Tussen Pasen en Pinksteren: Hemelvaart

Gaat uit over de hele wereld… in Jezus’ voetstappen

Onze voorganger van vanmorgen noemde het feest van Hemelvaart een ‘tussenfeest’ – midden in de week, tussen Pasen en Pinksteren. Officieel loopt de Paastijd door tot en met Pinksteren, maar vroeger eindigde de Paastijd met Hemelvaart. Voor beiden is iets te zeggen.

Vandaag voel ik mij aangesproken door Hemelvaart al tussenfeest, tussen Pasen en Pinksteren in. Pasen is voorbij, de Heer is weg en Pinksteren is nog niet, de Geest laat op zich wachten. Dat beeld van Hemelvaart past voor mij bij de situatie van onze Kerk en het religieuze leven in onze tijd in Europa. Kerken die sluiten, vergrijzende gemeenschappen en een afnemend aantal jongeren die nog voor het religieuze leven kiest.  Ik kan mij daar soms wat alleen en achtergelaten bij voelen – dan sta ik, als die apostelen van toen, wat naar de hemel te staren.

Het feest van Hemelvaart is hiermee echter niet afgelopen: de kracht van de heilige Geest wordt ons toegezegd. Wij zijn dus in afwachting van de heilige Geest. Vandaaruit is het feest van vandaag een feest tussen ‘opstanding’  en ‘uitzending’, er wordt ons tijd gegeven om na te denken over hoe we verder willen. Ben ik bereid het van Jezus over te nemen? in zijn voetspoor te gaan? Het evangelie van vandaag laat Jezus tot ons zeggen: ‘Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan heel de schepping.’ Zo is het feest van Hemelvaart een oproep om in beweging te komen, in het evangelie te geloven en deze blijde boodschap handen en voeten te geven in navolging van Jezus. Bidden wij om moed en om de komst van de heilige Geest, de ons toegezegde Helper!

‘Blijf niet staren op wat vroeger was, sta niet stil bij het verleden. Ik, zegt Hij, ga iets nieuws beginnen; het is al begonnen, merk je het niet?’

Laat ons gaan! Tot lof van God!

Uit diepten ongemeten (Maria de Groot)

Pasen

De onderstaande tekst van Maria de Groot blijft mij raken, iedere keer weer. In de Paastijd zingen we wekelijks een aantal strofes als hymne. Ik lees de andere strofes er dan voor mijzelf bij. Dit lied beschrijft voor mij Pasen als een geestelijke weg, verwoording van ervaringen en verwoordingen van wat nog in de toekomst ligt. Een lied over wat Hij in mijn leven gedaan heeft en doet. Ik deel het met jullie en hoop dat het ook jullie mag raken. Met lof en dank aan Maria de Groot en tot lof van God.

Uit diepten ongemeten
die geen betreden kan dan de Beminde
gekruisigd en verrezen
om ons voor U te winnen,
schept Gij het licht waarvan wij mogen drinken.

Het licht door U geschapen
dat in de nacht van lijden leek verdwenen,
laat zich als vruchten rapen
in de vervulde beemden
waar God aan God en mensen is verschenen.

Dit licht wordt nooit meer donker.
Het is de liefde die haar dag gaat spreiden
in een fontein van vonken,
een brandend lichtgetijde
dat zon en maan verenigt ongescheiden.

Verblindende Beminde,
U bent mij liever dan de rijkste dagen
die ik voorheen mocht vinden
zo zwanger van het vragen
wat toch de zin was om mijn pijn te dragen.

Hiervoor werd ik geboren:
om deze vlam te zien en te ontvangen.
Gij ging in licht verloren
om met U te omhangen
de schepselen die branden van verlangen.

U hebt het licht ontketend
dat door de dood geroofd was en gebonden
en dit is ons het teken:
wij moeten van U spreken
er gloeit een kool van vuur op onze monden.

Jesaja heeft gesproken:
de vlaspit flakkert maar zij zal niet doven,
het riet wordt niet gebroken,
wij gaan de nacht te boven,
geknakt wilt U ons binden in uw schoven.

Wij zijn het lichtend koren
dat wuift op door de wind bevlogen velden,
totdat U ons komt oogsten
en U ons zult vergelden
zovele korrels onze aren telden.

Licht boven alle lichten,
verlicht de wereld en herschep haar krachten
om zich op U te richten,
Gij aan het licht gebrachte
ster die blijft klimmen tot het eind der nachten.

Paasgeloof door twijfel en ongeloof heen

Beate Heinen, Neue Schöpfung 1996

De evangelielezingen van de afgelopen Paasweek waren allen verrijzenisverhalen. Daarbij nam de verwarring, de twijfel en het ongeloof van de leerlingen een duidelijke plaats in. Ook voor die eerste gemeenschap van leerlingen was het dus moeilijk om in de verrijzenis te geloven. Je zou denken dat zij die er zelf bij waren en Hem na zijn sterven gezien hebben er toch wat minder moeite mee zouden hebben. Maar, afgaande op de evangelieverhalen, was het voor hen ook moeilijk om te geloven in het lege graf. Voor de leerlingen van vandaag gaat dit ook op.  Geloof jij echt dat Jezus lichamelijk is opgestaan uit de dood? Ja, ik geloof in het getuigenis van die eerste vrouwen en leerlingen: het graf is leeg. Als de Heer niet lichamelijk was opgestaan, maar alleen geestelijk, dan zou zijn lichaam nog in het graf gelegen hebben. En de windselen en zweetdoek lagen zo netjes dat er volgens mij ook geen sprake van roof is geweest. Kijk, weten kan ik het natuurlijk niet en verstandelijk gesproken is het niet erg waarschijnlijk, ja, dat is waar… en toch geloof ik het! Nooit geen twijfel of ongeloof? Ja, ook bij mij slaat de twijfel wel eens toe, maar ik kom altijd weer terug bij mijn geloof in wat er geschreven staat en wat de eerste getuigen ons hebben doorverteld. Wat blijft er over van de Schrift als ik daar aan ga twijfelen? Nee, ik geloof.

Het evangelie van vandaag uit Marcus (16, 9-15) is een mooi sluitstuk van deze Paasweek:

Nadat Jezus in de vroege morgen van de eerste dag van de week verrezen was, verscheen Hij het eerst aan Maria Magdalena, uit wie Hij zevenduivels had uitgedreven. Deze ging het vertellen aan hen die zijn metgezellen waren geweest en nu rouwden en weenden. Maar toen die hoorden dat Hij leefde en door haar gezien was geloofden ze het niet. Daarna verscheen Hij in een andere gedaante aan twee van hen toen zij te voet op weg waren naar buiten. Nadat dezen teruggekeerd waren vertelden ze het aan de overigen, maar zelfs zij werden niet geloofd. Later verscheen Hij aan de elf terwijl zij aan tafel aanlagen. Hij maakte hen een verwijt van hun hardnekkig ongeloof, omdat zij geen geloof hadden geschonken aan degenen die Hem gezien hadden nadat Hij verrezen was. Daarop sprak Hij tot hen: ‘Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan heel de schepping.’

Jezus roept ons op, met alle twijfel en ongeloof die er in ons zijn, te geloven en te getuigen. Hij kent ons en vertrouwt ons zijn boodschap toe.

Tot lof van God.

Het open graf op Paasmorgen

Het open graf op Paasmorgen – Bea van der Steen

Als Paaswens kreeg ik, van een mij dierbare vriend, bovenstaande afbeelding. De afbeelding raakt mij. Hoe meer ik er naar kijk hoe mooier ik hem ga vinden. Na een meditatie schreef ik er onderstaande tekst bij:

Het open graf op Paasmorgen
Bij een afbeelding van Bea ven der Steen

Eén gestalte zo op het eerste oog:
is het Maria Magdalena?
Een tweede komt daarbij:
de Engel met haar vleugels.
Eén en twee, en zie: daar verschijnt de Derde:
de uit het graf opstijgende Heer.
Drie als ware het één, één beeld:
een vrouw, een engel die speelt voor haar Heer,
spelend op het kruis, als ware het een harp,
spelend voor de Gekruisigde,
die uit het graf verdwenen is: opgestaan is Hij,
opgewekt uit de dood: Alleluia, Alleluia!
De Pinksterduif slaat zijn vleugels alvast uit.

Het beeld trekt mij naar binnen,
de stilte in, de stilte van mijn ziel:
geen doodse stilte – als die van Goede Vrijdag,
maar een stilte die vreugde wekt
en mij in beweging zet.

Het witte licht van Pasen,
de vuurgloed van Pinksteren,
het neemt mij mee in één beweging,
een nieuw lied dat zingt in mij:

Het graf is leeg,
Hij is niet hier,
opgestaan is Hij,
opgewekt, verrezen;
wees niet langer bedroefd
en geloof: het graf is leeg!
Alleluia, de Heer leeft!

Zr. Marianne
Pasen 2012

Zalig Pasen!

Zalig Pasen!

Commentaar bij Joh. 20, 1-9: poëtische tekst van Gerard Wijdeveld

’t is niet dat zij van huis uit, zonder moeite, elkaar verstaan en goede vrienden zijn, dat deze twee samen de stadspoort uitgaan en in dezelfde morgenschijn zich haasten. Voor wie scherp ziet zegt hun gang al, hoezeer zij van elkaar verschillen. Onder de twaalf die Jezus koos was vaak gewrijf, gekibbel, boos krakeel zelfs, maar geen twee van al die twaalf die zoveel moeite hadden in vree elkander te verdragen als deze twee, Petrus en Joannes hier.

Het bazige, ’t eigengereide, ook iets bangs, iets onbestendigs kon Joannes, de zachte, rechte, stille jongeling in Petrus moeilijk zetten. Hem van zijn kant mishaagde in de jongen allerlei dat hij maar slecht in woorden vatten kon, het meest misscheien nog wel, dat hij zo stil, alsof geen anderen bestonden, Jezus kon blijven aanzien en zijn werk vergeten.

En toch, al zou wie scherp ziet aan hun schreden reeds merken hoe zij van elkaar verschillen, gaan zij dezelfde weg en schijnt één licht helder om beider hoofden. Want zo
even zijn van het graf de vrouwen, opgetogen, haastig en zonder maar een zweem van twijfel, teruggekomen en die hebben hun verteld dat Hij niet in het graf meer was, maar was verrezen. Dat doet hen hier samen zich haasten in de morgenzonneschijn.

Nu komt de tuin in zicht waar zij die avond Jezus begraven hebben. En zij gaan beiden sneller lopen, steeds sneller. Dan kan Joannes niet meer met de tred van Petrus, die stugge, trage blijven gaan. Hij laat hem achter zich en rent vooruit, gevleugeld.

Maar als hij voor het graf gekomen is, dan gaat hij eensklaps niet verder. ’t Is alsof de wind die hem op vleugels droeg nu tegen gedraaid is en hem stil doet blijven. ’t Is of Jezus zelf daar staat en hem aanziet, zó dat hij niet wil binnengaan. Joannes, de jonge, snelle loper, wacht – hoe lang , kan hij niet zeggen – tot de logge, de langzame Petrus hen heeft ingehaald. En als hij hem voorbijgaat om als eerste in ’t open graf te treden, is het of hem Jezus zelf voorbijgaat, ja alsof hij even aan zijn borst leunt en de hartklop hoort.

Advent – Maria fiat

Maria Fiat

Toni Zenz

Dit beeld van Toni Zenz verbeeldt Maria Boodschap, Maria haar fiat, haar ja-woord.
In de advent staat er een afbeeding van dit beeld in mijn meditatiehoekje.

 Ik schreef er een meditatie bij:

Open en ontvankelijk:
“Hier ben ik Heer,
Uw wil te doen is mijn vreugde!”
In stille afwachting op wat komen gaat;
met open oren en een open hart om te kunnen horen.
En God sprak:
“Maria, Ik heb jou uitverkoren
om de moeder te worden van Mijn Kind.”
“Maar hoe moet dat dan?”
“Voor Mij is niets onmogelijk;
heb vertrouwen en geloof in Mijn Woord!
Maria, wil jij de moeder worden van Mijn liefste Kind?”
“Laat met mij gebeuren wat U gezegd hebt.
Ja, Heer, ik ben bereid!”
Wat zal dit ja-woord mij brengen?
Wijs mij Uw weg Heer!
Hier ben ik Heer,
Uw wil te doen is mijn vreugde!”

Lijden: een feest?

Toni Zenz – Piëta (detail)

Vandaag viert de kerk het feest van onze lieve Vrouw van Smarten. Het is, zo vermoed ik, door de kerk gekozen als vervolg op de dag van gisteren, het feest van Kruisverheffing. In eerste instantie kunnen zulke feesten iets oproepen van een ‘verheerlijking van het lijden’. Hoe zou het lijden een reden voor een feest kunnen zijn? Ik kan, en ik vermoed velen met mij, het lijden niet als een feest zien. Wat vieren we dan?
Als ik nadenk over de verheffing van het Kruis, dan is dat het Kruis waaraan de Verrezene hangt. Jezus Christus die ons in zijn leven heeft laten zien dat er een manier is om met lijden om te gaan, het lijden te overwinnen, het lijden en de dood niet het laatste woord te geven. Kijken naar Jezus helpt mij om mijn eigen kruisjes te dragen. Ik kan mijn eigen lijden ook opdragen aan Hem en daarmee wordt het wat lichter. Het lijden zelf is geen reden om te vieren. De overwinning van het leven op het lijden en de dood wel.
Het feest van gisteren liet ons naar Jezus kijken; Jezus als Leraar in het lijden als levensweg. Het feest van vandaag laat ons naar Zijn moeder Maria kijken. Als je kind of een andere geliefde lijdt, dan lijdt je mee. Als één lid van het lichaam lijdt, dan lijdt het hele lichaam. Kijken naar Maria, hoe zij met haar lijden is omgegaan kan ook ons helpen. Mij raakt in Maria hoe zij alles in de stilte van haar hart bewaart en in gebed bij haar Heer God neerlegt. Het geloof als draagkracht, waarin Maria – beeld van onze moeder de kerk – ons voorgaat. Toch voldoende redenen om vandaag dankbaar te vieren. Goede feestdag!

Heilig Hart van Jezus

Heilig Hart (httpwww.rk-engelenwerk.nl)

‘Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken. Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’  (Mt. 11, 28-30)

Deze tekst van Jezus horen we in de evangelielezing op het Hoogfeest van het Heilig Hart van Jezus. Het is een tekst die mij altijd ontroert. Hieronder volgen wat mijmeringen van mij bij deze woorden van Jezus.

Jezus nodigt uit: Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt En hij doet een belofte: Ik zal u rust en verlichting schenken. Dat is mooi, klinkt ook eenvoudig, maar hoe gaat dat in de praktijk?-
Jezus vraagt ons naar Hem te kijken als voorbeeld en leraar: Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij; Gevraagd wordt het juk van Jezus op je schouders te nemen… zijn kruis te dragen. Hoezo mijn juk is zacht en mijn last is licht? Dat kruis kan je toch niet zacht en licht noemen. Wat bedoeld Jezus hier nu? Nog maar even verder kijken.

Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; Is dat de basishouding van waaruit het dragen licht wordt? Goedhartig en mild, bescheiden en ootmoedig?  Zo’n houding kan in ieder geval wel helpen de vrede in mijn hart te bewaren; rust in mijn ziel te vinden. Als ik kijk naar Jezus dan zie ik hoe Hij mild kon kijken naar zijn beulen, Hij was vergevingsgezind tot het einde toe. Ik zie ook dat Hij zijn lijden gedragen heeft zonder daarbij het contact met zijn Vader te verliezen – door deze verbondenheid heeft Hij de kracht gekregen zijn kruis te dragen. Jezus kon die ondraaglijke last dragen omdat  Hij zich gedragen voelde door zijn Vader.  Als je een last zo kan dragen wordt die last dan lichter? De last op zich niet, maar het dragen denk ik wel.

Geluk,

Zuster Marianne