Zie mij, neem mij aan omwille van jouw Naam

https://picasaweb.google.com/lh/photo/35US9NYb010z-UaVjx6g2w

Zie mij, neem mij aan omwille van jouw Naam! Deze bede zingt in mij na, na de afgelopen retraiteweek.
Maar eerst een lied over Clara van Assisi:

Clara Dei famula                            Clara, dienares van God,
tenera infantula                             teer kind,
vivens sine macula                        levend zonder bezoedeling,
plena sanctitatis                            vol van heiligheid

Clara Dei famula                           Clara, dienares van God,
mater paupertatis                         moeder van de armoede.

Tu Francisci plantula                   Jij bent Franciscus’ plantje,
sanctitate primula                        de eerste in heiligheid
prole replens saecula                   onder bloemen die de wereld vervullen
flore pietatis.                                 met bloesem van toewijding.

Novum es prodigium                  Jij bent een nieuw wonder,
claritatis speculum                      een spiegel van klaarheid,
sequens Dei filium                       navolgend de Zoon van God,
fontem caritatis .                          de bron van liefdevolheid.

Ergo nostra concio                       Zo zal ook onze samenkomst
psallat cum tripudio                     psalmzingen met dans
benedicat Domino                        en de Heer zegenen,
Deo dicans gratis.                         God dank zeggen.

Met dit lied begon Lia van Aalsum haar inleidingen bij onze afgelopen retraite. Van haar is ook de Nederlandse vertaling. De Latijnse tekst stamt uit de 13e eeuw. Zij had er ook een mooie muzikale uitvoering van op cd. In de gezongen uitvoering hoorden we het Clara Dei famula, mater paupertatis   als een terugkerend refrein. Clara, dienares van God, moeder van de armoede.

Het thema van de retraite was: Het gaan van de weg, aan de hand van psalm 121 en psalm 25. Met name de uitleg van Lia over psalm 25 heeft mij geraakt. Werd de openingszang gekozen om met iets uit onze eigen traditie te beginnen, voor mij werd aan het einde van de retraiteweek steeds meer duidelijk hoé Clara zich moeder van de armoede weet en daarin dienares van God. Ik kan mij voorstellen dat Clara met hart en ziel zich kon uiten in deze psalm.

Zie mij, neem mij aan omwille van jouw Naam.
Als ik jouw verbond ontwrichtte, zie mij, neem mij aan,
leid mij op de weg terug omwile van jouw Naam.
Als ik tegen jou misdeed, zie mij, neem mij aan,
raak mij in mjn eenzaamheid omwille van jouw Naam.
Als ik jouw gemeenschap schond, zie mij, neem mij aan,
teder en genadig Jij, omwille van jouw Naam.
Werd jouw beeld in mij verminkt, zie mij, neem mij aan,
maak mij in jouw mildheid gaaf omwille van jouw Naam.
Zie mij, neem mij aan omwille van jouw Naam.

Deze beurtzang van psalm 25 is door Kees Waaijman geschreven. Het laat mooi het hart van deze psalm zien. Er is een zondaar aan het woord die probeert de band met God te herstellen. Hij vertrouwd hierbij op Gods goedheid en hij wil leren de weg van God te gaan. Die zondaar is zo menselijk, ja dat raakte mij, ik kon mijzelf er zo in herkennen. Ook het verlangen om het weer goed te maken en het vertrouwen hierin op mijn God, ja, dat raakt mij, en hoe herken ik mijzelf hierin. Omwille van jouw Naam, Wezer: Wees-er! Wees-er om mijn Leraar te zijn in het gaan van de weg, opdat ook ik er op mijn beurt kan zijn!
Clara van Assisi was een vrouw die groot was in haar kleinheid, haar armoede en nederigheid. Over Clara en de heilige armoede als levensweg vind je meer onder: INSPIRATIEBRONNEN – CLARA VAN ASSISI.

Die levensweg van de armoede is leven vanuit het besef: ik ben arm, ik schiet te kort, ik ben een zondaar. Ik wil het anders en toch gebeurd het iedere keer weer. Die levensweg van de armoede is ook leven vanuit het besef: God is barmhartig, goed, mild en trouw. Hij ziet mij en wil niets anders dan dat het weer goed komt tussen ons. Zo leven laat ons het uitzingen: Zie mij, neem mij aan omwille van jouw Naam!

Binden en ontbinden – God in de gemeenschap

K057 Verbondenheid – Mary Brink – Acrylverf op doek – 50 x 40 cm

Het evangelie van vandaag (Mt. 18,  15-20) doet mij nadenken over binden en ontbinden, over het belang van het gebonden zijn, het belang van de gemeenschap. ‘Wat gij zult binden op aarde zal ook in de hemel gebonden zijn, en wat gij zult ontbinden op aarde zal ook in de hemel ontbonden zijn.’ Verbinding heeft voor mij te maken met: relatie, broederschap, zusterschap, gemeenschap,  bij elkaar horen. Als ik van hieruit naar de ander kijk dan zie ik in de ander ook mijn eigen menszijn terug, met alles erop en eraan – ook mijn zonden. Dat maakt mij mild naar de ander toe. Ik heb afkeer van de zonde en daarover wil ik ook in gesprek gaan met de ander, maar met liefde voor de mens die de zonde begaan heeft en met oog voor mijn eigen zondigheid.  Ik keur de zonde niet goed maar blijf de zondaar wel als broeder, als zuster zien. En als ík met barmhartigheid naar mijn broeder of zuster kan zien, hoe meer zal dan de Barmhartige zelf zo zien!  Als het mij op aarde lukt om, hoe moeilijk soms ook, de ander niet uit-te-sluiten maar in-te-sluiten, te binden, dan zal die verbinding ook bij God stand houden. Daar waar ik zelf de verbinding verbreek, daar zal God mij ter verantwoording roepen en uiteindelijk oordelen.  Als we de gemeenschap met onze broeders en zusters bewaren en hen liefhebben, dan is God in ons midden. Het gaat niet om mij, maar om God in de gemeenschap. Het doek Verbondenheid van Mary Brink verbeeld dit voor mij. Het ontroerd mij hoe de één de ander overeind helpt, en hoe die ander zich wil laten helpen. God is voor mij als Derde in dit doek aanwezig in wat daar gebeurt.  Er wordt ons vandaag een weg gewezen ten leven. Aan ons hem te gaan.  Vallen en fouten maken mag, als we maar open blijven en verbonden met elkaar en bereid zijn elkaar bij te staan en ook zelf waar nodig hulp aanvaarden. Dan zal God in ons midden zijn.

De sabbat en de mens

Vanmorgen op de voorpagina van Trouw een foto van de ‘weigerpastoor’ en verderop een intervieuw waarin de pastoor uitlegt waarom hij heeft gehandeld zoals hij heeft gehandeld en de man die na euthanasie overleden is geen kerkelijke uitvaart kon geven.  Het riep bij mij, zo zeg ik eerlijk, boosheid op en daarna ook verdriet. Boosheid omdat de pastoor op de stoel van God gaat zitten. Hij veroordeelt de overledene en straft de nabestaanden voor de zonde van de man. Los van de vraag of hier sprake is van zondig gedrag vind ik het niet goed dat met dit gedrag ook de mens veroordeeld wordt. In mijn opvatting van het evangelie is het (eind)oordeel over de mens aan God alleen. Jezus zelf veroordeelt alleen de zonde en niet de zondaars. Hij laat het oordeel over aan zijn Vader. Het doet mij verdriet omdat hierin door de kerk (in de persoon van de weigerpastoor) mensen worden beschadigd, hen wordt geweld aangedaan uit naam van God of uit naam van de kerk. God en de kerk zijn er niet om mensen geweld aan te doen maar om mensen liefdevol nabij te zijn.

Het evangelie van deze morgen was als olie op de wonde en bracht verlichting: ‘Hebt gij dan niet gelezen wat David deed toen hij en zijn metgezellen honger kregen? Hoe hij het huis van God binnenging, de toonbroden nam en opat en er ook van gaf aan zijn metgezellen, terwijl toch alleen de priesters daarvan mogen eten? – het gaat om de mens, niet om de sabbat (lees: wet).

Het grootste gebod is het gebod van de liefde. Daar waar de liefde doodgeslagen wordt door de wet… ja, daar hebben we het denk ik toch verkeerd begrepen. Werkelijk geloof vraagt om moed, ook de moed om het oordeel aan onze God over te laten. Het handelen van de ‘weigerpastoor’ kun je in die zin misschien zelfs als een daad van ongeloof zien. Ik wens mijzelf en alle kerkmensen toe dat ze de moed hebben om te blijven geloven in God en zijn boodschap. God kent de mens beter dan dat de mens zichzelf kent. God kent de beweegredenen van de mens die om euthanasie vraagt, kent de beweegredenen van de pastoor die een uitvaart weigert,  kent de beweegredenen van …. (vul zelf maar in).

Leer ons Heer om met liefde voor onze medemens te leven. Daar waar wij aanlopen tegen de zonde van de ander, of tegen wat wij menen dat zonde is, leer ons daarin de ander niet te veroordelen. Geef ons de moed om de ander aan te spreken en tot dialoog te komen opdat we elkaar wat meer gaan begrijpen. U alleen God komt het oordeel toe. Geef ons de kracht om U die plaats ook toe te kennen tot lof van Uw Naam.

Door het oog van de naald

jandereiziger.blogspot.com

‘Voor een kameel is het gemakkelijker door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke in het koninkrijk Gods te komen.’, zo lezen we in het evangelie van vandaag (Mat. 19, 23-30). Denkende aan het oog van een borduurnaald : voor wie is er dan nog hoop? Dit kan toch niet?

Ik heb wel eens horen vertellen dat ‘het oog van de naald’ naar een heel klein poortje ergens in Jeruzalem verwijst. De reiziger die met zijn kameel door dit poortje wilde moest eerst alle bepakking van de kameel afhalen en dan kon de kameel er net door. Als ik met dit beeld naar de uitspraak van Jezus luister dan is er toch hoop, een mogelijkheid om door dat poortje het rijk van God binnen te kunnen gaan. Er wordt wel van mij gevraagd de bepakking af te werpen. Als arm en puur mens mag ik binnengaan bij mijn God. Goede reis!

Niet in de storm maar in een zachte bries

De 1e lezing van vandaag (1 Kon. 19, 9a. 11-13a) vertelt hoe God aan de profeet Elia voorbijtrekt; niet in de storm, niet in de aardbeving of het vuur maar in het suizen van een zachte bries. De evangelielezing (Mt. 14, 22-33) vertelt het verhaal van de leerlingen in een boot terwijl het stormt en Jezus die ze over het water lopend tegemoet komt. ‘Vrees niet, Ik ben het!’

Waar blijft het suizen van de zachte bries als je in een hevige storm terecht ben gekomen? Ik herken mij in de leerlingen. Als het stormt in mijn leven dan is God voor mijn gevoel zo ver weg, onvindbaar. Ik herken mij ook in de ervaring van Elia, dat God zich juist in het zachte, in het kleine en kwetsbare laat kennen. Die laatste ervaring die mag mij sterken in tijden van storm of als de aarde onder mijn voeten dreigt weg te beven. Als de storm mij omver dreigt te blazen probeer ik mij toch vast te houden aan die zachte bries die, al hoor ik hem in de storm niet, er wel is.  ‘Vrees niet, Ik ben het!’ Op U wil ik vertrouwen, Heer!

Misdaden in de naam van God

De afgelopen dagen heb ik op twitter de uitwisselingen rondom Breivik en zijn gedachtengoed wat gevolgd. Breivik heeft zijn daad gedaan vanuit een innerlijke overtuiging die verbonden is met zijn christelijke geloof. Als je naar de geschiedenis van de kerk kijkt dan is dit niet nieuw. Ik lees momenteel het boek ‘Het Christendom’ van Hans Küng, waarin hij de geschiedenis van het christendom beschrijft vanuit de diverse periodes (paradigma’s). Christenen hebben in de geschiedenis uit naam van God de meest vreselijke dingen gedaan. Als je naar de geschiedenis van het jodendom en de islam gaat kijken zie je hetzelfde. Tegelijkertijd zie je ook altijd een beweging van gelovigen die een tegengeluid laat horen. Ik denk aan Franciscus van Assisi die in de middeleeuwen zijn kruistocht ging met lege handen om aan de sultan vrede te brengen.  Misdaden in de naam van God komen voor, daar mogen we onze ogen niet voor sluiten.

De Noorse secretaris generaal van de Wereldraad van Kerken, Olav Fykse Tveit zegt vandaag in een interview met Trouw: ‘Er is niets christelijks aan Breiviks daden’. Hij noemt de daden van Breivik godslasterlijk, omdat ze in de naam van God zijn gedaan. Ik vind het een mooi interview waarin Tveit de daden stevig veroordeeld en het oordelen van de mens aan God overlaat. Hij vraagt zich verder af of de kerk zich mischien toch meer moet mengen in de discussie op internet (en elders denk ik daar dan bij) met deze rechts-extremisme geluiden uit christelijke hoek. Het rechts-extremisme is een wereld die ver van de kerk af staat én de kerk weet de weg op het internet nog maar een beetje te vinden. Toch is het belangrijk om ook hier een tegengeluid te laten horen en kritisch te blijven.

Zelf ben ik in de digitale wereld nog een ‘groentje’. Het was en is voor mij ook best confronterend om vanuit christelijke hoek mensen tegen te komen die de meest vreselijke dingen verkondigen, en in het geval van Breivik ook doen, uit naam van God. Ik denk dan ‘welkom in de wereld, Marianne, wordt wakker, wees waakzaam en bid met open ogen en doe wat je te doen staat: getuig in woord en daad van de goede boodschap die God ons door zijn menswording in Jezus gebracht heeft. Dat probeer ik dan maar te doen, met liefde voor de mens en met afkeer van zijn zonde. En met de belofte van Gods genade als steun in mijn rug, omdat ook ik een zondaar ben. Ook ik doe, meestal vanuit de beste bedoelingen, dingen verkeerd en doe daarin anderen tekort en dat is zonde. God kijkt naar de mens en niet naar de zonde, daarmee kan ik mijn weg gaan. Versta mij goed. Er zijn kleine en grote zonden, ik wil de vreselijke wandaad van Breivik en alle misdaden die gedaan zijn en worden tegen de menselijkheid en tegen de schepping niet kleiner maken, ze zijn en blijven afschuwelijk, verwerpelijk en des duivels.

God is in Jezus mens geworden, aan ons gelijk en ik ga er van uit dat God voor Hij hiertoe besloot op de hoogte was van de zondigheid van de mens. God heeft die zondigheid aanvaard, nu wij nog. Als mens willen we zo graag als God zijn, maar zo is het niet gegaan, nee God is mens geworden en dat doet Hij telkens weer waar mensen handen en voeten geven aam zijn Woord, met vallen en opstaan. Laten we elkaar in deze barre tijden vasthouden en laten zien dat liefde sterker is dan haat.

Tot lof van God. Amen

Bidden voor slachtoffer en dader?!

Bij ons in de kapel werd vanmorgen gebeden voor de slachtoffers van de aanslagen in Noorwegen. Dat doen wij eigenlijk altijd, bidden voor de slachtoffers en voor hun nabestaanden en daar doe ik ook van harte aan mee. Voor de daders wordt maar heel zelden gebeden, en toch… hebben zij het niet nog meer nodig dan de slachtoffers? Ik heb vanmorgen heel bewust ook voor de daders gebeden, dat zij mogen inzien wat hen tot werkelijke vrede mag brengen. Ik bid dus, niet alleen voor de slachtoffers maar ook voor de daders. Ik zeg daar eerlijk bij dat ik mij daarvoor over een drempeltje moet zetten. In mijn hart heb ik die mensen eigenlijk al veroordeeld…. Kan ik ook dit oordeel aan onze God overlaten? Dat vind ik heel moeilijk. Toch wil ik proberen om, zonder de mens te veroordelen, te bidden voor de daders, met liefde voor de mens en afkeer van de zonde. Ik geloof dat als ik zo leer te bidden, ik ook een klein beetje bijdraag aan die weg naar dat Koninkrijk van God, waarin voor iedere mens ruimte, liefde en vrede is. Niet gemakkelijk maar wel de moeite waard om te proberen, lijkt mij!

Reacties zijn welkom!

Heilig Hart van Jezus

Heilig Hart (httpwww.rk-engelenwerk.nl)

‘Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken. Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’  (Mt. 11, 28-30)

Deze tekst van Jezus horen we in de evangelielezing op het Hoogfeest van het Heilig Hart van Jezus. Het is een tekst die mij altijd ontroert. Hieronder volgen wat mijmeringen van mij bij deze woorden van Jezus.

Jezus nodigt uit: Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt En hij doet een belofte: Ik zal u rust en verlichting schenken. Dat is mooi, klinkt ook eenvoudig, maar hoe gaat dat in de praktijk?-
Jezus vraagt ons naar Hem te kijken als voorbeeld en leraar: Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij; Gevraagd wordt het juk van Jezus op je schouders te nemen… zijn kruis te dragen. Hoezo mijn juk is zacht en mijn last is licht? Dat kruis kan je toch niet zacht en licht noemen. Wat bedoeld Jezus hier nu? Nog maar even verder kijken.

Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; Is dat de basishouding van waaruit het dragen licht wordt? Goedhartig en mild, bescheiden en ootmoedig?  Zo’n houding kan in ieder geval wel helpen de vrede in mijn hart te bewaren; rust in mijn ziel te vinden. Als ik kijk naar Jezus dan zie ik hoe Hij mild kon kijken naar zijn beulen, Hij was vergevingsgezind tot het einde toe. Ik zie ook dat Hij zijn lijden gedragen heeft zonder daarbij het contact met zijn Vader te verliezen – door deze verbondenheid heeft Hij de kracht gekregen zijn kruis te dragen. Jezus kon die ondraaglijke last dragen omdat  Hij zich gedragen voelde door zijn Vader.  Als je een last zo kan dragen wordt die last dan lichter? De last op zich niet, maar het dragen denk ik wel.

Geluk,

Zuster Marianne

Onderweg naar Emmaüs

Emmaüsgangers (Zr. Lucia)

Lucas 24, 13-35; verhaal van de Emmaüsgangers.

Dit evangelie raakt aan iets wezenlijks. Het raakt aan het verlangen naar lente, het verlangen naar nieuw leven bij vermoeide en teleurgestelde mensen. Het verlangen naar de aanwezigheid en de werkzaamheid van de Verrezene in ons leven, in ons bestaan. Het wel of niet kunnen uitbreken uit het fatalistische gevoel na de kruisdood van Jezus. “Wij leefden in de verwachting dat Hij het was die Israël zou verlossen, dat Hij een doorbraak zou brengen.” Leefden in de verwachting dat…, dus deze verwachting was er niet meer!

Is de Heer wel aanwezig in dit harde bestaan? Wij hebben Hem zo nodig!
De Emmaüsgangers zijn wij nu. En waar hebben zij, waar hebben wij, het over?
“Hun ogen waren verhinderd Hem te herkennen.” Twijfel! De trieste zekerheid, ‘het is over’, overviel hen. We kunnen hooguit nog het gedachtegoed bewaren, maar eigenlijk is het over.

De laatste Paasboodschap van paus Johannes Paulus II – was: blijf bij ons Heer, want we hebben U zo nodig.  Kard. Danneels zei over deze paus: die veelprater was door zijn ziekte het zwijgen opgelegd. Het meeste heeft hij toen gezegd. Blijf bij ons Heer, want wij hebben U zo nodig.  De Heer is bij de twijfelenden; zij die nog niet geloven, maar die wel met elkaar over Hem spreken en over alles wat hen is voorgevallen. De Heer is een toevallige vreemdeling die zich niet opdringt; Hij wilde verder gaan. Het komt er dus op aan dat wij bij Hém aandringen: blijf bij ons Heer want het wordt al avond. We hebben U nodig. We raken vermoeid.

En zij herkenden Hem aan het breken van het brood. En dat is niet alleen het eucharistische brood. Dat is ook het doen van het goede. En dan gaan hun de ogen open.
De Heer is en blijft een werkwoord.

Laten we samen verder trekken op onze levensweg, onze weg met de Verrezene, in het vertrouwen dat Hij ons niet alleen laat!