Maak je roeping waar!

Vanmorgen in de ochtendviering werd ik getroffen door de afbeelding van Clara in onze kapel: Clara lezende in de Bijbel. En daarbij de Ingeving: dát is je belangrijkste taak! Al het andere moet daaraan ten dienste staan.

Vanmiddag in de middagdienst las ik verder in de Brief van Paulus aan de christenen van Efese. Het eerste vers: ‘Ik, de gevangene in de Heer, vraag u dus met aandrang een leven te leiden dat beantwoordt aan de roeping die u van God ontvangen hebt.’

Ik Weet waartoe God mij geroepen heeft en roept. Door wereldse zorgen word ik daar vaak van af gehaald. Ik vind bijvoorbeeld dat ik een baantje buitenshuis moet zoeken om (op termijn) zelf in mijn levensonderhoud te kunnen voorzien. Een baantje passend bij mijn roeping vinden is niet gemakkelijk en dat is dan ook nog niet gelukt. De zorgen om mijn financiën kunnen mij dan wat lam leggen. Kan ik ook dit stuk van mijn leven in Gods hand leggen?

God vraagt mij: maak je roeping waar! Hoe? Ga maar op weg en heb vertrouwen! Ik voel hoe de ervaring vanmorgen en vanmiddag mij weer op weg zetten en vertrouwen geven. Het belangrijkste: volg je roeping! Het bidden en lezen van de Bijbel, mij door deze woorden laten (om)vormen en hiervan delen en doorgeven, opdat ook anderen door God kunnen worden aangeraakt. Ontvangen en doorgeven van wat Hij mij geeft! Tot lof van God en in het vertrouwen dat mij dan ook in het andere een weg gewezen wordt!

Franciscus van Assisi, de Christusman!

Franciscus; Foto: T. Hontelez (Franciscaanse Beweging)

Deze afbeelding kreeg ik van de Franciscaanse Beweging, bij gelegenheid van het Franciscusfeest 4 oktober en het aankomende kapittel (ledenvergadering van de FB).

Het beeld raakt mij. Het laat zien waar het Franciscus in zijn leven om gegaan is: de liefde voor de Gekruisigde, de liefde voor Jezus Christus! En Franciscus wist dat het Kruis, het lijden en de dood, niet het laatste woord hebben bij God. Kon hij daarom ook zijn eigen lijden zo dragen? Ik vermoed dat hij zich in zijn lijden sterk verbonden heeft gevoeld met Christus. Hoe anders kan het dat hij zijn prachtige Zonnelied op zijn sterfbed dicht!

Wees geprezen, mijn Heer, door wie omwille van uw liefde
vergiffenis schenken, en ziekte en verdrukking dragen.
Gelukkig wie dat dragen in vrede,
want door U, Allerhoogste, worden zij gekroond.
Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster de lichamelijke dood,
die geen levend mens kan ontvluchten.
Wee hen die in doodzonde sterven;
gelukkig wie zij in uw allerheiligste wil vindt,
want de tweede dood zal hun geen kwaad doen.
Prijs en zegen mijn Heer,
en dank en dien Hem in grote nederigheid. (Zonnelied 10-14)

Tot lof van God!

Echt leven breekt door

Wat is het leven?
Adem en hartslag ja
mij door God gegeven.
Iedere seconde stroomt het
leven in mij.
Adem en hartslag willen stromen
door mij heen, frank en vrij…
zo is het echte leven,
zo zou het moeten zijn.

De vrees van de Heer
bewaakt mijn leven, mijn ziel.
God houdt van zijn mens, zijn schepsel,
laat zijn krachten wonen en werken in mij
en waar Hij mijn lof bewaakt
daar kan de vijand niet binnen dringen,
geen plaats is daar voor hem.

Liefde opent, geeft ruimte
en verdrijft de verstikkende vrees.
Wijsheid ziet en weet, doorgrondt
en maakt vrij van niet-weten.
Angst en onwetendheid ontnemen mij
adem en hartslag, het leven.
Liefde en wijsheid maken zacht,
het echte leven wekken zij in mij.

Geduld geeft ruimte, maakt tijd in geest
en verdrijft de dodende toorn.
Nederigheid schept ruimte in plaats
en vernietigt de opwinding,
het mij willen stellen boven de ander.
Woede en opwinding ontnemen mij
adem en hartslag, het leven.
Geduld en nederigheid maken zacht,
het echte leven wekken zij in mij.

Armoede met vreugde gepaard,
geen gebrek, delen wat je hebt.
Zij verdrijft de gierigheid die verstikt,
de hebzucht die ons geen vreugde kan schenken.
Alles is gegeven, ik bén arm
en dat is een vreugde,
geeft adem, hartslag, het leven, maakt zacht
het echte leven wekt zij in mij.

Rust opent, geeft ruimte in mijn ziel
en haalt de verstikkende zorgen van mij weg.
Bezinning voedt mijn ziel, geeft leven
en behoedt mij voor ronddolen.
Bezorgdheid en ronddolen ontnemen mij
adem en hartslag, het leven.
Rust en bezinning maken zacht,
het echte leven wekken zij in mij.

Barmhartigheid raakt, ziet en doet
breekt door de moordende verharding heen.
Een wijze maat vraagt om een groot en open hart
en bevrijdt mij van een onbarmhartige veeleisendheid.
Verharding kost je je echte leven, ontnemen mij
adem, hartslag, het leven.
Een barmhartig en open hart maakt zacht,
het echte leven wekt zij in mij.

Wat is het leven? Wat is het echte leven?
Leef in mij lieve God, herschep mijn hart
leef in mij door uw deugden, uw krachten.
Wek mijn zachtheid, doorbreek mijn hardheid,
dat ik het echte leven leven mag
zoals U zag toen U mij maakte
en waarvan U zei: het is goed, heel goed!

Deze blog heb ik eerder gepubliceerd (24 april 2016), maar hij is op voor mij onverklaarbare wijze zoek geraakt. Via Karina Aarts, die de tekst in haar afstudeerscriptie heeft gebruikt, vond ik hem terug. Best een mooie tekst (al zeg ik het zelf)! Dank je Karina voor het bewaren en teruggeven!

Ik schreef de blog naar aanleiding van een bezinningsdag over Wijsheidsspreuk 27 van Franciscus van Assisi en heb daarbij gebruik gemaakt van gedachten van Sandra van der Zon.

Zie je dan niet, hoe Mijn huis in verval is?

Zie je dan niet, hoe Mijn huis in verval is?
Herstel Mijn huis! Ga en herstel Mijn huis!
De fundamenten zijn er nog, om op te bouwen:
een huis als nieuw, voor de nieuwe tijd.

Zie je dan niet, hoe Mijn huis in verval is?
Ga op weg en hervorm Mijn huis,
vanuit het eeuwig fundament: Mijn evangelie:
het Rijk Gods is daar, vandaag en morgen weer.

Zie je dan niet, hoe Mijn huis in verval is?
Franciscus en Clara hebben het gezien
en zijn aan de slag gegaan, toen.
Vandaag is het aan ons. Laten we gaan!

Eén met Hem

Laat je beminnen,
door Hem die jij bemint.
Zijn liefde wekt liefde,
trekt jou naar Hem toe.
In die Stroom wordt je
door de aanschouwing, één
met Hem die je aanschouwd,
één zoals alleen de liefde
twee kan verenigen tot één.

Geschreven naar aanleiding van verzen 28-34 uit de 4e Brief van Clara van Assisi aan Agnes van Praag, na een mooie bijeenkomst van de Claraleesgroep in ons klooster ‘De Bron’.

Die in de hemel zijt

De mooie bezinningsdag van gisteren werkt nog in mij door.  We stonden stil bij het Gebed bij het Onze Vader van Franciscus van Assisi.
Zijn uitleg/bede bij ‘Die in de hemel zijt’:

Die in de hemel zijt
in de engelen en heiligen.
Gij verlicht hen tot kennis, omdat Gij, Heer, licht zijt;
Gij ontvlamt tot liefde, omdat Gij, Heer, liefde zijt;
Gij woont in hen en vervult hen tot gelukzaligheid,
omdat Gij, Heer, het hoogste goed zijt,
het eeuwige goed van wie al het goede voortkomt
en zonder wie er geen goed bestaat.

(GebOV 2)

Bij Franciscus is de hemel geen plaats, niet een bepaalde plek, maar een relatie, een relatie met God in engelen en heiligen.

Deze relatie heeft drie aspecten: verlichting, liefde en inwoning (vervulling):

  • God is licht.

Hier klinken diverse teksten van Johannes in door: ‘God is licht, er is in Hem geen spoor van duisternis’ (1 Joh. 1, 5) en Jezus die van zichzelf zegt: ‘Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, dwaalt niet rond in de duisternis, maar zal het licht van het leven bezitten.’ (Joh. 8, 12)

  • God is liefde.

We horen weer Johannes: ‘De mens zonder liefde kent God niet, want God is liefde. En de liefde die God is, heeft zich onder ons geopenbaard doordat Hij zijn enige Zoon in de wereld gezonden heeft, om ons het leven te brengen.’ (1 Joh. 4, 8-9)

  • God is het hoogste en eeuwige goed. Dit is een geliefd thema bij Franciscus. En God is het hoogste en eeuwige goed omdat Hij woont in zijn engelen en heiligen, bij hen zijn rustplaats en woning maakt. (vgl. 1 BrGel 1, 6; vgl. Joh. 14,23).

De heiligen zijn alle mensen in wie God woont. De hemel is Gods inwoning in iedere mens! Gods inwoning in ons als licht, als liefde en als goedheid.

Die in de hemel zijt
Gods inwoning
in de engelen en heiligen;
Gods licht
Gods liefde
Gods goedheid
zichtbaar, ervaarbaar
door mensen
in wie de hemel nabij is.
Hier raken hemel
en aarde elkaar!

Vrije vogel Francesco

Franciscus, Leo van Veghel

Je levensweg gegaan
uitgevlogen ben je
Francesco
vrije vogel.

De strik gebroken
de ban gebroken
Francesco
vrije vogel.

Mijn broeder en tochtgenoot
ben je geworden
op mijn levensweg
mijn weg van bevrijding
mijn menswording
wordend zoals jij geworden bent:
beeld van onze Allerhoogste
zoals wij zijn bedoeld
door onze lieve God:
vrije vogels.

Strikken openen zich
de ban toont barsten
leven ontspruit,
laat zich niet meer stoppen.

Dank mijn dierbare broeder
voor jouw aanwezigheid
je voorbeeld
je inspiratie
je broeder-zijn
voor mij nu
zoals voor je lieve zusje Chiara toen.

Dank mijn dierbare Francesco
dat je mij gezegend hebt
hebt opgevangen waar ik viel
en mij weer hebt omhooggegooid
totdat ik vliegen kon
op eigen kracht
als een vrije vogel

tot lof van God.

Franciscusfeest 2014, Zr. Marianne

Pax

Pax (2014); zr. Marianne

Deze middag hebben we met het Clara-weekend mandala’s getekend naar aanleiding van een gedeelte uit de 4e brief van Clara aan Agnes. In het tekenen werd mij duidelijk hoe de heilige Armoede bij Clara een weg is om te gaan, de weg van de concrete navolging van Christus, van Hem die in een kribbe is gelegd, die arm en nederig heeft geleefd en die arm en naakt op het kruishout is gestorven. Wij mogen ons spiegelen aan het leven van Jezus van zijn geboorte tot aan zijn dood en verrijzenis.

Onder het tekenen kwam die mooie slotzin uit de lofzang van Zacharias in mij boven: om onze voeten te richten op de weg naar vrede – daar is het waar de weg van de heilige Armoede, de weg van de navolging van Christus ons toe voert.

Hem achterna, Die God die mens geworden is;
de armoede van Hem die in een kribbe is gelegd;
o, verbijsterende armoede.
Een leven: Hem achterna!
Mijn leven: Hem achterna!
Een weg naar vrede;
Hem achterna, Die God die mens geworden is.

Tot lof van God. Vrede en alle goeds!

Vrede dichtbij (en veraf)

Vrede en alle goeds!

Op verzoek van de Raad voor Levensbeschouwing en Religie en de Raad van Kerken in Nijmegen heb ik 27 september 2013, in het kader van de vredesweek, een bijdrage geleverd over het thema ‘Vrede dichtbij’.

Edwin Ruigrok van IKV Pax Christi sprak die avond over ‘vrede veraf’. Aan het einde van de avond ontstond er een mooie uitwisseling met de deelnemers waarin duidelijk werd dat vrede veraf en vrede dichtbij aan elkaar raken en niet ‘los verkrijgbaar zijn’.

Mijn bijdrage van die avond vind je hieronder:

De Heer geve u vrede, vrede en alle goeds!

 

Openingsgebed:

Goede God, wees aanwezig hier in ons midden
en zegen ons met uw vrede.
Onze wereld is er een van verdeeldheid en onrust,
vaak uitlopend op oorlog en haat.
En ook in onze kleine wereld valt het niet mee
om de vrede te bewaren.
Toch weten wij ons geroepen om vredestichters te zijn
om verdeeldheid op te heffen.
Zegen ons daartoe, opdat wij zijn toegerust
voor deze niet eenvoudige taak.
Zo bidden wij U die onze God zijt
tot in eeuwigheid.

Vrede verweg & vrede dichtbij: ze staan niet los van elkaar.  Ik werd getroffen door het verhaal van Thue Raajaer Jenssen, een legerpredikant die als pastor voor de Deense vredesmissie was uitgezonden naar Afghanistan. Hij vertelt:

‘Onze soldaten werken aan de vrede. Daar hebben ze veel ervaring in. Maar in Afghanistan is het moeilijk. De Taliban bestrijden ons en belemmeren ons in ons werk: scholen en bruggen bouwen en wegen aanleggen. Het lukt niet goed om de strijdende partijen uit elkaar te houden. In Afghanistan is het vredeswerk een strijd op leven en dood. Vrede brengen in Afghanistan betekent tegelijk het doden van de Taliban! Het vredeswerk in Afghanistan is daarom het moeilijkste wat er is: mensen doden om mensenlevens te redden. We vergelden kwaad met kwaad en verontschuldigen ons daarvoor. Maar is dat wel terecht? Hebben we als mensen het recht om dat te doen? Hebben we het recht om mensen te doden om de kinderen van Afghanistan een toekomst te bieden? En kunnen we wel verder leven met de verantwoordelijkheid dat we mensen hebben gedood? Een wijs man heeft gezegd: Schieten is het makkelijkste wat er is. Ermee verder leven, is het moeilijkste… Deze verantwoordelijkheid rust zwaar op de schouders van onze militairen. Is er vergeving voor mensen, die gedood hebben, ook al hebben ze dat gedaan in opdracht van anderen? Het is mijn taak geweest als pastor onze militairen als mens te steunen. Hun zonden vergeven kan ik niet, dat kan geen mens, alleen God. Maar ze de liefde van God verkondigen, dat wel. Zoek en je zult vinden, staat er in de Bijbel. Een soldaat die vergeving van zijn zonden zoekt, moet dat horen.’[i]

Tot zover Thue Raajaer Jenssen.

De vrede verweg raakt ook aan de vrede dichtbij en aan de vrede in jezelf, je innerlijke vrede. En hoe belangrijk is de zorg voor die innerlijke vrede, voor die verdere vrede!

Als zusters clarissen laten wij ons, naast Jezus van Nazareth, inspireren door Franciscus en Clara van Assisi. Naast schepping, eenvoud en aandacht voor het kwetsbare is vrede een belangrijk thema in onze franciscaanse spiritualiteit. Vrede als levenshouding en levensweg zijn daarbij een rode draad. Franciscus roept zijn broeders niet voor niets op om als vredebrengers door de wereld te gaan en overal waar zij komen de vredegroet te brengen: ‘De Heer geve u vrede, vrede en alle goeds!’

Ik zal in mijn spreken over vrede regelmatig de naam van Jezus Christus noemen. Ik wil hiermee niet de niet-christelijke tradities uitsluiten. Ik kan zelf echter niet anders dan spreken vanuit mijn eigen traditie en daarbij is Christus belangrijk. Ik hoop dan ook dat niemand zich door mijn spreken uitgesloten voelt!

In de Geschriften van Franciscus en Clara vind ik wijzingen, wijze adviezen voor onderweg.

In de 15e wijsheidsspreuk van de heilige Franciscus lezen we:

‘Gelukkig wie vredelievend zijn, want zij zullen kinderen van God genoemd worden. Zij zijn echt vredelievend die bij alles wat zij in de wereld te lijden hebben, omwille van de liefde van onze Heer Jezus Christus in gemoed en lichaam de vrede bewaren.’[ii]

De mensen moeten als het ware aan onze vredelievendheid kunnen zien dat wij kinderen van God zijn. Aan onze manier van omgaan met lijden en verdeeldheid, met geweld en onvrede, moeten zij kunnen zien dat wij de vrede lief hebben. En wel omwille van de liefde, de liefde van Christus, omwille van de weg die Hij voor ons gegaan is, een weg van ‘liefde tot het uiterste toe’.

En die vrede omvat ons helemaal: gemoed en lichaam. Zó mogen wij Jezus navolgen op de weg naar God, de weg naar vrede, naar dat Koninkrijk van God.

En de heilige Clara schrijft in haar Regel (10, 6-7.9b-12):

‘Ik vermaan mijn zusters en spoor hen aan in de Heer Jezus Christus, dat zij zich hoeden voor elke vorm van hoogmoed, ijdele roem, afgunst en hebzucht, voor elke zorg en bekommernis van deze wereld, voor kwaadspreken en kankeren, voor tweedracht en verdeeldheid. En zij zullen ervoor zorgen steeds onder elkaar de eenheid van de wederzijdse liefde te bewaren, die de band is van de volmaaktheid. Zij zullen voor ogen houden dat zij boven alles moeten verlangen de geest van de Heer en zijn heilige werking te bezitten: steeds tot Hem te bidden met een zuiver hart, deemoed en geduld te hebben in verdrukking en ziekte en hen lief te hebben die ons vervolgen, verwijten maken en beschuldigen. Want de Heer zegt: ‘Gelukkig die vervolging lijden omwille van de gerechtigheid, want hun behoort het rijk der hemelen (vgl. Mt 5,10).’ [iii]

De geest van de Heer en zijn heilige werking. Deze Geest brengt ons de innerlijke vrede en in het verlengde daarvan de vrede daarbuiten. In het bidden richten we onze aandacht op God, de Gever van vrede en alle goeds.

In het concrete leven is het nog een hele opgave om in die Geest te blijven en bij die vrede van God. Hoogmoed, ijdele roem, afgunst en hebzucht, … zij verstoren die Geest. Het is een weg van vallen en opstaan. Ik ervaar de concrete zustergemeenschap waarin ik leef als een heilzame oefenplaats. En vallen is niet erg als ik maar weer opsta, de moed niet opgeef. Niet voor niets spreekt Clara over het verlangen de geest van de Heer en zijn heilige werking te bezitten. Het is en blijft een verlangen!

Vrede dichtbij: vrede daar waar ik concreet sta, in mijn eigen leefomgeving – mijn kloostergemeenschap, mijn gezin, mijn werkkring, mijn kerkgemeenschap, parochie, gemeente of moskee, de voetbalclub, etc. Deze plekken zijn mijn inziens goede oefenplekken voor vrede, juist omdat ze zo dichtbij en concreet zijn.

In de gemeenschap leer ik mijzelf ook beter kennen, met name ook mijn schaduwzijden. De gemeenschap is een heldere spiegel waar ik niet omheen kan, niet omheen wil. De gemeenschap als struikelblok en als stimulans. Mag ik over een medezuster vallen (in de figuurlijke zin van het woord), zij doet mij ook weer opstaan. Zo is de gemeenschap een plek om te groeien, om mens te worden.

Zo is de gemeenschap ook een oefenplaats voor vrede, voor het bewaren van je innerlijke vrede, voor het bewaren van de vrede onder elkaar en daarin voor de vrede naar buiten toe. Ik moet hierbij denken aan een andere wijsheidsspreuk van broeder Francicus:

In de 13e wijsheidsspreuk van de heilige Franciscus lezen we:

‘Gelukkig wie vredelievend zijn, want zij zullen kinderen van God genoemd worden. Een dienaar van God kan niet weten hoeveel geduld en nederigheid hij in zich heeft, zolang aan zijn wensen voldaan wordt. Maar als het ogenblik komt dat wie aan zijn wensen moesten voldoen hem het tegendeel aandoen, zoveel geduld en nederigheid als hij dan heeft, zoveel heeft hij en meer niet.’[iv]

Een wijsheidsspreuk waar ik niet zoveel aan heb toe te voegen, zo waar als het maar zijn kan, zo heeft het gemeenschapsleven mij geleerd!

Franciscus stuurt zijn broeders de wereld in met de vredesgroet. En in iedere eucharistieviering wensen we elkaar de vrede van Christus toe. Wat doe je dan eigenlijk? Je naasten werkelijk de vrede van de Heer wensen is ingrijpend. Het omvat niet alleen de mensen die je aardig vind en waarmee je door één deur kan. De vrede van de Heer omvat iedereen, omdat God niemand uitsluit. ‘

Shalom, vrede en alle goeds, gaat verder dan dag zeggen. Het vraagt dat ik de ander echt zie staan, sterker nog: dat ik in hem of haar mijn broeder, mijn zuster herken – een mens zoals ik met zijn mooie en met zijn moeilijke kanten en dat ik tegen die totale mens ja kan zeggen, zó mag je er zijn, zó heb ik je lief. Een ander zó kunnen aanvaarden kan alleen als je ook jezelf zó kunt zien en aanvaarden. Een mens die dat kan is een gezegend mens, een mens van innerlijke vrede, vredelievend, een mens die op zijn of haar beurt bron van vrede kan zijn, omdat vrede in en door haar heen stroomt, ze een werktuig geworden is van Gods vrede.

Als ik op het journaal de beelden uit Syrië, Egypte, of andere oorlogsgebieden zie dan voel ik mij vaak zo machteloos. Natuurlijk ik kan voor hen bidden en dat doe ik ook, maar … je zou zo graag meer willen. Ik voel hoe onze armen tekort zijn, de problemen te groot. Dat rijk van vrede lijkt verder weg dan ooit.

Zouden onze oefeningen in ‘vrede dichtbij’, met ons bidden, de ‘vrede veraf’ toch niet dienen? Ik geloof van wel. Als ieder op eigen plek een stukje vrede kan brengen dan wordt die grote wereld ook iets vrediger, en daar moeten we niet te gering naar kijken. Daar ligt voor ons een begaanbare weg naar vrede, al is het maar een beetje meer vrede, om te gaan.

De keuze om die weg te gaan moet ieder van ons zelf maken. Hierin kunnen we ons ook niet verschuilen achter een collectief. In het gaan van de weg ontmoeten we elkaar, in de gemeenschap. Maar ook hier heeft ieder zijn of haar eigen verantwoordelijkheid.

Dat brengt mij terug bij het verhaal van pastor Thue Raajaer Jenssen: mensen doden om mensenlevens te redden, is dat wel terecht? Kwaad met kwaad vergelden? Deze verantwoordelijkheid rust zwaar op de schouders van onze militairen. Het is één van de grote vragen waarmee bijvoorbeeld ook Dietrich Bonhoeffer in zijn verzet tegen Adolf Hitler heeft geworsteld. Bonhoeffer kwam tot de overtuiging dat je op de weg van de navolging bereidt moet zijn vuile handen te maken (lees: Hitler te vermoorden) als dienst aan de gerechtigheid en het Koninkrijk van God en daarbij bereidt moet zijn de uiterste consequenties te dragen (lees: je leven letterlijk te geven).

Ik ken een vrouw van wie de zoon regelmatig op vredesmissie is. Dan komen bovenstaande vragen heel dichtbij.

Een soldaat op vredesmissie die omkomt, …

Los van de vraag of je vrede kan brengen door wapens, kijk ik kijk naar hem of haar als iemand die zijn/haar verantwoordelijkheid genomen heeft, tot en met de uiterste consequentie: het geven van je leven. Het zijn voor mij de moderne martelaren die hun leven gegeven hebben voor de vrede en voor het koninkrijk van God. Blijft staan dat zij daarbij vuile handen hebben gemaakt, mogelijk mensen hebben gedood. Deze last is een zware last. Ik bid voor hen dat onze barmhartige God naar hen omziet, dat Hij ziet hoe ze hun verantwoording hebben genomen en hun leven hebben gegeven en dat God hen vergeeft en opneemt in zijn genade, zijn liefde.

Op de vraag of je vrede kan brengen met wapens mag ieder zijn eigen antwoord geven. Ik denk dat er meerdere goede antwoorden zijn en dat we dergelijke vragen niet voor een ander kunnen beantwoorden. Het oordeel hierover is uiteindelijk aan God. Dat raakte mij ook bij het bestuderen van het leven van Dietrich Bonhoeffer dat hij geen oordeel had over zijn broeders die niet wilde meewerken aan de moordaanslag op Hitler. Tegelijkertijd stond hij voor zijn eigen keuze vanuit de overtuiging dat de navolging van Christus erom vraagt dat wij onze verantwoording nemen. Niets doen kan een grotere zonde zijn.

Vrede veraf en vrede dichtbij, vrede, is dus bepaald geen roze wolk, een soort hemelse toestand van geluk en vrede – het is een serieuze zaak, die om keuzes en inzet vraagt.

Gebed (toegeschreven aan Franciscus):

Heer, maak ons tot instrument van vrede.
Laat ons liefde brengen waar haat is,
vergeving waar onrecht geschiedt,
eenheid waar tweedracht is,
waarheid waar dwaling is,
geloof waar twijfel is,
hoop waar wanhoop heerst,
licht waar duister is,
vreugde waar verdriet heerst.

Help ons om te troosten
eerder dan getroost te worden;
te begrijpen
eerder dan begrepen te worden;
te beminnen
eerder dan bemind te worden.

Want door te geven ontvangen wij,
door te vergeten vinden wij ons ware zelf,
door te vergeven ontvangen wij vergeving,
door te sterven verrijzen wij tot eeuwig leven.

Dat wij vanuit dit geloof mogen leven,
Hem achterna: Jezus Christus onze Heer.

Tot lof van God en tot zegen van zijn schepping.


[i]  Uit: Inspiratiemagazine, Geloven in Nederland, jaargang 1 nummer 3, p. 20

[ii]  Uit: Franciscus van Assisi, De Geschriften, Gottmer 2004, p. 118

[iii] Uit: Clara van Assisi, Geschriften Leven Documenten, Gottmer, 1984, p. 52-53

[iv]  Uit: Franciscus van Assisi, De Geschriften, Gottmer 2004, p. 117- 118