Mensen van Uw Belofte: Ik ben

Vandaag een jaar geleden vierden Hanneke en ik voor het eerst in onze huiskapel. Het was en is een fijne plek om samen te vieren!

20181002_080707

Vanmorgen stond Genesis 28 centraal met het verhaal van Jakob. Jakob heeft zijn broer Esau de zegen ontnomen door bedrog. Vandaag in vers 10 – 22 lezen we hoe Jakob Berseba ontvlucht en op weg gaat naar Charan. Tijdens de slaap krijgt hij een droom:

‘Hij zag een ladder die op de aarde stond en helemaal tot de hemel reikte, en daarlangs zag hij Gods engelen omhoog gaan en afdalen. Ook zag hij de Heer bij zich staan, die zei: ‘Ik ben de Heer, de God van je voorvader Abraham en de God van Isaak. Het land waarop je nu ligt te slapen zal ik aan jou en je nakomelingen geven. Je zult zoveel nakomelingen krijgen als er stof op de aarde is; je gebied zal zich uitbreiden naar het westen en het oosten, naar het noorden en het zuiden. Alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als jij en je nakomelingen. Ikzelf sta je terzijde, ik zal je overal beschermen, waar je ook heen gaat, en ik zal je naar dit land terugbrengen; ik zal je niet alleen laten tot ik gedaan heb wat ik je heb beloofd.’ (Gen. 28, 12-15)

En Jakob, vol ontzag, richt de steen op die hij als zijn hoofdsteun had gebruikt en wijdt hem. Hij geeft de plaats de naam Betel en legt daar een gelofte af:

‘Als God mij terzijde staat en mij op deze reis beschermt, als hij mij brood te eten geeft en kleren aan mijn lichaam, en als ik veilig terugkom bij mijn verwanten, dan zal de Heer mijn God zijn. Deze steen die ik gewijd heb, zal dan een huis van God worden. En ik beloof dat ik U dan een tienden deel zal afstaan van alles wat U mij geeft.’ (Gen. 28, 20-22)

God raakt Jakob aan en herhaalt de belofte die hij eerder aan Abraham heeft gedaan. En Jakob neemt de belofte aan. Hij gaat op weg met de belofte als het ware in zijn rugzak. Dat is wel even anders dan de zekerheid die wij vaak vragen! De ervaring van Jakob dat hij de Heer aan zijn zijde heeft is voldoende.

Als gesproken lied, want de melodie kenden wij niet, hoorden wij een prachtige tekst van René van Loenen:

Het eerste licht raakt Jakob aan:
Ik ben.
Er is een lange weg te gaan.
Maar waar geen reisgenoot meer is
behoudt één naam betekenis:
Ik ben.

De naam die afdaalt in de nacht:
Ik ben,
die in een droom op Jakob wacht.
Ik ben het woord dat naar u taalt,
u voorgaat en u achterhaalt,
Ik ben.

Hij is op deze plaats geweest:
Ik ben.
De schepping ademt nog zijn geest.
Zelfs in een steen weerklinkt zijn naam,
de kracht die mensen op doet staan:
Ik ben.

O onuitsprekelijk geheim,
Ik ben.
Wil ons ook tegenwoordig zijn.
Hoe ontzagwekkend is de plaats
waar Gij op ons te wachten staan.
Ik ben.

(Tekst van René van Loenen; Nieuw Liedboek 815)

Ook op ons staat Hij te wachten. Merken wij Hem op?

Dat wij open staan
en de deur van ons hart wijd open zetten
voor U, Die is.
En dat wij, als Jakob
op weg durven gaan
waarheen Gij ons gaan doet
als mensen van Uw Belofte:
Ik ben.

Een reactie op “Mensen van Uw Belofte: Ik ben

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s