Het feest van gisteren (Allerheiligen) loopt uit op de viering van Allerzielen. We gedenken de overledenen van het afgelopen jaar, zij die de overgang gemaakt hebben. Ik lees bijna iedere dag de heilige van de dag (Dries van den Akker sj, Je naam, je dag, je heilige. Naam-, feest- en heiligenkalender; 2007) en sluit af met de bede: Bid voor ons, samen met hen die ons zijn voorgegaan. Een tekst van M. Jacobs geeft die overgang voor mij mooi weer. Het is een lied dat mij altijd weer raakt. Ik deel het graag met jullie op deze dag.

Tekst van M. Jacobs:

Ik zag een troon en die daarop gezeten was, zo wit en groot dat er geen plaats meer voor de hemel was. De sterren waren overschenen door zijn aangezicht. De aarde was verdwenen in zijn licht.

En uit de dood kwamen de doden opgestaan, en voor de troon zag ik de groten en de kleinen staan. Het donker waar zij in verzonken gaf hen allen weer, de diepte die zij dronken was niet meer.

En in ’t gericht zag ik de boeken opengaan en kwam aan ’t licht alles wat door de doden was gedaan. Maar ook het naamboek van het leven was daar en ik zag hoe wat Hij had geschreven openlag.

Toen zeide Hij die op de troon gezeten was: ‘het is voorbij’, en ‘k zag dat er opnieuw een wereld was. En ‘k zag dat wat daar was geleden, wat daar was geschreid, bevrijd was in een vrede voor altijd.

Advertenties

3 gedachten over “Allerzielen (2 november)

  1. Marianne, wat een prachtige bemoedigende woorden in dit lied. Ik ben er helemaal stil van! Maar deze woorden, speciaal die laatste woorden van dit lied, – Toen zeide Hij die op de troon gezeten was: ‘het is voorbij’, en ‘k zag dat er opnieuw een wereld was. En ‘k zag dat wat daar was geleden, wat daar was geschreid, bevrijd was in een vrede voor altijd.- hebben me bijzonder geraakt en me aangemoedigd om daar eens over na te denken.

    Wij hebben maar een beperkt inzicht in wat met ons meegaat naar die nieuwe wereld, het Koninkrijk van God binnen. Maar misschien kunnen we met dat beperkte inzicht toch wel een eindje komen. Over één ding kunnen we wel zeker zijn, en dat is de liefde. God is liefde, dus de liefde is straks alomtegenwoordig. Geloof heb je straks niet meer nodig, want dat gaat over in waarnemen. Er valt ook niets meer te hopen, want onze hoop ontvangt een eeuwige vervulling. Dus verlangen, wachten, ergens naar uitzien, en de dingen die daar uit voort kunnen komen zoals ongeduld, wrevel, pijn, verveling, onrust, het gevoel van laat-maar-waaien, teleurstelling en cynisme, dat is er straks allemaal niet meer. Als in dit leven een verlangen vervuld wordt, ontstaat er onmiddellijk een nieuw verlangen. Wij mensen leven met een chronisch tekort. Je wilt altijd weer meer en beter. God heeft dat verlangen zelf in onze harten gelegd, zodat we geen genoegen zouden nemen met wat de wereld ons te bieden heeft en alleen het Koninkrijk van God onze honger kan stillen. Augustinus zei het zo: “Het hart van de mens blijft onrustig, totdat het rust vindt in God.” Paulus zegt dus ook dat geloof en hoop zullen verdwijnen, maar alleen de liefde zal blijven. Want alleen de liefde is onuitputtelijk. Dat komt omdat God, het voorwerp van onze liefde, de onuitputtelijke diepte van de eeuwigheid zelf is, zodat we nooit genoeg van hem zullen krijgen.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s