Mijn eerste tattoo: Made with Love

In de viering van vanmorgen werd er stilgestaan bij de liefde, dit naar aanleiding van de tweede lezing uit de Brief van Paulus aan de Korintiers (12, 31-13, 13).

‘De liefde is lankmoedig en goedertieren, zij is niet afgunstig, praalt niet, beeldt zich niets in. Zij geeft niet om schone schijn, zij zoekt zichzelf niet, laat zich niet kwaad maken en rekent het kwade niet aan. De liefde verheugt zich niet over onrecht, maar vindt haar vreugde in de waarheid. Alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles duldt zij. De liefde vergaat nimmer.’

Wie God is? Hij is verborgen achter een sluier. Soms heel even zien we Hem…
in het voorbijgaan…
van achteren…

Wie God is? Wij geloven dat Hij ons het leven gegeven heeft en geeft
en soms zien wij Hem, waar Liefde zichtbaar wordt,
waar levensruimte wordt gegeven
en waar vriendschap en liefde bloeien mag.

Wie wilde kon zich na afloop van de viering laten tekenen. Mijn eerste tattoo is gezet: Made with Love.

God, we hebben U nog nooit gezien
en toch ben U zichtbaar, te zien waar
getekend wij zijn met Uw Naam en stempel:
Made with Love, een tattoo in ons hart.

God heeft ons met liefde geschapen,
getekend zijn wij door en met Hem,
toegerust om als Hem, de liefde te leven
als beelddragers van zijn eeuwige Naam.

Zo zijn wij allen kinderen van God,
geroepen om de Naam te leven
die Hij ons heeft gegeven: levende liefde
Made with Love, zijn wij, ook jij, ook jij!

 

 

Advertenties

Als U wilt, kunt U mij rein maken

In het evangelieverhaal van vandaag (Mc. 1, 40-45) wordt een melaatse door Jezus genezen. ‘De melaatsheid verdween en hij was rein.’ Wat maakt iemand onrein? Wat maakt je rein? De Bijbese onreinheid heeft niets te maken met niet schoon of vies zijn, maar heeft te maken met het al of niet geschikt zijn voor de eredienst. Het heeft te maken met de vraag of je in een conditie bent om God te ontmoeten.

Iemand met melaatsheid werd in de tijd van Jezus uitgestoten en dood verklaard. Iemand bij wie melaatsheid werd geconstateerd werd nog één keer naar de synagoge gebracht en daar werd dat de liturgie van de doden gevierd. De melaatse werd met aarde bestrooid en uit de gemeenschap geplaatst, overgeleverd aan zijn eigen lot. Alleen God kon hem nog redden. Dat klinkt voor ons heel hard. Het was toen echter een noodzaak omdat de melaatsheid anders ook de anderen zou besmetten. Om te voorkomen dat de hele gemeenschap aan de melaatsheid ten onder ging, werd de melaatse dus uitgestoten.

Jezus was heel goed op de hoogte van de positie die de melaatste in de joodse gemeenschap had. Op de knieval en uitroep van de melaatse: ‘Als U wilt, kunt U mij rein maken.‘, reageert Jezus op een afwijkende manier. Jezus steekt zijn hand uit en raakt de melaatse, tegen alle voorschriften in, aan. ‘Ik wil het, word rein.‘ En dan is de melaatse genezen. En Jezus zegt de man dat hij zich aan de priesters moet gaan laten zien en het voorgeschreven reinigingsoffer moet brengen. Zo zien de mensen dat hij genezen is en gereinigd. Hij hoort weer bij de levenden en bij de geloofsgemeenschap.

Jezus vraagt de man om niet te vertellen hoe hij genezen is. Maar de man kon niet zwijgen en sprak breeduit over wat er gebeurd was. Als gevolg hiervan kon Jezus niet langer openlijk in de stad verschijnen en moest Hij op eenzame plaatsen buiten de steden blijven. Het is alsof Jezus nu de onreine is, die niet langer in de gemeenschap kan zijn. Hij moet vluchten voor zijn leven. Maar de mensen blijven naar Hem toe komen, mensen die door de reinheidswetten heen in Jezus de Man Gods zien, die in staat is mensen rein te maken, ze terug in contact te brengen met God, de Gever van alle leven… en ja, dan is het te begrijpen dat die man zo vol is dat hij niet kan zwijgen.

Wie is rein? Wat maakt onrein? Ik moet hierbij denken aan de lezing van afgelopen woensdag: ‘Niets kan de mens bezoedelen wat van buiten af in hem komt. Maar wat uit de mens komt dat bezoedelt de mens. Wat uit de mens komt maakt hem onrein. Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen slechte gedachten, ontucht, diefstal, moord, overspel, hebzucht, kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, laster, hoogmoed en dwaasheid. Al deze slechte dingen komen van binnenuit en die maken de mens onrein.’ (Mc. 7, 15.20-23)

Het gaat bij Jezus om de reinheid van hart. En ook ik mag tegen Jezus zeggen: ‘Als U wilt, kunt u mij rein maken.’ En Hij zal zijn hand uitstreken, mij aanraken en zeggen: ‘Ik wil het, word rein.’

Tot lof van God en tot zegen van Zijn mensen.

Wat heb ik met Jezus te maken?

‘Jezus van Nazareth, wat hebt Gij met ons te maken?’ Deze vraag bleef vanmorgen bij het lezen van het evangelie (Mc. 1, 21-28) hangen. Het roept bij mij een andere vraag op: Wat heb ik met Jezus te maken?

In onze huidige westerse wereld is deze vraag doorgaans geen vraag maar een uitroep om te zeggen: Ik heb niets met die Jezus en zijn kerk te maken en ik wil daar ook niets mee van doen hebben! Ik geloof niet in God en die Jezus kan hooguit een inspirerende man geweest zijn, iemand als bijvoorbeeld Nelson Mandela.

In het evangelie komt de vraag van een onreine geest. En wat mij opvalt is dat deze onreine geest Jezus herkent en weet heeft van zijn goddelijke macht. Na zijn vraag zegt hij: ‘Ge zijt gekomen om ons in het verderf te storten. Ik weet wie Gij zijt: de Heilige Gods.’ Hier komt aan het licht dat Jezus inderdaad een man Gods is, een man in wie Gods Geest werkzaam is. Daar waar onreine geesten een mens bezetten, hem vast zetten, daar maakt de heilige Geest vrij.

Onreine geesten en de geest van God, beiden hebben mensen nodig om hun werk te doen. Met beiden hebben wij als mens te maken. Wat heb ik met Jezus te maken? En wat heeft Jezus met mij te maken? Jezus kan mij vrij maken van onreine geesten, vrij van wat mij verhinderd om als mijzelf kind van God te zijn.

Jezus en ik
wij hebben iets met elkaar
mijn Redder en Heer is Hij
mijn Vrijmaker en Man Gods
in Gods liefde zijn wij verbonden
ik en Jezus de Heer.

Wat heb ik met Jezus te maken? En wat heeft Jezus met mij te maken?

Ik en Jezus de Heer
ik kan niet zonder Hem
door Hem ben ik wie ik ben
en met Hem en in Hem ben ik
in Gods liefde vrijgemaakt
Goddank!

Verlangen, verblijven en volgen

Van morgen in de eucharistieviering werden we uitgenodigd om stil te staan bij 3 V’s: Verlangen, verblijven en volgen. Hieronder mijn mijmeringen hierbij:

Verlangen
Wat verlang je? In het evangelie (Johannes 1, 35-42) stelt Jezus zijn leerlingen deze vraag. Wat verlang je? Deze vraag wordt vaak in verband gebracht met roeping. Wat is je verlangen? Wat is je passie? Ik ben al enige tijd op weg als geroepene. Verlangen spreekt bij mij wel een rol, maar niet in de zin dat ik daarmee de koers bepaal. Het is mijn verlangen naar God die mij naar Hem toe trekt. Van die beweging uit kan ik het antwoord van de leerlingen op de vraag: Wat verlang je?, begrijpen. Waar houdt Gij U op? Waar verblijft U? Een vraag die voortkomt uit het verlangen bij God en bij Jezus Christus te zijn.

Verblijven
Waar verblijft U? Het antwoord van Jezus: Kom maar mee om het te zien! En de leerlingen lopen een dag met Jezus mee om het te zien. En als ze het gezien hebben is hun reactie: wij hebben de Messias, de Christus, gevonden.
Hoe doen wij dat vandaag, een dagje met Jezus meelopen? bij Hem verblijven? Ik vermoed dat het, afhankelijk van je roeping, op verschillende manieren kan. Voor mij is het lezen van de Bijbel belangrijk. In die Geschriften kom ik God en Christus op het spoor. Maar ik ontmoet Hem ook onder en in de mensen. Hij is niet op 1 plek, Hij is waar wij Hem vinden en dat kan eigenlijk overal zijn. Waar moet ik dan heen? Ik weet het niet. Maar Hij wel! Voor mij is het belangrijk om in de kerk te zijn en in de stilte om Hem te kunnen horen. Hij weet waar ik Hem vinden kan en zal mij dat ook zeggen.

Volgen
Deze derde V is eigenlijk de eerste en de laatste. In het evangelie van vandaag begint het met volgen. Op de aanwijzing van Johannes de doper, ‘Zie het Lam Gods.’, gingen de leerlingen Jezus achterna. Toen Jezus zag dat zij Hem volgden, vroeg Hij: Wat verlang je?
En dan kun je er alleen maar komen door Hem te volgen, met Hem op weg te gaan. En Hij zal je brengen waarheen je niet wilt gaan… en toch: kom en zie!

Wat is je verlangen? U bent mijn verlangen, Heer, bij U wil ik zijn.
Wat is je verlangen? Uw wil te doen, Heer, U achterna!

En God zegt ook vandaag: Kom maar, luister en zie!

Met de Bijbel op weg naar Kerstmis (22)

Met de dagelijkse lezingen uit de Bijbel ga ik op weg naar Kerstmis.
De lezingen van vandaag:

2 Samuël 7, 1-5.8b-11.16
De Heer tot Natan: ‘Zeg aan mijn dienaar David: zo spreekt de Heer: Gij wilt voor Mij een huis bouwen en Mij daarin laten wonen? Ik heb u uit de steppe gehaald om vorst te zijn over mijn volk Israël. Op al uw tochten heb Ik u bijgestaan en al uw vijanden heb Ik vernietigd. De Heer kondigt u aan dat Hij voor u een huis zal oprichten. Zo zal uw huis en uw koninklijke macht altijd stand houden; uw troon staat vast voor eeuwig.’

Psalm 89
Uw gunsten, Heer, wil ik bezingen.

Romeinen 16, 25-27
Aan Hem, de enige, alwijze God, zij de heerlijkheid door Jezus Christus in de eeuwen der eeuwen! Amen.

Lucas 1, 26-38
Maria zei: ‘mij geschiede naar uw woord.’ En de engel ging van haar heen.

In het 2e boek Samuël horen we hoe David voor God een huis wil bouwen. God woont in een tent, en ik in een groot paleis. Dat kan toch niet! En dan horen we hoe God via de profeet Natan spreekt.
Dat God in een tent woonde maakte  dat Hij zich verplaatsen kon en daar kon gaan met zijn volk waarheen zij moesten gaan. En op die reis heeft God zijn volk bijgestaan, Hij heeft goed voor hen gezorgd en hun vijanden vernietigd.
En God laat weten dat Hij voor Davids huis een huis zal oprichten, een huis dat zal staan voor eeuwig.

Psalm 89 zingt de Heer lof om de gunsten aan zijn volk verleend.

Paulus prijst God omwille van Jezus de Christus, in Wie God zich verheerlijkt heeft.

In de evangelielezing horen we hoe de engel aan Maria boodschapt dat zij de moeder zal worden van Gods liefste Kind. En Maria zegt: ‘mij geschiede naar uw woord.’ En zo geschiede het, naar het woord van de engel, maar meer nog naar het Woord van God. Wat mij de afgelopen weken in de lezingen trof is hoe de woorden uit het Oude Testament de geboorte van Jezus Christus aankondigen en hoe die twee Boeken inderdaad één Boek zijn, een prachtig Boek! Dit Woord van God is zo mooi en ik geloof dat het waar is.

Nog even terug naar de evangelielezing van vandaag. Wil jij moeder worden van Gods liefste Kind? Wil jij Jezus Christus dragen en uitdragen in de wereld? Dat Hij ook vandaag midden onder de mensen is?
In mijn kleine kapel staat een Mariabeeldje met een lege schoot, haar armen daar teder en koesterend omheen. Dat beeldje raakte mij vanmorgen. Ik hoop dat de dagen van voorbereiding ook mijn ‘schoot’ wat hebben leeg gemaakt, opdat de Heer kan komen, er werkelijk plaats voor Hem is.

Morgen is het Kerstmis. Met de Bijbel zijn we op weg gegaan naar deze dag en dit feest. Met de Bijbel ga ik verder, ook de kersttijd in. Ik zal dan niet dagelijks een blog schrijven maar wel met regelmaat.

Alle goeds en zegen en een gezegende Kersttijd!

Zr. Marianne

Met de Bijbel op weg naar Kerstmis (21)

Met de dagelijkse lezingen uit de Bijbel ga ik op weg naar Kerstmis.
De lezingen van vandaag:

Maleachi 3, 1-4.23-24
Zo spreekt de Heer God: ‘Ik zend mijn gezant voor Mij uit om voor Mij de weg te banen. En aanstonds treedt dan de Heer, naar wie gij verlangend uitziet, zijn heiligdom binnen. Maar wie kan de dag van zijn komst verdragen? Hij is als het vuur van de smelter, als het loog van de bleker. Ik zal u de profeet Elia zenden voordat de grote en schrikkelijke dag van de Heer komt.’

Psalm 25
De wegen van God zijn goed en betrouwbaar voor ieder die zijn verbond onderhoudt.

Lucas 1, 57-66
Voor Elisabeth brak het ogenblik aan dat zij moeder werd; zij schonk het leven aan een zoon. Bij de besnijdenis, acht dagen later, wilde men het kind naar zijn vader Zacharias noemen. Maar zijn moeder zei: ‘Nee, Johannes moet hij heten.’ Dit werd door Zacharias, schrijvend op een schrijftafeltje, bevestigt: ‘Johannes zal hij heten.’ Daarna werd zijn mond geopend en zijn tong losgemaakt en hij verkondigde Gods lof.

De profeet Maleachi is het boek waarmee het Oude Testament eindigt. Het is tegelijkertijd de brug naar het Nieuwe Testament. Maleachi kondigt de wederkomst van Elia aan, als een gezant die de weg voor de Heer zal banen. Jezus wijst Johannes de doper aan als de persoon waarin Elia is wedergekomen.

Met de geboorte van Johannes de doper en de komst van Jezus Messias, de lang verwachte Christus, breekt een nieuwe tijd aan. Maar wie kan de dag van zijn komst verdragen? Hij is als het vuur van de smelter, als het loog van de bleker. De komst van de Heer zal zuiverend zijn als vuur en als loog, maar ook brandend en bijtend voor de onzuiveren. De komst van de Heer is een grote dag, maar ook een schrikkelijke dag.  Maar de man of vrouw die trouw is aan God en zijn verbond, die hoeft niet te vrezen: De wegen van God zijn goed en betrouwbaar voor ieder die zijn verbond onderhoudt.

De geboorte van Johannes uit Zacharias en Elisabeth en zijn besnijdenis en naamgeving laten zien dat het niet zomaar om een geboorte gaat. Johannes is de wedergekomen Elia, de profeet van het Oude Verbond, die als profeet van het Nieuwe Verbond de weg baant voor de Komende: Jezus Christus, wiens geboorte wij met Kerstmis vieren.

Met de Bijbel op weg naar Kerstmis (20)

Met de dagelijkse lezingen uit de Bijbel ga ik op weg naar Kerstmis.
De lezingen van vandaag:

1 Samuël 1, 24-28
Hannah tegen de priester Eli: ‘Om deze jongen (Samuël) heb ik gebeden en de Heer heeft mij gegeven wat ik van Hem heb afgesmeekt. Daarom sta ik hem aan de Heer af.’

1 Samuël 2, 1-8 (tussenzang)
‘De rijken moeten hun brood gaan verdienen, die honger leed hoeft geen werk meer te doen. De Heer schenkt armoede evenals rijkdom, vernedering brengt Hij en verheffing.’

Lucas 1, 46-56
Maria zingt haar loflied: ‘Mijn hart prijst hoog de Heer. Van vreugde juicht mijn geest om God, mijn redder. Barmhartig is Hij, van geslacht tot geslacht voor hen die Hem vrezen. Hij toont de kracht van zijn zijn arm; die hongeren overlaat Hij met gaven, en rijken zendt Hij heen met lege handen.’

Het loflied van Hannah, de moeder van Samuël, en het loflied van Maria lijken op elkaar. Beiden bezingen, nadat zij op wonderbare wijze moeder zijn geworden, God lof om zijn werken. Hannah had aan God de belofte gedaan dat zij, mocht zij toch nog een kind baren, zij  haar kind voor de dienst aan Hem zou afstaan. Nu komt Hannah haar belofte na. Zij staat haar zoon af voor de dienst aan de Heer in de tempel. Haar zoon is een geschenk van God, daarvan is Hannah zich zeer bewust. Hannah heeft geen zoon genomen, zij heeft een zoon gekregen. En dat terwijl zij onvruchtbaar heette te zijn. Voor God is alles mogelijk, waar wij ons het leven niet toe-eigenen en erkennen dat alle leven van God komt. Hannah is mij daarin vandaag tot voorbeeld.

Het loflied van Hannah en het magnificat van Maria laten eenzelfde beweging zien: ‘De rijken moeten hun brood gaan verdienen, die honger leed hoeft geen werk meer te doen. De Heer schenkt armoede evenals rijkdom, vernedering brengt Hij en verheffing.’ Daar waar God regeert wordt recht gedaan en worden de rijken vernederd en de armen omhooggeheven. Barmhartig is Hij, van geslacht tot geslacht voor hen die Hem vrezen. Vrezen heeft hier niet zozeer de betekenis van angstig zijn, maar meer die van: ontzag hebben voor. De mensen die ontzag hebben voor God en dat uitleven, die zullen oog hebben voor de arme en vernederde mens, de vluchteling, hen die worden uitgebuit en/of uitgesloten. Zij hoeven niet angstig te zijn voor God en mogen vertrouwen op Zijn barmhartigheid. En het mag de vernederde en uitgestotenen moed geven: God zal hen redden en de plaats geven die hen toekomt!