Maak je roeping waar!

Vanmorgen in de ochtendviering werd ik getroffen door de afbeelding van Clara in onze kapel: Clara lezende in de Bijbel. En daarbij de Ingeving: dát is je belangrijkste taak! Al het andere moet daaraan ten dienste staan.

Vanmiddag in de middagdienst las ik verder in de Brief van Paulus aan de christenen van Efese. Het eerste vers: ‘Ik, de gevangene in de Heer, vraag u dus met aandrang een leven te leiden dat beantwoordt aan de roeping die u van God ontvangen hebt.’

Ik Weet waartoe God mij geroepen heeft en roept. Door wereldse zorgen word ik daar vaak van af gehaald. Ik vind bijvoorbeeld dat ik een baantje buitenshuis moet zoeken om (op termijn) zelf in mijn levensonderhoud te kunnen voorzien. Een baantje passend bij mijn roeping vinden is niet gemakkelijk en dat is dan ook nog niet gelukt. De zorgen om mijn financiën kunnen mij dan wat lam leggen. Kan ik ook dit stuk van mijn leven in Gods hand leggen?

God vraagt mij: maak je roeping waar! Hoe? Ga maar op weg en heb vertrouwen! Ik voel hoe de ervaring vanmorgen en vanmiddag mij weer op weg zetten en vertrouwen geven. Het belangrijkste: volg je roeping! Het bidden en lezen van de Bijbel, mij door deze woorden laten (om)vormen en hiervan delen en doorgeven, opdat ook anderen door God kunnen worden aangeraakt. Ontvangen en doorgeven van wat Hij mij geeft! Tot lof van God en in het vertrouwen dat mij dan ook in het andere een weg gewezen wordt!

Advertenties

Van bouwval tot huis

Afgelopen zaterdag is er een nieuwe bundel met vertaalde preken van Augustinus gepresenteerd. De eerste preek is bij gelegenheid van de inwijding van een kerk. De eerste verzen:

De reden van deze feestelijke bijeenkomst is de inwijding van een huis van gebed. Dit hier is het huis van onze gebeden, het huis van God zijn wijzelf.

Wat een verfrissend geluid in deze tijd van kerksluitingen!

Van bouwval tot huis
dat U ons wil vormen
Heer tot een huis
een plek waar U wonen kan.
Waar kerken tot bouwval
worden en sluiten
laat U zich niet tegenhouden.
Het huis van God zijn wij zelf
een kerk van levende stenen!

Tot lof van God en met dank aan Augustinus!

 

Paulus aan de Galaten

De afgelopen weken heb ik in de middagdienst de Brief van Paulus aan de Galaten gelezen. Deze blog bestaat uit een korte inleiding op deze Brief en uit wat mij in deze Brief inspireerde.

Ter inleiding:
De brief is rond het jaar 55 geschreven, waarschijnlijk vanuit Efeze of Macedonië. De brief is gericht aan joodse christenen, trouw aan de Tora en gelovend in Jezus als Christus. (volgens de inleiding van de Willibrordvertaling) en/of aan heiden christenen en Judaïsten (volgens Tekst voor Tekst).
Er was onenigheiod over de vraag of heiden christenen zich moesten laten besnijden. Verder probeerde men het gezag van Paulus als apostel te ondermijnen en daar reageert hij op.
Kern van de brief: door het geloof is de mens vrij!

Door het sterven en de opstanding van Jezus Christus zijn we al gerechtvaardigd. Dit is iets heel nieuws! De joden geloofden (en geloven) in de rechtvaardiging door God in het toekomstig oordeel.

Wat mij inspireerde:
Paulus spoort de gemeente aan om trouw te blijven aan Christus en niet terug te vallen in ‘slavernij’, de toestand van onvrijheid. Trouw aan Christus staat voor: geloven in zijn leven, dood en opstanding en dit geloof mij vrij maakt. Ik maak nogal eens mee dat Jezus voor mensen niet meer is dan een inspirerend voorbeeld. Ik geloof dat Hij mij werkelijk vrij heeft gemaakt, ook waar deze nog niet volledig zichtbaar is.

Paulus benadrukt dat het niet de Wet of de werken zijn die ons rechtvaardigen, maar alleen het geloof in Jezus Christus. Inderdaad een geheel nieuw geluid! Paulus zegt ook: misbruik de vrijheid niet als voorwendsel voor zelfzucht, maar dien elkaar door de liefde. De hele Wet is vervat in dat ene woord: je zult je naaste liefhebben als jezelf! Zo wordt zichtbaar dat wij bevrijde mensen zijn, levend uit God, door zijn Geest bezield.

Paulus inspireert mij door de nadruk te leggen op het geloof in Jezus Christus en op het leven van de liefde, zoals Christus die ons getoond heeft. God ziet mij en zorgt voor mij, van Zijn genade mag ik leven!

Bitterzoet

Vandaag, 6 augustus, vier ik mijn intrede dag (1999) en mijn inkledig en opname in de orde van de H. Clara (2000). Dit jaar vier ik deze dag met gemengde gevoelens. Ik voel de vreugde van mijn leven met de Heer, mijn toewijding aan Hem. Ik voel ook het gemis, dat wat niet meer is en ik mis mijn liefste medezuster van De Bron, met wie ik deze dag graag zou vieren.Als claris zoek ik een nieuwe weg, door Hem geroepen opnieuw. Daar ben ik dankbaar om en vreugdevol. Het Verbond tussen de Heer en mij gaat door! Bitter en zoet gaan deze dag dus wat samen dit jaar.

 

 6 augustus 2000

Tijdens mijn exclaustratie is de afspraak het habijt van de orde niet te dragen. Ik weet dat mijn zuster zijn en mijn toewijding aan God niet in het dragen van het habijt zit, maar het habijt staat voor mij wel ergens voor: het is het uiterlijke teken van mijn toewijding aan God, het teken dat ik van Hem ben, mijn leven in Zijn dienst stel. Ik mis het dragen van een habijt dan ook en zie uit naar de dag dat ik deze weer draag.

 

 

De kerk van de Heer!

Gisteren werd ik geraakt door de lezing uit hoofdstuk 7 van Jeremia. vandaag ‘vertaal’ ik hem, geef hem door zoals ik hem hoorde. Hij laat mij nadenken over de kerk van de Heer.

De Heer richtte zich tot Jeremia: Ga in de deuropening van de kerk staan en verkondig deze boodschap:
Luister naar de woorden van de Heer, christenen, jullie die door deze deur naar binnen gaan om de Heer te vereren. Dit zegt de Heer, onze God: beter je leven, dan ben je welkom in mijn huis, in mijn Koninkrijk. Vertrouw niet op die bedrieglijke leus: Dit is het huis van de Heer! Het huis van de Heer! Het huis van de Heer! Als jullie je leven werkelijk beteren, als jullie elkaar rechtvaardig behandelen, vreemdelingen, armen, wezen, weduwen en mensen die anders zijn, niet onderdrukken, geen onschuldig bloed vergieten en niet achter andere goden aanlopen, jullie onheil tegemoet, dan mogen jullie hier blijven wonen, in dit land aan jullie voorouders gegeven, in Gods Koninkrijk, in het huis van de Heer. Maar jullie vertrouwen op die bedrieglijke leus, en dat zal je niet baten. Jullie stelen, moorden, plegen overspel en meineed, sluiten mensen uit om hun afkomst, geven geen ruimte aan de vreemdeling en de medemens in nood, en jullie hangen andere goden aan, afgoden en goden die jullie eerst niet kenden. En toch durven jullie, terwijl jullie al die gruweldaden plegen, voor Mij te verschijnen in deze kerk, het huis waaraan mijn naam verbonden is, met de gedachte: ons kan niets gebeuren! Denken jullie soms dat het huis dat mijn naam draagt een rovershol is? Ik zie wel degelijk wat jullie doen – spreekt de Heer. (naar Jeremia 7, 1-11)

Van de kerk zijn of naar de kerk gaan is geen garantie voor ‘eeuwig leven’. En ook lid van een religieuze orde of congregatie zijn is geen garantie of pre.  God vraagt dat wij naar zijn Woord leven en recht doen, dat wij de mens die anders is zien en levensruimte geven, dat wij echt omzien naar elkaar en elkaar het leven gunnen.

Het is de kerk van de Heer! Het is Zijn kerk en niet de onze, Hij is dan ook de Gastheer, Degene die mensen uitnodigt mee te doen en bij God is iedereen die bij Hem wil komen ook welkom. Als kerken sluiten we nog veel te gemakkelijk mensen uit omdat zij er ‘naar onze maatstaven gemeten’ niet echt bij horen. In de kerk van de Heer is dat onmogelijk!

Zijn wij als kerken en kloostergemeenschappen niet veel te veel een club geworden van: we hebben het goed met elkaar, wat elitair ook soms, en wij horen er bij, God is met ons? Zijn wij niet te veel gericht op onze eigen club en te weinig betrokken op de wereld, op het onrecht en de armoede, bij de mensen die het niet redden? Veel kerken en religieuze instituten zijn mijn inziens druk met hun eigen overleven en hebben geen tijd en geld meer over (of er voor over) om op de brandplekken in de wereld aanwezig te zijn. Luister naar de woorden van de Heer, christenen, jullie die door deze deur naar binnen gaan om de Heer te vereren. Dit zegt de Heer, onze God: beter je leven, dan ben je welkom in mijn huis, in mijn Koninkrijk. Vertrouw niet op die bedrieglijke leus: Dit is het huis van de Heer!

En laat ons ook voorzichtig zijn met het aanhangen van andere goden. Ik zeg niet dat andere goden – per definitie – slecht zijn, maar wees er voorzichtig mee! Ik hoor nogal eens zeggen dat boeddha of de natuurgoden geen kwaad doen en dat ieder zo als het ware zijn eigen geloof samenstelt. De profeet Jeremia waarschuwt mij daar voor en roept mij op trouw te blijven aan de God van Israël en de God van Jezus Christus.

Ik ben nog lang niet uitgedacht over deze tekst. Deze Woorden doen op een beroep op mij. Reacties zijn welkom.

Een thuis voor herder en schaap

De afgelopen tijd heeft voor mij in het teken gestaan van mijn verhuizing naar Delft. Ondertussen begin ik in ons nieuwe huis thuis te raken en heb ik ook de eerste ervaringen in het pariochieleven van Delft opgedaan. Ik voel mij er thuis!

Pastoor Dick Verbakel had het vanmorgen, naar aanleiding van de evangelielezing, over het klassieke en het nieuwe beeld van de missionaris. Het oude beeld: Nederlandse paters en zusters die naar verre landen gaan om daar het evangelie al levend te verkondigen. Vandaag is het andersom: missionarissen komen van verre naar Nederland als missieland om hier in de Kerk te helpen.
Het lijkt er op dat de schapen in onze Kerk geen herder meer nodig hebben, het is eerder de herder die dwalend zoekt naar zijn schapen als dat de schapen zoeken….
Tot zover enkele gedachten uit de preek van de pastoor.

De afgelopen periode ben ik zelf ook wat zoekende geweest naar mijn nieuwe thuis. Mijn tussenjaar in Arnhem vond ik dat in de St. Martinuskerk aan de Steenstraat. En nu in Delft, naast onze woning, in de parochiegemeenschap van Delft. En daarin ervaar ik dat de ‘herder’ en het ‘schaap’ in mij beiden thuis gekomen zijn. Ik prijs mij gelukkig en dank de Ware Herder die mij leidt op de weg van mijn roeping!