Niet in de storm maar in een zachte bries

De 1e lezing van vandaag (1 Kon. 19, 9a. 11-13a) vertelt hoe God aan de profeet Elia voorbijtrekt; niet in de storm, niet in de aardbeving of het vuur maar in het suizen van een zachte bries. De evangelielezing (Mt. 14, 22-33) vertelt het verhaal van de leerlingen in een boot terwijl het stormt en Jezus die ze over het water lopend tegemoet komt. ‘Vrees niet, Ik ben het!’

Waar blijft het suizen van de zachte bries als je in een hevige storm terecht ben gekomen? Ik herken mij in de leerlingen. Als het stormt in mijn leven dan is God voor mijn gevoel zo ver weg, onvindbaar. Ik herken mij ook in de ervaring van Elia, dat God zich juist in het zachte, in het kleine en kwetsbare laat kennen. Die laatste ervaring die mag mij sterken in tijden van storm of als de aarde onder mijn voeten dreigt weg te beven. Als de storm mij omver dreigt te blazen probeer ik mij toch vast te houden aan die zachte bries die, al hoor ik hem in de storm niet, er wel is.  ‘Vrees niet, Ik ben het!’ Op U wil ik vertrouwen, Heer!

Misdaden in de naam van God

De afgelopen dagen heb ik op twitter de uitwisselingen rondom Breivik en zijn gedachtengoed wat gevolgd. Breivik heeft zijn daad gedaan vanuit een innerlijke overtuiging die verbonden is met zijn christelijke geloof. Als je naar de geschiedenis van de kerk kijkt dan is dit niet nieuw. Ik lees momenteel het boek ‘Het Christendom’ van Hans Küng, waarin hij de geschiedenis van het christendom beschrijft vanuit de diverse periodes (paradigma’s). Christenen hebben in de geschiedenis uit naam van God de meest vreselijke dingen gedaan. Als je naar de geschiedenis van het jodendom en de islam gaat kijken zie je hetzelfde. Tegelijkertijd zie je ook altijd een beweging van gelovigen die een tegengeluid laat horen. Ik denk aan Franciscus van Assisi die in de middeleeuwen zijn kruistocht ging met lege handen om aan de sultan vrede te brengen.  Misdaden in de naam van God komen voor, daar mogen we onze ogen niet voor sluiten.

De Noorse secretaris generaal van de Wereldraad van Kerken, Olav Fykse Tveit zegt vandaag in een interview met Trouw: ‘Er is niets christelijks aan Breiviks daden’. Hij noemt de daden van Breivik godslasterlijk, omdat ze in de naam van God zijn gedaan. Ik vind het een mooi interview waarin Tveit de daden stevig veroordeeld en het oordelen van de mens aan God overlaat. Hij vraagt zich verder af of de kerk zich mischien toch meer moet mengen in de discussie op internet (en elders denk ik daar dan bij) met deze rechts-extremisme geluiden uit christelijke hoek. Het rechts-extremisme is een wereld die ver van de kerk af staat én de kerk weet de weg op het internet nog maar een beetje te vinden. Toch is het belangrijk om ook hier een tegengeluid te laten horen en kritisch te blijven.

Zelf ben ik in de digitale wereld nog een ‘groentje’. Het was en is voor mij ook best confronterend om vanuit christelijke hoek mensen tegen te komen die de meest vreselijke dingen verkondigen, en in het geval van Breivik ook doen, uit naam van God. Ik denk dan ‘welkom in de wereld, Marianne, wordt wakker, wees waakzaam en bid met open ogen en doe wat je te doen staat: getuig in woord en daad van de goede boodschap die God ons door zijn menswording in Jezus gebracht heeft. Dat probeer ik dan maar te doen, met liefde voor de mens en met afkeer van zijn zonde. En met de belofte van Gods genade als steun in mijn rug, omdat ook ik een zondaar ben. Ook ik doe, meestal vanuit de beste bedoelingen, dingen verkeerd en doe daarin anderen tekort en dat is zonde. God kijkt naar de mens en niet naar de zonde, daarmee kan ik mijn weg gaan. Versta mij goed. Er zijn kleine en grote zonden, ik wil de vreselijke wandaad van Breivik en alle misdaden die gedaan zijn en worden tegen de menselijkheid en tegen de schepping niet kleiner maken, ze zijn en blijven afschuwelijk, verwerpelijk en des duivels.

God is in Jezus mens geworden, aan ons gelijk en ik ga er van uit dat God voor Hij hiertoe besloot op de hoogte was van de zondigheid van de mens. God heeft die zondigheid aanvaard, nu wij nog. Als mens willen we zo graag als God zijn, maar zo is het niet gegaan, nee God is mens geworden en dat doet Hij telkens weer waar mensen handen en voeten geven aam zijn Woord, met vallen en opstaan. Laten we elkaar in deze barre tijden vasthouden en laten zien dat liefde sterker is dan haat.

Tot lof van God. Amen

Bidden voor slachtoffer en dader?!

Bij ons in de kapel werd vanmorgen gebeden voor de slachtoffers van de aanslagen in Noorwegen. Dat doen wij eigenlijk altijd, bidden voor de slachtoffers en voor hun nabestaanden en daar doe ik ook van harte aan mee. Voor de daders wordt maar heel zelden gebeden, en toch… hebben zij het niet nog meer nodig dan de slachtoffers? Ik heb vanmorgen heel bewust ook voor de daders gebeden, dat zij mogen inzien wat hen tot werkelijke vrede mag brengen. Ik bid dus, niet alleen voor de slachtoffers maar ook voor de daders. Ik zeg daar eerlijk bij dat ik mij daarvoor over een drempeltje moet zetten. In mijn hart heb ik die mensen eigenlijk al veroordeeld…. Kan ik ook dit oordeel aan onze God overlaten? Dat vind ik heel moeilijk. Toch wil ik proberen om, zonder de mens te veroordelen, te bidden voor de daders, met liefde voor de mens en afkeer van de zonde. Ik geloof dat als ik zo leer te bidden, ik ook een klein beetje bijdraag aan die weg naar dat Koninkrijk van God, waarin voor iedere mens ruimte, liefde en vrede is. Niet gemakkelijk maar wel de moeite waard om te proberen, lijkt mij!

Reacties zijn welkom!

Heilig Hart van Jezus

Heilig Hart (httpwww.rk-engelenwerk.nl)

‘Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken. Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’  (Mt. 11, 28-30)

Deze tekst van Jezus horen we in de evangelielezing op het Hoogfeest van het Heilig Hart van Jezus. Het is een tekst die mij altijd ontroert. Hieronder volgen wat mijmeringen van mij bij deze woorden van Jezus.

Jezus nodigt uit: Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt En hij doet een belofte: Ik zal u rust en verlichting schenken. Dat is mooi, klinkt ook eenvoudig, maar hoe gaat dat in de praktijk?-
Jezus vraagt ons naar Hem te kijken als voorbeeld en leraar: Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij; Gevraagd wordt het juk van Jezus op je schouders te nemen… zijn kruis te dragen. Hoezo mijn juk is zacht en mijn last is licht? Dat kruis kan je toch niet zacht en licht noemen. Wat bedoeld Jezus hier nu? Nog maar even verder kijken.

Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; Is dat de basishouding van waaruit het dragen licht wordt? Goedhartig en mild, bescheiden en ootmoedig?  Zo’n houding kan in ieder geval wel helpen de vrede in mijn hart te bewaren; rust in mijn ziel te vinden. Als ik kijk naar Jezus dan zie ik hoe Hij mild kon kijken naar zijn beulen, Hij was vergevingsgezind tot het einde toe. Ik zie ook dat Hij zijn lijden gedragen heeft zonder daarbij het contact met zijn Vader te verliezen – door deze verbondenheid heeft Hij de kracht gekregen zijn kruis te dragen. Jezus kon die ondraaglijke last dragen omdat  Hij zich gedragen voelde door zijn Vader.  Als je een last zo kan dragen wordt die last dan lichter? De last op zich niet, maar het dragen denk ik wel.

Geluk,

Zuster Marianne

Onderweg naar Emmaüs

Emmaüsgangers (Zr. Lucia)

Lucas 24, 13-35; verhaal van de Emmaüsgangers.

Dit evangelie raakt aan iets wezenlijks. Het raakt aan het verlangen naar lente, het verlangen naar nieuw leven bij vermoeide en teleurgestelde mensen. Het verlangen naar de aanwezigheid en de werkzaamheid van de Verrezene in ons leven, in ons bestaan. Het wel of niet kunnen uitbreken uit het fatalistische gevoel na de kruisdood van Jezus. “Wij leefden in de verwachting dat Hij het was die Israël zou verlossen, dat Hij een doorbraak zou brengen.” Leefden in de verwachting dat…, dus deze verwachting was er niet meer!

Is de Heer wel aanwezig in dit harde bestaan? Wij hebben Hem zo nodig!
De Emmaüsgangers zijn wij nu. En waar hebben zij, waar hebben wij, het over?
“Hun ogen waren verhinderd Hem te herkennen.” Twijfel! De trieste zekerheid, ‘het is over’, overviel hen. We kunnen hooguit nog het gedachtegoed bewaren, maar eigenlijk is het over.

De laatste Paasboodschap van paus Johannes Paulus II – was: blijf bij ons Heer, want we hebben U zo nodig.  Kard. Danneels zei over deze paus: die veelprater was door zijn ziekte het zwijgen opgelegd. Het meeste heeft hij toen gezegd. Blijf bij ons Heer, want wij hebben U zo nodig.  De Heer is bij de twijfelenden; zij die nog niet geloven, maar die wel met elkaar over Hem spreken en over alles wat hen is voorgevallen. De Heer is een toevallige vreemdeling die zich niet opdringt; Hij wilde verder gaan. Het komt er dus op aan dat wij bij Hém aandringen: blijf bij ons Heer want het wordt al avond. We hebben U nodig. We raken vermoeid.

En zij herkenden Hem aan het breken van het brood. En dat is niet alleen het eucharistische brood. Dat is ook het doen van het goede. En dan gaan hun de ogen open.
De Heer is en blijft een werkwoord.

Laten we samen verder trekken op onze levensweg, onze weg met de Verrezene, in het vertrouwen dat Hij ons niet alleen laat!