Clara spoort mij aan

Vandaag heb ik mij laten aansporen door de woorden van de heilige Clara in haar geestelijke Testament. Het Testament opent in de naam van de Heer en sluit af met de wens dat er door de zusters naar deze woorden geleefd zal worden. Het Testament tussen opening en afsluiting, gaat over de ontvangen roeping en zending van de zusters. Deze staan in het teken van de navolging van Christus, het evangelische leven waarin broeder Franciscus een groot voorbeeld is. En Clara spitst dit leefmodel toe op de onderhouding van de heilige armoede.

Clara omschrijft de zending van de zusters als: Model, spiegel en voorbeeld zijn voor anderen en voor elkaar. Dat evangelische leven in armoede moet dus zichtbaar worden in ons concrete leven. Hoe anders zouden wij tot model, tot voorbeeld en spiegel kunnen zijn? Clara spoort mij aan die weg te gaan. Maar hoe doe ik dat in deze tijd en op de concrete plek waar ik leef? Om te beginnen doe ik dat met vallen en opstaan! Een leven in eenvoud is bepaald niet eenvoudig, en een leven in armoede is verre van eenvoudig. In het clarissenklooster was het vooral het niet hebben van een eigen rekening en het moeten vragen van wat ik nodig had. Na mijn uittrede heb ik eigenlijk pas echt ervaren wat het is om arm te leven, en voor je levensonderhoud afhankelijk te zijn van anderen. Ik kan ondertussen in mijn eigen levensonderhoud voorzien en het daarin niet meer afhankelijk zijn van familie en vrienden ervaar ik als een groot goed. Tegelijkertijd wil ik als zuster van de Feminae Pacis en Dochter van Clara niet meer hebben dan dat ik nodig heb en niet luxer leven dan iemand met een minimum inkomen. Dat laatste is best een opgave en lukt mij vaker niet dan wel. En ik realiseer mij ook dat ik een financiéle reserve hebt, die iemand met een bijstandsuitkering niet heeft. Ik realiseer mij ook dat die reserve mij de ruimte geeft om naast mijn werk ook tijd voor God te hebben en tijd voor mensen die hulp nodig hebben. Het blijft dus lastig dat leven in armoede!

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is clara-12_met-kruis-sd.jpg

Clara spreekt doorgaans over heilige armoede, of de armoede van Christus. Het is een armoede die verwijst naar Jezus, naar de weg van de navolging van Christus. De heilige armoede roept op tot een leven waarin we de arme en minste mensen in de ogen kunnen zien en waarin ons werken en leven gericht zijn op de medemensen die aan de onderkant van onze samenleving staan, soms zelfs daarbuiten. Clara spoort mij aan om deze mensen te zien en te ondersteunen waar ik dat kan, op de concrete plek waar ik leef. Alleen zo kan het dat je voor mensen een spiegel bent. Alleen zo kan het dat mensen in en door jou iets van God zien.

Hanneke en ik wonen nu enkele jaren in Delft als Feminae Pacis. In onze contacten met de buurt staat God in ons spreken niet voorop. En toch vragen ze regelmatig: zijn jullie van de kerk of zo? Mensen durven ons aan te spreken en dan komen soms heel waardevolle dingen ter sprake en kunnen we laagdrempelig van waarde zijn. Deze laagdrempeligheid vraagt dat we ons niet boven de ander verheffen. Ik vermoed zomaar dat die levensvorm van de heilige armoede daar voor nodig is. Het begin is er en ik dank de heilige Clara die in haar Testament ook voor mij bidt: dat de Heer zelf, die het goede begin heeft gegeven, de groei zal geven en ook de uiteindelijke volharding. Amen.

Pax

Pax (2014); zr. Marianne

Deze middag hebben we met het Clara-weekend mandala’s getekend naar aanleiding van een gedeelte uit de 4e brief van Clara aan Agnes. In het tekenen werd mij duidelijk hoe de heilige Armoede bij Clara een weg is om te gaan, de weg van de concrete navolging van Christus, van Hem die in een kribbe is gelegd, die arm en nederig heeft geleefd en die arm en naakt op het kruishout is gestorven. Wij mogen ons spiegelen aan het leven van Jezus van zijn geboorte tot aan zijn dood en verrijzenis.

Onder het tekenen kwam die mooie slotzin uit de lofzang van Zacharias in mij boven: om onze voeten te richten op de weg naar vrede – daar is het waar de weg van de heilige Armoede, de weg van de navolging van Christus ons toe voert.

Hem achterna, Die God die mens geworden is;
de armoede van Hem die in een kribbe is gelegd;
o, verbijsterende armoede.
Een leven: Hem achterna!
Mijn leven: Hem achterna!
Een weg naar vrede;
Hem achterna, Die God die mens geworden is.

Tot lof van God. Vrede en alle goeds!

Heer, leer ons bidden!

Magnificat; zr. Marianne (2001)

Heer, geef ons meer geloof!, zo klonk het zondag uit de mond van de leerlingen. Vandaag horen we ze zeggen: ‘Heer, leer ons bidden! Mij raakt de vragende houding van de leerling. Ik herken er ook mijzelf in. Geraakt door het evangelie wil je Jezus achterna, je inzetten voor kerk en wereld op de plek waar je leeft. Maar die inzet volhouden gaat doorgaans je eigen krachten te boven. Je hebt daarbij de kracht van God, de Heilige Geest, nodig.  In het bidden maak je het stil, je schept ruimte voor de Geest – dat Hij zijn werk in jou kan doen. De Geest verkwikt, geneest, geeft moed en wijst de weg. Zo zet Hij ons op de weg van : Uw Naam, Uw Rijk, Uw wil, Heer!

Heer, geef ons meer geloof!
Heer, leer ons bidden!
Ons bidden is: onmacht belijden: we kunnen het niet zelf, Heer! We staan als arme mensen voor God.
Maar de Heer laat ons niet met lege handen staan. Daar waar wij met open en lege handen naar Hem toekomen, laat Hij ons niet met lege handen staan. Het antwoord van God is niet altijd (meestal niet) wat wij verwachten of hopen, maar we kunnen er doorgaans wel mee verder. Leeftocht voor onderweg, Zijn eigen Geest schenkt Hij ons waar wij het Hem vragen, als Helper en Bijstand, Trooster en Genezer, als Kracht en Inspiratie. Zo rijk kan de armoede zijn!

Tot lof van God en tot zegen van zijn mensen!

Kleine Anne: rijk bij God!

Schatten vergaren voor jezelf of rijk zijn bij God? Deze keuze wordt ons vandaag in het evangelie voorgehouden. Ik vind het een vraag van onze tijd. Streef ik een alsmaar groeiende winst na of een samenleving waarin iedereen heeft wat nodig is? Ons hele denken, ja ook het mijne, is economisch – dat is ons met de paplepel ingegoten. Ik hoorde vorige week een verhaal dat indruk maakte. Een oma was met twee kleindochters een dagje uit geweest. Ze waren onder andere wezen winkelen. Ieder had € 25,= gekregen om iets te kopen. Op een bepaald moment vroeg  Rinette: ‘Welke maat heb jij eigenlijk, Anne?’ Waarop Anne zei: ‘Dat weet ik niet, ik heb nog nooit iets nieuws gehad.’ Oma en Rinette waren er stil van. Anne heeft nog een paar broertjes en haar moeder moet van een minimuminkomen rondkomen. Ik ken het gezin en heb er veel waardering voor. Je hoort de kinderen ook nooit klagen, ze zien dat moeder haar best doet en dat ze alles krijgen wat nodig is, het zijn tevreden kinderen. Rinette zei nadat ze het gehoorde verwerkt had: ‘Nou, Anne, dat vind ik heel knap…. knap dat je daar nooit over zeurt!’ ‘Ja, zei, oma, dat vind ook ik heel knap.’ En Anne keek ze aan alsof ze het gewoon vond. Door gericht te zijn op het ‘vergaren van schatten’ zie je niet meer wat echt belangrijk is. Die kleine Anne heeft dat gezien en op haar wijze doorgegeven. Dank lieve Anne, het is een onbetaalbare Schat!

Iemand… zoals jij en ik

De weg van de navolging

Iemand, zoals jij en ik, kwam aanlopen. Hij liep naar Jezus toe, knielde en vroeg: ‘Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?’
Jezus reageert wat nukkig: ‘Waarom noem je Mij goed? Niemand is goed dan God alleen. Je kent de geboden: gij zult niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen, niet vals getuigen, niemand te kort doen en je ouders eren.’
‘Dat alles heb ik, van mijn jeugd af, onderhouden.’ Toen keek Jezus hem liefdevol aan en zei: ‘Eén ding ontbreekt je. Ga verkopen wat je bezit en geef het aan de armen, daarmee zul je een schat bezitten in de hemel, en kom dan terug om Mij te volgen.’ Daarop gaat de man ontdaan heen; hij had veel goederen. Hoe moeilijk is het voor een rijke om in het Koninkrijk Gods te komen! Toch voor God is alles mogelijk.

Het bovenstaande is een vrije vertelling van het begin van het evangelievarhaal (Mc. 10, 17-30) dat wij vanmorgen hebben gehoord. Ik voel mij verwant met die iemand. Het is een trouwe jood die de Tora kent en er naar leeft. Toch is het niet voldoende. Jezus vraagt van zijn leerlingen dat zij alles opgeven om Hem te volgen. Niet alleen de geboden volgen en handelen naar de Tora maar je hele leven in Gods hand leggen – niet vertrouwen op aardse goederen maar op God alleen. Het doet mij denken aan Franciscus en Clara van Assisi. Franciscus schrijft in een van zijn lofzangen: ‘God is mijn Rijkdom en dat is mij genoeg.’ Ik kan het, zo moet ik eerlijk bekennen, Franciscus nog niet nazeggen. Ik heb bij mijn intreden bij de Clarissen en na mijn eeuwige professie wel afstand gedaan van alles, maar ik merk dat er in de loop der tijden toch weer dingen aangroeien. En hoe moeilijk is het om mijn eigen wil los te laten… Nee, hoe braaf ik ook ben, ik ben er nog niet.

Het verhaal gaat verder. Petrus neemt het woord en zegt: ‘Zie, wij hebben alles prijsgegeven om U te volgen.’ Jezus antwoordt: ‘Voorwaar, Ik zeg je: er is niemand die huis, broers, zusters, moeder, vader, kinderen of akkers om Mij en om de Blijde Boodschap heeft prijsgegeven, of hij ontvangt nu het hondervoud aan huizen, broers, zusters, moeders, kinderen en akkers, zij het ook gepaard met vervolgingen, en in de toekomstige wereld het eeuwige leven.’

Dit stukje is in het verleden nog wel eens misbruikt om de armen stil te houden met de belofte van later in de hemel zal het goed komen. Er staat echter dat reeds nu het hondervoud aan … wordt ontvangen. Bij de bijbelbezinning vertaalde iemand deze honderd huizen, broers etc met gemeenschap, broeder- en zusterschap. Past wel mooi bij Clara en Franciscus! Wat mij in het antwoord van Jezus raakt is dat de navolging zulke rijke gaven brengt. Natuurlijk zijn er ook de vervolgingen, maar benadrukt wordt vooral de grote rijkdom die de keuze voor God je brengt.

Er staat niet of die iemand uit het evangelie is teruggekomen. Mooi dat dit open blijft. Zo mag ik mijzelf in die iemand verplaatsen en mijn eigen weg gaan. Vers 31 spreekt over vele laatsten die eersten en eersten die laatsten zullen zijn. Vind ik wel mooi om in de lezing mee te nemen. We komen er wel!

Vandaag heeft dit evangelie in mij doorgewerkt. Het lied Dama probe van Jesed komt iedere keer in mij boven. De arme vrouwe Clara gaat mij voor!
Ik deelde het lied al eens eerder. Blijft mooi! Zo ook de vertaling die een aardig iemand mij zomaar toestuurde.

Nederige (arme) Vrouwe, je bent zuster, echtgenote en moeder van Jezus.
Gedweeë Vrouwe, trouwe (gelovige) maagd, gehoorzaam en maagdelijk, je verlangde te trouwen met de Koning der koningen en Heer, en je te tooien met de kleinoden van Zijn liefde.
Mooi gemaakt door de deugden en rijke gaven, ontbreekt je geen rijkdom meer dan die welke de liefde je geeft.

Hij, geboren in een kribbe, stervend aan een kruis, kleedde zich in armoede om ons rijkdommen te geven.
Dáárom zul jij, nederige Vrouwe, in leven en dood, in ziekte en gezondheid, jouw Heer volgen.

De armoede is je kroon en het habijt is je koninklijke mantel.
Je gaat je geliefde achterna, vanaf de kribbe tot aan het kruis.

Jezus heeft je aan zich gebonden in de huwelijksverbintenis, en jij volgt jouw geliefde, gekleed in habijt.
Hij heeft je de sterren en de maan als halsketting geschonken, en de zon zelf als trouwring.

Scheiding: het Beeld van God gebroken

Jezus, vriend van kinderen
Beate Heinen

Het evangelie van vandaag uit Marcus 10 (2-16) houdt ons twee verhalen voor. In het eerste verhaal gaat het over … ja, waar gaat het eigenlijk over?
In de diverse Bijbelvertalingen staan er nogal verschillende kopjes boven: ‘Over de echtscheiding’ (Staten), ‘Twistgesprek met Farizeeën (NBV), ‘Onverbreekbaarheid van het huwelijk’ (Willibrord 1978) en in de NBG 1951: ‘Naar Jeruzalem, gesprekken op reis’. Het is dus niet zo eenvoudig om te zeggen waar het in het verhaal over gaat.

Er kwamen ook farizeeën op Jezus af. Ze vroegen hem of een man zijn vrouw mag verstoten. Zo wilden ze hem op de proef stellen. Hij vroeg hun: ‘Hoe luidt het voorschrift van Mozes?’  Ze zeiden: ‘Mozes heeft de man toegestaan een scheidingsbrief te schrijven en haar te verstoten.’ Jezus zei tegen hen: ‘Hij heeft dat voor u opgeschreven omdat u zo harteloos en koppig bent. Maar al bij het begin van de schepping heeft God de mens mannelijk en vrouwelijk gemaakt;  daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw,  en die twee zullen één worden, ze zijn dan niet langer twee, maar één.  Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.’ In huis stelden de leerlingen hem hier weer vragen over.  Hij zei tegen hen: ‘Wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt overspel; en als zij haar man verstoot en met een ander trouwt, pleegt zij overspel.’ (Mc. 10, 2-12)

Wat mij om te beginnen opvalt is dat de Farizeeën de vraag stellen om Jezus op de proef te stellen. Het is dus een strikvraag, geen eerlijke en oprechte vraag. Jezus geeft ook geen direkt antwoord. Hij wijst hen terug naar de Tora, naar het voorschrift van Mozes.  ‘Omdat u zo harteloos en koppige bent, om de hardheid van uw hart, heeft Mozes die bepaling voor u neergeschreven’: de Wet, zo ook de scheidingsbrief van de man voor de vrouw,  is om de rechteloze te beschermen, om de vrouw vrij te maken zodat ze – net als de man – een ander kan huwen. De woorden van Jezus klinken streng en moralistisch, ja: hard. Jezus lijkt af te wijken van wat Mozes zegt. Gezien het voorgaande kan dat toch de bedoeling niet zijn?
Jezus gaat met ons terug naar het scheppingsverhaal uit Genesis. Daar lezen wij dat God de vrouw uit de rib van de man maakt – het gebeente waaronder zijn hart zit!  schiep de mens naar het beeld van God, mannelijk en vrouwelijk, als uit één stuk en Hij zag dat het heel goed was. Hij schept de mens als Beeld van God, een éénheid in verscheidenheid en trouw. Daar waar dit Beeld wordt gebroken, daar is de scheiding. (Met dank aan degene die dit gisteren, tijdens de evangeliebezinning, inbracht.) Zo gelezen is het antwoord van Jezus in de lijn, in de geest, van Mozes en de Tora.
Het tweede, op het eerste volgende verhaal dat we vandaag hoorden uit Marcus: ‘De mensen probeerden kinderen bij hem te brengen om ze door hem te laten aanraken, maar de leerlingen berispten hen. Toen Jezus dat zag, wond hij zich erover op en zei tegen hen: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij.  Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.’ Hij nam de kinderen in zijn armen en zegende hen door hun de handen op te leggen.’ (Mc. 10, 13-16).
Kinderen zijn in de tijd van Jezus niet belangrijk, zij tellen niet mee. Het kind mag symbool staan voor de kleine, de arme, de uitgestotene, de rechteloze man of vrouw. Jezus wordt boos als zijn leerlingen, alle goede bedoelingen daargelaten, deze kleinen wegsturen omdat juist zij er bij horen. Zij vormen op andere wijze dat Beeld van God: éénheid in verscheidenheid en trouw. In de NBV staat: ‘Wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God , zal er zeker niet binnengaan.’; een mijn inziens zwakke vertaling omdat het ‘ontvangen’ erin verdwenen is. ‘Wie het koninkrijk niet aanneemt als een kind, zal er zeker niet binnengaan.’, lezen we in de vertrouwde Willibrordvertaling. Het koninkrijk van God kan alleen ontvangen worden. God is onvoorwaardelijk trouw en barmhartig. Daar waar wij trouw en barmhartig zijn jegens God en elkaar, daar bewaren wij de éénheid in verscheidenheid en trouw en dáár gaat het uiteindelijk om bij het koninkrijk van God. Zo past het tweede verhaal wel bij het eerste!
Terug naar het begin: waar gaat het verhaal nu over? De kopjes dekken mijn inziens de lading niet, zijn soms zelfs mislijdend. Het gaat denk ik over hoe wij in onze relaties aan God een plek geven, hoe Hij zichtbaar wordt in ons samenleven. Het verhaal gaat over het koninkrijk van God en hoe wij daar als mensen deel aan kunnen hebben. Het verhaal roept ons op om de kleinen en verdrukten, de armen in te sluiten, op te nemen in onze kring – zo ontvangen wij het koninkrijk midden onder ons!

Broeder Franciscus

Franciscus van Assisi, Zr. Leone, Zusters Clarissen Nijmegen

Broeder Franciscus
stilletjes zit je daar
op de rand van onze vijver
je zit te mediteren en
trekt mij met je mee
in stille overweging.

Je open handen
verwijzen voor mij naar de armoede
je keuze voor de heilige armoede
je keuze om arm met de arme te zijn
mindere broeder
Minderbroeder.

Zo sta je voor God, de Allerhoogste
zo sta je naast je naasten
naast je broeders en zusters
zo sta je in alle eenvoud
zoals je bent
Broeder Franciscus.

Je gekruiste voeten
verwijzen voor mij naar de weg die je ging
de weg van de navolging
de navolging van Jezus de Christus
de navolging van de Gekruisigde..

De Nederige en Arme Dienaar
de Lijdende Dienstknecht
de Verrezene
in Zijn voetspoor ben je gegaan
mijn broeder Franciscus.

Je open blik, je ogen
verwijzen voor mij naar de vrede
de vrede die de weg van de navolging je bracht
de vrede die je iedereen toeriep als groet
de vrede van de Heer:
De Heer geve je vrede!

Gelukkig wie vredelievend zijn
want zij zullen kinderen van God worden genoemd.
En zij zijn echt vredelievend
die bij alles wat zij in deze wereld te lijden hebben,
omwille van de liefde van onze Heer Jezus Christus
in gemoed en lichaam de vrede bewaren. *
Zo leerde jij ons, Broeder Franciscus
en je ging ons voor op deze weg
achter de Gekruisigde en Verrezene aan
een weg van vrede
door pijn en onvrede heen
vrede als gave van God.

Dank je Broeder Franciscus
voor je woorden en voorbeeld
op deze weg.

De Heer geve je vrede!

*Wijsheidsspreuk van Franciscus 15

Zuster Marianne
4 oktober 2012

Gij zijt mijn Rijkdom en dat is mij genoeg!

Clara en Franciscus – De Bruycker

Deze woorden van Franciscus kwamen bij mij boven, bij het lezen van de verzen 18-20 uit de 1e brief van Clara van Assisi aan Agnes van Praag.

De vossen immers, zegt Hij, hebben holen en de vogels van de hemel nesten maar de Mensenzoon, Christus, heeft niets waar Hij zijn hoofd op neer kan leggen.
Maar Hij boog het hoofd en gaf de geest. De Heer die zo groot en machtig is, wilde in de maagdelijke schoot komen en veracht, behoeftig en arm in de wereld verschijnen,
opdat de mensen, die zo arm en behoeftig waren en die zo’n grote behoefte hadden aan hemels voedsel, in Hem rijk zouden worden gemaakt door het bezit van het rijk der hemelen.

De functie van het hol en het nest is: bescherming bieden, een thuis. En rondom het nest of hol bevindt zich een territorium. Dat alles heeft Jezus niet; Hij heeft geen thuis, geen territorium en Hij geeft zichzelf in zijn kwetsbaarheid. De combinatie van de twee evangelieteksten: ‘De vossen immers, zegt Hij, hebben holen en de vogels van de hemel nesten maar de Mensenzoon, Christus, heeft niets waar Hij zijn hoofd op neer kan leggen.’ & ‘Maar Hij boog het hoofd en gaf de geest.’ raken mij. De naaktheid van Jezus aan het Kruis,  zijn kwetsbaarheid, zijn totale gave – hoe Hij zichzelf prijsgeeft: hier zien we Iemand die niets meer pretendeert, zich achter niets verschuilt, zich op niets laat voorstaan dan op het doen van de wil van zijn Vader.

In deze brief aan Agnes schrijft Clara over de ‘ruil’ die Agnes bij haar keuze tot het leven als claris heeft gemaakt: het vergankelijke voor het onvergankelijke en het eeuwige voor het tijdelijke. Hier spreekt Clara over de ruil die God zelf gemaakt heeft: De Heer die zo groot en machtig is, wilde in de maagdelijke schoot komen en veracht, behoeftig en arm in de wereld verschijnen. Hier wordt Agnes en ons door Clara een weg gewezen: de weg van de navolging van Christus. Door naast de arme te gaan staan, wordt Jezus bereikbaar voor de arme, de behoeftige, kleine mens. De levensvorm van Clara is het evangelie, is: in de voetstappen van de Heer treden.

En het doel bij dit alles: opdat de mensen, die zo arm en behoeftig waren en die zo’n grote behoefte hadden aan hemels voedsel, in Hem rijk zouden worden gemaakt. Door naast de arme te gaan staan, wordt Jezus bereikbaar voor de arme en kunnen zij in Hem komen en ontdekken: Gij zijt mijn Rijkdom en dat is mij genoeg!

Arm en naakt omwille van Christus

Clara van Assisi

Vandaag hadden we een bijeenkomst van de franciscaanse leesgroep die vandaag begonnen is met de Brieven van Clara aan Agnes. Clara van Assisi schrijft in haar eerste brief aan Agnes van Praag: Iemand die kleren aanheeft, kan niet vechten met iemand die naakt is, want degene die iets aanheeft waaraan hij kan worden vastgehouden, wordt eerder op de grond geworpen. Men kan niet luisterrijk leven in de wereld en in het rijk der hemelen met Christus heersen. Dit vers raakte mij. Ik denk er nog wat over door en deel het met de lezers van mijn blog.

In deze brief, waarschijnlijk geschreven vlak voordat Agnes haar klooster in Praag stichtte, spreekt Clara haar vreugde uit over de keuze van Agnes en zij bemoedigt haar. De rijkdom van de levensvorm van de Arme Vrouwen wordt mooi naar voren gebracht door Clara. In het bovenstaande beeld drukt Clara de levensvorm van de heiige Armoede uit. Een leven in armoede is je naakte zelf zijn, je niet verbergen achter allerlei opsmuk en durven kiezen voor God, niet een beetje maar helemaal. Als ik eerlijk ben dan vind ik dat best moeilijk. Die iemand met kleren aan is net zo in mij aanwezig als die naakte iemand en ze vechten ook wel met elkaar.Het is een levensweg om te gaan! Ik vind het wel mooi, dat beeld van Clara. Het is overigens een beeld dat in de oude kerk al wordt gebruikt. Door de jaren heen zal die iemand met kleren aan op de grond geworpen worden en die naakte iemand zal steeds sterker aanwezig zijn in mij. Het is als het ware een zuiveringsproces waarin ik steeds meer mag toegroeien naar die naakte mens Marianne. Niet bang zijn voor wat andere er van vinden en durven kiezen steeds weer voor Jezus Christus en zijn evangelie. Ik mag mij, als medezuster staande in hun traditie, door de brief van Clara aan Agnes laten inspireren en bemoedigen. Als zusters clarissen proberen we sober en eenvoudig te leven, in verbondenheid met de armen. Materiële armoede kennen wij niet echt, hoewel we voor groot onderhoud aan ons huis wel een beroep op derden moeten doen en de crisis ook bij ons gevoeld wordt. Maar we hebben geen honger en hebben een dak boven ons hoofd en als het koud is een kachel die kan branden. Luxe hebben we niet, willen we ook niet. Onze grootste armoede beleef ik in het tekort aan jonge zusters en de grote neergang van het geloof. Dan toch trouw blijven aan je levensvorm en blijven geloven in je roeping, dat is voor mij ook naakt durven staan en als naakte zuster getuigen van mijn grote liefde, Jezus Christus. Daar is in onze tijd moed voor nodig. Maar gelukkig ben ik niet alleen. Ik heb medezusters en er zijn ook in de kring om mij heen buiten het klooster mensen bewust met kerk en geloof bezig. Ook de gelovige gemeenschap op de sociale media bemoedigen mij. Dank hiervoor! Dat de goede God mij gaandeweg mag uitzuiveren en ik mij steeds meer bloot mag geven tot lof van God.

Zie mij, neem mij aan omwille van jouw Naam

https://picasaweb.google.com/lh/photo/35US9NYb010z-UaVjx6g2w

Zie mij, neem mij aan omwille van jouw Naam! Deze bede zingt in mij na, na de afgelopen retraiteweek.
Maar eerst een lied over Clara van Assisi:

Clara Dei famula                            Clara, dienares van God,
tenera infantula                             teer kind,
vivens sine macula                        levend zonder bezoedeling,
plena sanctitatis                            vol van heiligheid

Clara Dei famula                           Clara, dienares van God,
mater paupertatis                         moeder van de armoede.

Tu Francisci plantula                   Jij bent Franciscus’ plantje,
sanctitate primula                        de eerste in heiligheid
prole replens saecula                   onder bloemen die de wereld vervullen
flore pietatis.                                 met bloesem van toewijding.

Novum es prodigium                  Jij bent een nieuw wonder,
claritatis speculum                      een spiegel van klaarheid,
sequens Dei filium                       navolgend de Zoon van God,
fontem caritatis .                          de bron van liefdevolheid.

Ergo nostra concio                       Zo zal ook onze samenkomst
psallat cum tripudio                     psalmzingen met dans
benedicat Domino                        en de Heer zegenen,
Deo dicans gratis.                         God dank zeggen.

Met dit lied begon Lia van Aalsum haar inleidingen bij onze afgelopen retraite. Van haar is ook de Nederlandse vertaling. De Latijnse tekst stamt uit de 13e eeuw. Zij had er ook een mooie muzikale uitvoering van op cd. In de gezongen uitvoering hoorden we het Clara Dei famula, mater paupertatis   als een terugkerend refrein. Clara, dienares van God, moeder van de armoede.

Het thema van de retraite was: Het gaan van de weg, aan de hand van psalm 121 en psalm 25. Met name de uitleg van Lia over psalm 25 heeft mij geraakt. Werd de openingszang gekozen om met iets uit onze eigen traditie te beginnen, voor mij werd aan het einde van de retraiteweek steeds meer duidelijk hoé Clara zich moeder van de armoede weet en daarin dienares van God. Ik kan mij voorstellen dat Clara met hart en ziel zich kon uiten in deze psalm.

Zie mij, neem mij aan omwille van jouw Naam.
Als ik jouw verbond ontwrichtte, zie mij, neem mij aan,
leid mij op de weg terug omwile van jouw Naam.
Als ik tegen jou misdeed, zie mij, neem mij aan,
raak mij in mjn eenzaamheid omwille van jouw Naam.
Als ik jouw gemeenschap schond, zie mij, neem mij aan,
teder en genadig Jij, omwille van jouw Naam.
Werd jouw beeld in mij verminkt, zie mij, neem mij aan,
maak mij in jouw mildheid gaaf omwille van jouw Naam.
Zie mij, neem mij aan omwille van jouw Naam.

Deze beurtzang van psalm 25 is door Kees Waaijman geschreven. Het laat mooi het hart van deze psalm zien. Er is een zondaar aan het woord die probeert de band met God te herstellen. Hij vertrouwd hierbij op Gods goedheid en hij wil leren de weg van God te gaan. Die zondaar is zo menselijk, ja dat raakte mij, ik kon mijzelf er zo in herkennen. Ook het verlangen om het weer goed te maken en het vertrouwen hierin op mijn God, ja, dat raakt mij, en hoe herken ik mijzelf hierin. Omwille van jouw Naam, Wezer: Wees-er! Wees-er om mijn Leraar te zijn in het gaan van de weg, opdat ook ik er op mijn beurt kan zijn!
Clara van Assisi was een vrouw die groot was in haar kleinheid, haar armoede en nederigheid. Over Clara en de heilige armoede als levensweg vind je meer onder: INSPIRATIEBRONNEN – CLARA VAN ASSISI.

Die levensweg van de armoede is leven vanuit het besef: ik ben arm, ik schiet te kort, ik ben een zondaar. Ik wil het anders en toch gebeurd het iedere keer weer. Die levensweg van de armoede is ook leven vanuit het besef: God is barmhartig, goed, mild en trouw. Hij ziet mij en wil niets anders dan dat het weer goed komt tussen ons. Zo leven laat ons het uitzingen: Zie mij, neem mij aan omwille van jouw Naam!