Nieuwe moed, telkens weer

Vanmorgen werd ik in de eucharistieviering geraakt door een vers uit Psalm 138:

‘Wanneer ik tot U riep, hebt Gij mij steeds verhoord, Gij hebt mij altijd nieuwe moed gegeven.’

Ja, nieuwe moed en telkens weer: nieuwe moed om door te gaan en te blijven vertrouwen op Gods weg met mij. Verwonderd en dankbaar hoe zo’n psalmvers dan ineens binnenkomt en je laat gewaarworden hoe trouw God met mij is meegegaan.

Hij was er bij, ook wanneer ik dat niet in de gaten had. Mensen hebben mij onverwacht en keihard laten vallen en hebben mij buitengesloten, maar God was er door alles heen bij en heeft mij, naast nieuwe moed, ook nieuwe mensen gegeven. En ik heb het aangedurfd, de moed gehad, om mensen te blijven vertrouwen. De meeste mensen zijn ook te vertrouwen!

Een levensweg lang
trouwe metgezel
roepende
en antwoord gevend
U met mij
en ik met U
mij moed gevend
telkens weer
nieuwe moed
om mijn weg met U te gaan
gisteren
heden
vandaag
Amen.

Een nieuw begin

Gisteren heb ik naar de inauguratie van president Joe Biden gekeken. Ik was ontroerd door de plechtigheid en door de woorden die er klonken. Met deze nieuwe president klinkt er een nieuw geluid: een nieuw en hoopvol begin! En daartoe roept Biden ook op, om een nieuw begin te maken. De woorden die dit nieuwe kleuren zijn:

  • Luisteren naar elkaar
  • Elkaar horen, zien
  • Respect tonen
  • Niet elk meningsverschil is een aanleiding voor totale oorlog
  • Hou op met schreeuwen en breng de kalmte terug
  • De waarheid verdedigen en leugens verslaan
  • Eenheid

Natuurlijk zijn dit woorden en zal het niet eenvoudig zijn, maar de intentie is duidelijk en ontroerd mij. Op een bepaalde manier moest ik ook terugdenken aan het moment dat Jorge Bergoglio, als paus Franciscus, voor het eerst de mensen toesprak: niet vanuit macht, maar als een nederige dienaar. Beiden zijn mannen op leeftijd, in de ogen van veel mensen te oud om een dergelijke functie te vervullen. Naast oud zijn het echter vooral wijze mannen met levenservaring. En beiden zijn gelovige mensen, die het aandurven om nieuw te denken en bij wie het dienen voorop staat (niet de macht).  Ik denk dat wij dergelijke leiders nodig hebben om het visioen van vrede levend te houden en ook werkelijk stappen van vrede te kunnen zetten met elkaar. Dat begint met het zien en horen van de ander, met respect en de intentie de ander niet te beschadigen.

Geïnspireerd door Biden en Franciscus wil ook ik, op de plek waar ik leef en werk, mijn bijdrage leveren: staan voor de waarheid en voor de  ontmaskering van de leugen. Als ik in het boek ‘Navolging’ van Dietrich Bonhoeffer lees (en die lees ik), over de weg van de navolging van Christus, of in het Evangelie dan zie ik prachtige paralellen. Als christen ben ik blij met Joe Biden. Ik bid voor hem en wens hem Gods zegen toe in werk en leven en ik hoop dat velen met hem  dat nieuwe begin aandurven. Tot lof van God en tot zegen van de wereld.

De grondslag van alles

Afgelopen zondag klonk in het evangelie: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand.’ en ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ En daar werd aan toegevoegd: ‘Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’

Het is een lezing die heel bekend is, ook ik heb hem al vaak gehoord. Toch kwam hij anders binnen zondag en nog steeds zoemt hij na. Het gaat hier om de grondslag van alle geboden en verboden die in de Bijbel staan. De een kan daarin niet zonder de ander. Er zijn momenten dat je meer nadruk legt op de lofzang en op de liefde voor God en er zijn momenten dat je liefde voor God meer tot uitdrukking komt in je liefde voor de naaste.

In de jaren bij de clarissen was ik vele uren bezig met bidden en de liefde voor God. In mijn gebed was ik verbonden met mijn naasten. Nu als zuster van de feminae pacis bid ik iets minder en werk ik daarnaast als geestelijk verzorger in een woonzorgcentrum. Zeker in deze coronatijd wordt er een beroep op mij gedaan om zieke en stervende mensen nabij te zijn en ook collega’s van de zorg. Ik ervaar hoe waardevol dit is en hoe dit mijn leven verrijkt.

De grondslag van alles wat er in de Bijbel staat, en daarmee de bron waaruit wij als feminae pacis willen leven, klopt daarmee voor mij. De lofzang gaande houden en zingen en bidden voor (en tot) onze God én mijn naaste, de mensen die aan mij worden toevertrouwd, liefdevol nabij zijn. De lezing van zondag zoemt door omdat hij voor mij nu in het dagelijks leven zo klopt. God is goed en ik dank Hem dat ik in Zijn naam mensen nabij mag zijn.

Vrede en alle goeds!

Een bijzondere dag vandaag

Vandaag 21 jaar geleden vierde ik in Velp de verjaardag van broeder Savio. In de middag werd ik uitgezwaaid door broeder Bernard. Ik ging naar Nijmegen om daar bij de clarissen in te treden. Een jaar later volgde mijn opname in de orde. Broeder Bernard is al eerder overleden. Afgelopen zaterdag overleed broeder Savio. Vandaag is hij begraven op zijn verjaardag en op de dag dat ik 20 jaar claris ben. Beiden heb ik gevierd. Ik ben dankbaar voor het leven van Savio en voor wat hij daarin voor mij heeft betekend. Ik was het ‘kleinkind’ waaraan hij zijn ‘geestelijke erfenis’ kon toevertrouwen en ik zal daarmee als zuster en dochter van Clara verder gaan. Savio zijn werk op aarde zit er op, hij mag rusten bij de Heer. En ik vier vandaag mijn 20 jaar claris zijn en ga door als dochter van Clara.

Iemand vroeg mij: is dat niet vreemd om 20 jaar claris zijn te vieren, terwijl er in Rome een verzoek ligt om uit te mogen treden? Voor mij is het niet vreemd, omdat mijn leven als claris doorgaat in het ‘dochter van Clara’ zijn, als zuster binnen de Feminae Pacis. Sterker nog: om mijn roeping verder te kunnen leven moest ik de clarissen – met pijn in mijn hart – achter mij laten. Maar mijn weg gaat verder als dochter van Clara, de weg van de navolging van Christus. Daarin is broeder Savio, broeder Bernard en vele anderen, mij voorgegaan.

Ik ben dankbaar voor de jaren die achter mij liggen en ga vol vertrouwen verder. In de hemel heb ik er een voorspreker bij: lieve broeder Savio: bid voor mij!

  

 

Geef dat ik zien mag

Wat doet het met je als je niet gezien wordt?
Het is als een doodverklaring. Je bent niet!
Moordend is dat wanneer het je treft.

Gezien te worden is zo wezenlijk om te zijn,
het wonder gezien te worden, een wonder ja –
wanneer je ook die andere kant kent.

Geef dat ik zien mag, Heer, dat ik zien mag
in Uw Naam niemand ontken, ja –
geef dat ik zien mag, Gij die mij ziet.

Opgesloten in de beslotenheid


Beelden aan zee, Scheveningen

Door de coronacrisis leeft een groot deel van Nederland nu als een soort monnik in beslotenheid. Als claris heb ik vele jaren in beslotenheid geleefd. Door mijn studie en stage ben ik de laatste twee jaren veel weg en onderweg, meer in de drukte en onder de mensen. Dat is voor mij niet gemakkelijk, omdat ik ergens die stilte en het gebed nodig heb om goed te kunnen functioneren. Maar al doende leer ik het om meer ‘in de wereld’ te zijn en het van betekenis zijn voor anderen in de wereld, bijvoorbeeld de gedetineerden in de gevangenis waar ik stage loop, doet mij goed. Het werk buiten verrijkt ook mijn leven binnen, het heeft de inhoud van mijn gebedsleven verdiept en verrijkt.

En nu dan de coronacrisis waardoor ook ik thuis zit. De colleges zijn online, via MS Teams, en mijn stage staat min of meer stil. Ik mis met name het werk en contact met de gedetineerden. Verder doet het meer thuis zijn mij eigenlijk heel goed. De drukte van het reizen, de veelheid aan prikkels en geluid onderweg, mis ik niet. Mijn clarissenziel komt weer tot rust. Mij doet het besloten leven goed. Ik hoor van anderen dat ze het zwaar vinden en dat de muren van het huis van tijd tot tijd op hen afvliegen. En ook in gezinnen waar de relaties niet vanzelfsprekend goed zijn kunnen de spanningen hoog oplopen. Door de coronacrisis kun je ook het gevoel krijgen opgesloten te zijn. Beslotenheid is fijn. Opgesloten zijn is echter niet fijn.

Wat kan helpend zijn om je minder opgesloten te voelen? Vanuit mijn persoonlijke ervaringen kan ik misschien wat tips geven. Voor wie er iets mee kan!

• Maak voor jezelf een soort van ‘dagorde’; sta op een gewone tijd op, was je en kleed je aan. Eet op vaste tijden en plan tussendoor wat werkzaamheden. En ga op tijd naar je bed.
• Zoek dagelijks telefonisch of via de app contact met iemand uit je familie of vriendenkring.
• Ga dagelijks, als je tenminste niet ziek bent of koorts hebt, een uurtje wandelen of fietsen. Beweging en buiten zijn is goed voor lichaam en geest. Je kunt dit ook combineren met het doen van een boodschap.

Wat kan je thuis doen als de muren op je afkomen?

• Contact zoeken met iemand om te kunnen praten.
• Een kaars branden en met God praten. Leg Hem maar voor wat je bezwaard en vraag dat Hij er voor jou wil zijn. Kijk naar het licht van de kaars en vertrouw erop dat God jou nu ziet. Je mag rust vinden bij Hem.
• Het inkleuren van kleurplaten of mandala’s, eventueel met wat zachte muziek op de achtergrond.

Dit zijn een paar tips die je mogelijk kunnen helpen in deze tijd.
Sterkte, vrede en alle goeds!

Zalig Kerstfeest en een gezegend nieuwjaar!

Alle lezers van mijn blog wens ik een goede opgang naar Kerstmis, zalig Kerstfeest en een gezegend nieuwjaar!

Het afgelopen jaar hebben jullie minder van mij gelezen. Door de studie theologie, die ik in de zomer hoop af te ronden, heb ik minder tijd om te bloggen. Ik hoop na mijn studie weer met grotere regelmaat iets te schrijven!

Een koppig godsgeschenk

Vandaag gedenkt de R.K. Kerk de marteldood van de Johannes de Doper. In de ochtendviering zongen wij het lied ‘Een engel roept de oude man‘, een tekst van Andries Govaart bij Johannes de Doper. Het refrein:

Johannes is zijn naam,
Gods rijk kondigt hij aan,
hij wijst een nieuw bestaan,
een koppig geschenk.

Deze tekst nodigde mij uit om te mijmeren. Herodes heeft Johannes gevangen laten nemen en hij heeft hem laten onthoofden. We hebben het verhaal gelezen uit het evangelie volgens Marcus 6, 17-29. De vertelling over de marteldood van Johannes de Doper heeft Marcus tussen de zending en de terugkeer van de leerlingen geplaatst. Marcus maakt zo duidelijk: de weg van de navolging van Jezus kan je de kop kosten! Wie Hem wil navolgen in de verkondiging van het Rijk Gods, moet ook bereid zijn zijn leven te geven, zoals de Heer zelf dat gedaan heeft. Inderdaad in alle opzichten een koppig geschenk! Al mijmerend dacht ik: koppige mensen, daar wordt doorgaans niet zo positief naar gekeken. Maar vraagt de weg van het evangelie niet een bepaalde koppigheid, een trouwe hardnekkige volharding?

Een speelbal wordt hij in de dans
van vrees en wraak en tweedracht.
Dood door het zwaard, zijn hoofd de prijs,
begraven met een weeklacht.
Een rechte mens, van geest vervuld,
die Gods woord wel moet spreken;
tot op vandaag verwijst hij ons
naar Jezus’ levensteken.
Johannes is zijn naam,
Gods rijk kondigt hij aan,
hij wijst een nieuw bestaan,
een koppig geschenk.

God zegen uw Kerk met koppige mensen
trouw aan U, volhardend een antwoord levend
op Uw roep, door U gezonden. Amen.

Om te beminnen!

Vanmorgen kwam de 1e lezing uit Deuteronomium: ‘Jahweh, uw God, is de God der goden en de Heer der heren: de grote, sterke en ontzagwekkende God, die geen aanzien des persoons kent, en geen geschenken aanvaardt.Hij verschaft recht aan wees en weduwe, Hij bemint den vreemdeling, zodat Hij hem voedsel en kleding verschaft.Bemint dus den vreemdeling; want zelf waart gij vreemdeling in het land van Egypte.’ (Deut. 10, 17-19)

De vreemdeling beminnen is een van de dingen waartoe God zelf ons oproept. En ik heb gebeden voor de vluchtelingen en vreemdelingen in onze tijd. Dat zij liefdevol worden opgevangen.

Vanmiddag las ik in het Nederlands dagblad: Reddingsboot is niet welkom

Hoe ver staan we af van het koninkrijk Gods, dat rijk waar God regeert?! Vaak wordt God daar op aangekeken. Hoe kan er een God zijn als de wereld zo’n puinhoop is?

Aan Hem zal het niet liggen. Maar zijn wij bereid om handen en voeten te geven aan de komst van Gods koninkrijk? Bemint dus de vreemdeling en doe wat God ons vraagt!

Mensen van Uw Belofte: Ik ben

Vandaag een jaar geleden vierden Hanneke en ik voor het eerst in onze huiskapel. Het was en is een fijne plek om samen te vieren!

20181002_080707

Vanmorgen stond Genesis 28 centraal met het verhaal van Jakob. Jakob heeft zijn broer Esau de zegen ontnomen door bedrog. Vandaag in vers 10 – 22 lezen we hoe Jakob Berseba ontvlucht en op weg gaat naar Charan. Tijdens de slaap krijgt hij een droom:

‘Hij zag een ladder die op de aarde stond en helemaal tot de hemel reikte, en daarlangs zag hij Gods engelen omhoog gaan en afdalen. Ook zag hij de Heer bij zich staan, die zei: ‘Ik ben de Heer, de God van je voorvader Abraham en de God van Isaak. Het land waarop je nu ligt te slapen zal ik aan jou en je nakomelingen geven. Je zult zoveel nakomelingen krijgen als er stof op de aarde is; je gebied zal zich uitbreiden naar het westen en het oosten, naar het noorden en het zuiden. Alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als jij en je nakomelingen. Ikzelf sta je terzijde, ik zal je overal beschermen, waar je ook heen gaat, en ik zal je naar dit land terugbrengen; ik zal je niet alleen laten tot ik gedaan heb wat ik je heb beloofd.’ (Gen. 28, 12-15)

En Jakob, vol ontzag, richt de steen op die hij als zijn hoofdsteun had gebruikt en wijdt hem. Hij geeft de plaats de naam Betel en legt daar een gelofte af:

‘Als God mij terzijde staat en mij op deze reis beschermt, als hij mij brood te eten geeft en kleren aan mijn lichaam, en als ik veilig terugkom bij mijn verwanten, dan zal de Heer mijn God zijn. Deze steen die ik gewijd heb, zal dan een huis van God worden. En ik beloof dat ik U dan een tienden deel zal afstaan van alles wat U mij geeft.’ (Gen. 28, 20-22)

God raakt Jakob aan en herhaalt de belofte die hij eerder aan Abraham heeft gedaan. En Jakob neemt de belofte aan. Hij gaat op weg met de belofte als het ware in zijn rugzak. Dat is wel even anders dan de zekerheid die wij vaak vragen! De ervaring van Jakob dat hij de Heer aan zijn zijde heeft is voldoende.

Als gesproken lied, want de melodie kenden wij niet, hoorden wij een prachtige tekst van René van Loenen:

Het eerste licht raakt Jakob aan:
Ik ben.
Er is een lange weg te gaan.
Maar waar geen reisgenoot meer is
behoudt één naam betekenis:
Ik ben.

De naam die afdaalt in de nacht:
Ik ben,
die in een droom op Jakob wacht.
Ik ben het woord dat naar u taalt,
u voorgaat en u achterhaalt,
Ik ben.

Hij is op deze plaats geweest:
Ik ben.
De schepping ademt nog zijn geest.
Zelfs in een steen weerklinkt zijn naam,
de kracht die mensen op doet staan:
Ik ben.

O onuitsprekelijk geheim,
Ik ben.
Wil ons ook tegenwoordig zijn.
Hoe ontzagwekkend is de plaats
waar Gij op ons te wachten staan.
Ik ben.

(Tekst van René van Loenen; Nieuw Liedboek 815)

Ook op ons staat Hij te wachten. Merken wij Hem op?

Dat wij open staan
en de deur van ons hart wijd open zetten
voor U, Die is.
En dat wij, als Jakob
op weg durven gaan
waarheen Gij ons gaan doet
als mensen van Uw Belofte:
Ik ben.