Bidden voor slachtoffer en dader?!

Bij ons in de kapel werd vanmorgen gebeden voor de slachtoffers van de aanslagen in Noorwegen. Dat doen wij eigenlijk altijd, bidden voor de slachtoffers en voor hun nabestaanden en daar doe ik ook van harte aan mee. Voor de daders wordt maar heel zelden gebeden, en toch… hebben zij het niet nog meer nodig dan de slachtoffers? Ik heb vanmorgen heel bewust ook voor de daders gebeden, dat zij mogen inzien wat hen tot werkelijke vrede mag brengen. Ik bid dus, niet alleen voor de slachtoffers maar ook voor de daders. Ik zeg daar eerlijk bij dat ik mij daarvoor over een drempeltje moet zetten. In mijn hart heb ik die mensen eigenlijk al veroordeeld…. Kan ik ook dit oordeel aan onze God overlaten? Dat vind ik heel moeilijk. Toch wil ik proberen om, zonder de mens te veroordelen, te bidden voor de daders, met liefde voor de mens en afkeer van de zonde. Ik geloof dat als ik zo leer te bidden, ik ook een klein beetje bijdraag aan die weg naar dat Koninkrijk van God, waarin voor iedere mens ruimte, liefde en vrede is. Niet gemakkelijk maar wel de moeite waard om te proberen, lijkt mij!

Reacties zijn welkom!

Heilig Hart van Jezus

Heilig Hart (httpwww.rk-engelenwerk.nl)

‘Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken. Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’  (Mt. 11, 28-30)

Deze tekst van Jezus horen we in de evangelielezing op het Hoogfeest van het Heilig Hart van Jezus. Het is een tekst die mij altijd ontroert. Hieronder volgen wat mijmeringen van mij bij deze woorden van Jezus.

Jezus nodigt uit: Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt En hij doet een belofte: Ik zal u rust en verlichting schenken. Dat is mooi, klinkt ook eenvoudig, maar hoe gaat dat in de praktijk?-
Jezus vraagt ons naar Hem te kijken als voorbeeld en leraar: Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij; Gevraagd wordt het juk van Jezus op je schouders te nemen… zijn kruis te dragen. Hoezo mijn juk is zacht en mijn last is licht? Dat kruis kan je toch niet zacht en licht noemen. Wat bedoeld Jezus hier nu? Nog maar even verder kijken.

Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; Is dat de basishouding van waaruit het dragen licht wordt? Goedhartig en mild, bescheiden en ootmoedig?  Zo’n houding kan in ieder geval wel helpen de vrede in mijn hart te bewaren; rust in mijn ziel te vinden. Als ik kijk naar Jezus dan zie ik hoe Hij mild kon kijken naar zijn beulen, Hij was vergevingsgezind tot het einde toe. Ik zie ook dat Hij zijn lijden gedragen heeft zonder daarbij het contact met zijn Vader te verliezen – door deze verbondenheid heeft Hij de kracht gekregen zijn kruis te dragen. Jezus kon die ondraaglijke last dragen omdat  Hij zich gedragen voelde door zijn Vader.  Als je een last zo kan dragen wordt die last dan lichter? De last op zich niet, maar het dragen denk ik wel.

Geluk,

Zuster Marianne

Onderweg naar Emmaüs

Emmaüsgangers (Zr. Lucia)

Lucas 24, 13-35; verhaal van de Emmaüsgangers.

Dit evangelie raakt aan iets wezenlijks. Het raakt aan het verlangen naar lente, het verlangen naar nieuw leven bij vermoeide en teleurgestelde mensen. Het verlangen naar de aanwezigheid en de werkzaamheid van de Verrezene in ons leven, in ons bestaan. Het wel of niet kunnen uitbreken uit het fatalistische gevoel na de kruisdood van Jezus. “Wij leefden in de verwachting dat Hij het was die Israël zou verlossen, dat Hij een doorbraak zou brengen.” Leefden in de verwachting dat…, dus deze verwachting was er niet meer!

Is de Heer wel aanwezig in dit harde bestaan? Wij hebben Hem zo nodig!
De Emmaüsgangers zijn wij nu. En waar hebben zij, waar hebben wij, het over?
“Hun ogen waren verhinderd Hem te herkennen.” Twijfel! De trieste zekerheid, ‘het is over’, overviel hen. We kunnen hooguit nog het gedachtegoed bewaren, maar eigenlijk is het over.

De laatste Paasboodschap van paus Johannes Paulus II – was: blijf bij ons Heer, want we hebben U zo nodig.  Kard. Danneels zei over deze paus: die veelprater was door zijn ziekte het zwijgen opgelegd. Het meeste heeft hij toen gezegd. Blijf bij ons Heer, want wij hebben U zo nodig.  De Heer is bij de twijfelenden; zij die nog niet geloven, maar die wel met elkaar over Hem spreken en over alles wat hen is voorgevallen. De Heer is een toevallige vreemdeling die zich niet opdringt; Hij wilde verder gaan. Het komt er dus op aan dat wij bij Hém aandringen: blijf bij ons Heer want het wordt al avond. We hebben U nodig. We raken vermoeid.

En zij herkenden Hem aan het breken van het brood. En dat is niet alleen het eucharistische brood. Dat is ook het doen van het goede. En dan gaan hun de ogen open.
De Heer is en blijft een werkwoord.

Laten we samen verder trekken op onze levensweg, onze weg met de Verrezene, in het vertrouwen dat Hij ons niet alleen laat!