Eenheid van wil

De abdis zal zo dienstbaar met hen omgaan dat zij met haar kunnen spreken en doen als meesteressen met hun dienares. Want zó moet het zijn dat de abdis de dienares is van alle zusters. (RegCl 10, 4-5)

23 juni jl ben ik tot de nieuwe abdis van De Bron, het clarissenklooster in Nijmegen, gekozen. Ik ben daarna door mijn zusters en door vele andere gefeliciteerd. Ik begrijp dat wel, maar toch vind ik het wat vreemd. Je neemt toch een last op je… het is passender om de aftredend abdis, in dit geval onze zuster Ria, te felciteren die na 12 jaar trouw en met wijsheid het ambt te hebben gedragen, nu hiervan verlost is. Ik heb de felicitaties van harte in ontvangst genomen vanuit de gedachte dat het vertrouwen dat de zusters in mij hebben uitgesproken iets is om dankbaar voor te zijn – daar mag men mij mee feliciteren.

De week voor het keuzekapittel had ik enkele stille dagen waarin ik mij heb voorbereid op dit moment. Ik heb me die dagen laten leiden door hoofdstuk 7 over de opbouw van de gemeenschap in het boek Clara van Assisi, Mystiek in het alledaagse van mijn medezuster uit Megen, zuster Edith van den Goorbergh. Hoofdstuk 4 van de Regel van Clara staat hierin centraal en deze gaat over het ambt van de abdis en de keuze van de abdis. Edith noemt twee momenten die er de aanvaarding van het ambt liggen. Het eerste moment is ‘het gekozen worden’ (passief). Het tweede moment is ‘het opnemen van de last van het ambt’ (actief). In de keuze van de gemeenchap komt de wil van de gemeenschap aan het licht. En in de wil van de gemeenschap klinkt altijd de stem van God zelf door! Door de last van het ambt op je te nemen leg je jouw eigen wil in de wil van de gemeenschap. De gemeenschap en de gekozen abdis beloven zo gehoorzaamheid aan elkaar. Deze gedachte heeft mij in die stille dagen lang bezig gehouden. Er kwam een tekst van Jan van Ruusbroec boven die ik enkele dagen eerder bij een groepsbezinningsmoment ter overweging had meegekregen:

‘Een liefde die op God geordend is, begint te willen wat God wil.
En de volheid van haar verlangen is: niets anders meer te kunnen willen dan wat God wil!
En hoe wonderlijk het ook mag klinken: niet in de extase, maar in de eenheid van wil, wordt de kus (van de heilige Geest) gegeven en ontvangen’ (Jan van Ruusbroec)

Mijn wil dus in de wil van de gemeenschap; in de eenheid van wil wordt de kus van de heilige Geest gegeven en ontvangen’. Het is een andere manier om te zeggen wat Clara in haar Regel in hoofdstuk 10 doet, als ze de abdis beschrijft als de dienares van de zusters. Clara keert hier de plaats van de abdis om, niet de eerste maar de laatste, de minste is zij. Clara heeft altijd moeite gehad de titel van abdis aan te nemen. Zij moest dit om uiteindelijk goedkeuring vanuit Rome te krijgen. Ze neemt de titel aan maar geeft haar een geheel eigen invulling aan!

In die geest heb ik het ambt van abdis aanvaard. Ik heb de ‘eenheid van wil’ uitgeschilderd en deze hangt nu op een goed zichtbare plek – ter herinnering! Ik heb ja gezegd vanuit mij geloof in de hulp en barmhartigheid van God en de hulp en barmhartigheid van de zusters die aan mijn zorg zijn toevertrouwd. Ik ben ook blij met mijn vicares, zuster Hannah, en mijn andere raadzuster, zuster Clara – samen mogen we de komende 3 jaar onze gemeenschap dienen en we zullen dat naar vermogen doen.

Graag jullie gebed voor mij en ons nieuwe bestuur!

Zuster Marianne

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s