefdesloosheid en hardheid heerst zachtheid, tedere liefde te zijn. Dat is geen gemakkelijke opdracht omdat het vraagt dat ik mij bloot geef, dat ik mijn kwetsbaarheid laat zien en mijn hart niet verhard. Daarmee ben je voor anderen soms een aanstootgevend iemand of juist een softe sukkel die niet serieus genomen wordt. Dan kom je in de verleiding om mee te gaan in de verharding uit angst of hoogmoed, want je hebt je leven lief en wie wil er doorgaan voor een softe sukkel? En toch… Jezus is ons voorgegaan. Ben ik als knecht meer waard dan mijn meester? Hem navolgen vraagt dat ik mij helemaal geef om tedere liefde te zijn daar waar hardheid en liefdeloosheid het leven bedreigen. Ik hoef het gelukkig niet alleen te doen, samen met mijn broeders en zusters (in de brede betekenis van het woord) mag ik deze weg gaan. Gaat u mee?

Over liefhebben en je naaste

Barmhartige Samaritaan; Gé Albers

Het verhaal van de barmhartige Samaritaan vind ik persoonlijk een van de mooiste meesterwerken van de evangelist Lucas.

Er kwam een wetgeleerde die hem op de proef wilde stellen. Hij vroeg: ‘Meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ Jezus antwoordde: ‘Wat staat er in de wet geschreven? Wat leest u daar?’ De wetgeleerde antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.’ ‘U hebt juist geantwoord,’ zei Jezus tegen hem. ‘Doe dat en u zult leven.’ Maar de wetgeleerde wilde zich rechtvaardigen en vroeg aan Jezus: ‘Wie is mijn naaste?’ Toen vertelde Jezus hem het volgende: ‘Er was eens iemand die van Jeruzalem naar Jericho reisde en onderweg werd overvallen door rovers, die hem zijn kleren uittrokken, hem mishandelden en hem daarna halfdood achterlieten. Toevallig kwam er een priester langs, maar toen hij het slachtoffer zag liggen, liep hij met een boog om hem heen. Er kwam ook een Leviet langs, maar bij het zien van het slachtoffer liep ook hij met een boog om hem heen. Een Samaritaan echter, die op reis was, kreeg medelijden toen hij hem zag liggen. Hij ging naar de gewonde man toe, goot olie en wijn over zijn wonden en verbond ze. Hij zette hem op zijn eigen rijdier en bracht hem naar een logement, waar hij voor hem zorgde. De volgende morgen gaf hij twee denarie aan de eigenaar en zei: “Zorg voor hem, en als u meer kosten moet maken, zal ik u die op mijn terugreis vergoeden.” Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?’ De wetgeleerde zei: ‘De man die medelijden met hem heeft getoond.’ Toen zei Jezus tegen hem: ‘Doet u dan voortaan net zo.’ (NBV Lucas 10, 25-37)

In dit verhaal schildert Lucas ons wat het leven volgens de Tora en het leven in navolging van Jezus van ons vraagt:   ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.’ Voorop staat het liefhebben van God. De zuivere liefde voor de naaste komt voort uit onze liefde voor God. Wij beminnen God in elkaar. Deze gedachte heb ik geleerd van de heilige Augustinus. Als ik deze gedachte laat binnenkomen dan raak ik ontroert, kan het niet zo goed omschrijven, het is niet te vatten en toch zo waar: God in de ander, in mijn naaste zien, ervaren en liefhebben, God eren in elkaar.
Bij Lucas staat er achter het liefhebben van God: en uw naaste als uzelf. Ik zie daarin dat het goed en zelfs nodig is om van jezelf te houden. Deze liefde komt, als ze zuiver is, voort uit de liefde voor God. Daarnaast weet ik mij ook geliefd door God. En ik weet mij geliefd door mensen. De liefde voor jezelf is iets dat ín de liefde voor en van God is opgenomen. Alle liefde komt uiteindelijk voort uit God, de Levende Liefde in eigen Persoon.

Het verhaal van de barmhartige samaritaan laat ons voelen wat dit in de praktijk betekent: de liefde moet worden gedaan! De priester en de Leviet lopen met een boog om de gewonde man heen, bang om door bloed of door de dood te worden aangeraakt en daardoor onrein te worden, onwaardig om de liturgie te vieren en de tempeldienst te verrichten. Die Samaritaan kreeg medelijden, hij liet zijn hart raken door de man en de liefde bracht hem tot handelen.

Bij de Leviet en de priester was het waarschijnlijk de angst om onrein te worden, maar zijn er niet altijd argumenten te vinden om toch maar door te gaan en te denken: laat de volgende het maar doen, die heeft misschien … (vul maar in: geen belangrijke afspraak, meer verstand van EHBO, …)? Jezus leert ons vandaag dat wij God moeten liefhebben door elkaar lief te hebben en barmhartigheid te tonen jegens elkander – en daarbij sluit Hij niemand uit: alle mensen, ook de niet gelovigen zijn onze naasten!

Tot lof van God.