Heer, wij wachten op Uw antwoord

‘Heer, wij wachten op Uw antwoord’ is de openingszin van het refrein welke mijn medezuster schreef om te zingen bij het aansteken van de adventskaarsen.

Een antwoord is doorgaans een reactie op een vraag of een verlangen. Op welke vraag of welk verlangen gaat het hier? Is het ons verlangen naar vrede en een eerlijke wereld? Of is het ons verlangen om zelf God te zijn? Dat laatste zit ergens diep in ons mensen. We komen het bij Adam en Eva al tegen. Wil het ooit vrede op aarde worden, denk ik dan, laat het niet gebeuren dat de mens God kan zijn! Daar verder over nadenkend vind ik het antwoord van God briljant. Zijn antwoord is dat Hij mens geworden is. Zo is Hij ons nabij gekomen, zo is Hij midden onder ons gekomen. En toch is alleen Hij God.

Ik wens jullie een goede adventstijd toe, dat we ons er weer klaar voor maken: Gods komst in ons midden. En ons door Hem de weg laten wijzen naar een wereld van vrede en recht.

Tot lof van God en tot zegen van de mensen!

In geduld dragen zij vrucht

Vandaag is het Franciscus dag, beter bekend als dierendag. De kaart die de leden van de Franciscaanse Beweging kregen nodigt mij uit om hoofdstuk 22 uit de voorlopige of eerste redactie van de Regel van de Minderbroeders ter hand te nemen.

‘Broeders, laten we allemaal voor ogen houden, dat de Heer zegt: “Heb je vijanden lief en wees goed voor wie je haten”, want onze Heer Jezus Christus wiens voetstappen wij moeten volgen heeft zijn verrader vriend genoemd en zich vrijwillig aangeboden aan wie Hem kruisigen.’ (1 Reg MB 22, 1-2)

Hoofdstuk 22 is een aaneenschakeling van met name nieuw testamentische teksten. Het is een vermaning, een richtingwijzer voor de broeders op de weg van het evangelisch leven.
De eerste twee verzen werkt hij verder uit, onder andere met gelijkenis van het zaad op de weg.

‘Wij moeten er goed voor zorgen dat we geen grond op het pad, op de rotsen of in de distels zijn, naar wat de Heer in het evangelie zegt: “Het zaad is het woord van God. Wat op het pad viel en vertrapt werd, dat zijn zij die het woord horen en het niet begrijpen; meteen komt de duivel, rooft wat in hun hart is gezaaid en hij pakt het woord uit hun hart, om te voorkomen dat ze gaan geloven en gered worden.”‘ (1 Reg MB 22, 10-13)
En zo volgen de rotsgrond en de distels, plekken waar het zaad, het woord van God, niet tot volle wasdom kan komen.

“Wat in goede aarde is gezaaid, dat zijn zij die het woord met een goed en edel hart horen, begrijpen en vasthouden. In geduld dragen zij vrucht.” (1 Reg MB 22, 17)

Franciscus begon zijn vermaning met woorden van Jezus, zoals die opgetekend zijn in het evangelie: “Heb je vijanden lief en wees goed voor wie je haten”. Levend in een tijd en wereld waarin oorlog en onrecht dagelijkse realiteit zijn, is dat niet zo eenvoudig. En toch! Jezus noemde zijn verrader vriend. Ons eigen leven mag de oefenplaats zijn.

Onderstaand verhaal van mijn medezuster maakt het bovenstaande concreet. Een mooi voorbeeld van hoe het kan.

“Wodka drink ik om warm te worden, maar nu wil ik een koffiedate.” Vanmorgen heel vroeg op Utrecht Centraal. Onderweg naar een cursusdag van mijn werk. Een man spreekt mij aan. Sjofel gekleed.
“Nou, kom maar op,” zeg ik, en ik bestel twee bekers dampende latte. “Een date mag chique zijn,” grijns ik en ik pak voor ons beiden een croissant. Hij grijnst terug.
We ontbijten samen. Hij vertelt een onsamenhangend verhaal over een leven tussen straat en verdovende middelen.
Na een tien minuten staat hij op: “Zo, en nu ga ik met André Hazes naar Parijs,” zegt hij. “Maar u bent mijn mazzeltje van vandaag.” En hij drukt een onhandige kus op mijn oor.
Ik vond het jammer dat ik vandaag geen gelegenheid heb het Franciscusfeest te vieren. Maar, zo fluistert het in mij, misschien heb ik dat zojuist wel júist gedaan.

Een gezegende dag vandaag!

#franciscusvanassisi #4oktober #iederschepselmijnbroeder #ontmoeten
(@Hanneke ter Maat)

Zo vieren de ‘binnenzuster’ en de ‘buitenzuster’ vandaag samen het Franciscus feest. Tot lof van God en tot zegen van mensen.

Geloven

Wanneer Adam zich verbergt, roept God hem te voorschijn. Daar moest ik vandaag aan denken bij de lezing over geloven. Een geloof als van een klein mosterdzaadje groeit uit tot een enorme boom.

Wat is geloven? Daarop zijn denk ik meerdere antwoorden mogelijk, en door je leven heen kan je antwoord ook veranderen. In het verhaal van Adam hoor ik hoe God in de mens gelooft en hem of haar tevoorschijn roept. God richt ons als het ware op en zet ons op de weg van het geloof. Geloven is in de Bijbel een werkwoord. Doen wat God van je vraagt: de ander recht doen in Zijn Naam. En ook dit kan op verschillende manieren. Je mag het op een jouw passende manier doen.

God roept ook jou en mij te voorschijn. Aan Hem zal het niet liggen. God gelooft in de mens. Nu wij nog!

Een bijzondere dag

Vandaag is het 6 augustus. Voor mij alweer vele jaren een bijzondere dag. De kerk viert het feest van de gedaanteverandering van de Heer. Het is de dag waarop mijn aan God gewijde leven begon. In de loop der jaren is de vorm veranderd, maar nog altijd leef ik mijn toewijding aan God in de geest van Clara van Assisi. In dankbaarheid kijk ik terug op mijn leven als Claris en als zuster van de Feminae Pacis en bid ik om Zijn zegen op mijn weg met Hem.

Vrouwen van vrede

Vanmorgen in de viering voelde ik mij aangesproken als zuster van de Feminae Pacis, als vrouw van vrede. In de lezingen stond de vrede centraal.

‘Als een rivier leidt Ik de vrede naar haar (Jeruzalem) toe, en als een onstuimige stroom de schatten der volken.’ (Jesaja 66, 10-14)
‘Besneden zijn betekent niets, en onbesneden zijn betekent niets. Het gaat er alleen om een nieuwe schepping te zijn! Vrede en barmhartigheid komen over allen, die naar dit beginsel willen leven, en over heel het volk Gods!’ (Gal. 6, 14-18)
‘Twee aan twee zond Hij hen uit om de vrede te brengen: Vrede aan dit huis! En daarbij: neemt geen beurs mee en geen schoeisel.’ (Lc. 10, 1-12.17-20)

Twee aan twee
vrede brengen in Uw naam.
Aan al uw mensen
besneden of niet
in of buiten de kerken:
de Vrede van God
als een stromende rivier
een onstuimige stroom van schatten.
Hoe?
Door op weg te gaan
zonder overbodige bagage
en je rijkdom te vinden in God, in Christus.
Nieuwe schepping zijn,
Verrijzenis mensen
Goede rentmeesters
eerbied voor de schepping
en delend met elkaar
zodat er genoeg is voor iedereen.
Zo kan vrede groeien
zo kan vrede stromen
als een vruchtbare rivier.

Dat God mij en ons de kracht en Geest mag geven om zo door de wereld te gaan. Tot lof van God en tot zegen van de mensen!

Weggaan en blijven

Voor mijn verjaardag kreeg ik het boek Zondagmorgen van Willem Jan Otten over het missen van God. Vandaag, Hemelvaartsdag, beschrijft hij als ‘de verdamping van God’. Zijn woorden en de Schriftlezingen van vandaag zijn mij tot inspiratie.

God, mensgeworden in Jezus;
Zijn liefde zichtbaar geworden
in Zijn niet mijn wil maar Uw wil.
Op Goede Vrijdag verlaat Hij ons
afdalend in het graf,
ter helle nedergedaald.
God heeft Hem doen opstaan
uit het graf, de dood overwonnen.
Op Hemelvaart verlaat Hij ons
opstijgend naar Zijn Vader,
ten hemel opgenomen.
Hij ‘verdampt’,
om later terug te komen
als de door Hem beloofde Helper.
Hij laat ons niet alleen.

Bij God is weggaan tegelijkertijd een vorm van blijven. Hij laat ons niet alleen. Ook in het missen is Hij aanwezig.

Ik wens jullie een goede en gezegende tijd, op weg naar de viering van Pinksteren!

Geluk, vrede en alle goeds,

Marianne

Leer van de kinderen en zuigelingen

Vanmorgen lazen we in onze ochtenddienst psalm 8. Mijn medezuster Hanneke vestigde later de aandacht op het derde vers: ‘met de stemmen van kinderen en zuigelingen bouwt U een macht op tegen uw vijanden om hun wraak en verzet te breken.’

De psalm bezingt de schepping en door de schepping heen de Schepper. Aan de mens is de zorg voor de schepping toevertrouwd en dat hebben we niet altijd even goed gedaan. De klimaat en milieu crisis vraagt dat wij omkeren en goede rentmeesters worden van de schepping.

In psalm 8 worden de kinderen en zuigelingen ons ten voorbeeld gesteld. Kijk naar de tederheid waarmee kinderen en zuigelingen de schepping benaderen, de zachtheid en de verwondering waarmee zij een mier in het bos bekijken, of een klein groen sprietje dat uit de aarde ontluikt.

Goed rentmeesterschap, zorg voor de schepping, begint met tedere verwondering, een openheid en verwondering die ons niet boven, maar midden in de schepping plaatst en ons tot broeders en zusters maakt van alle schepselen.

Vrede en alle goeds!

Bemin je vijanden

Het evangelie van vandaag (Lucas 6, 27-38) is een stevige onderrichting.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Tot u die naar Mij luistert zeg Ik: Bemint uw vijanden, doet wel aan die u haten,
zegent hen die u vervloeken en bidt voor hen die u mishandelen.

Het onderricht dat de leerlingen vandaag van Jezus krijgen liegt er niet om. Zijn woorden zijn gericht aan ‘ die naar Mij luistert’ , en vandaag zijn wij dat. Hoe ga ik om met mensen die mij niet liggen, mensen die in mijn allergie zitten? Ik probeer ze te mijden, en als dat niet lukt ze te negeren. De weg die Jezus wijst werkt volgens mij twee kanten op. Het roept mij op om over mijn afkeer, mijn allergie voor iemand heen te stappen en de ander toe te laten en met nieuwe ogen te bezien. Met een moeilijk woord noemen we dat: respecteren. Dit zal de ander op zijn of haar beurt ook oproepen om anders te kijken. Die twee bewegingen versterken elkaar en brengen samen in plaats van dat ze uit elkaar drijven.

Als iemand u op de ene wang slaat, keert hem ook de andere toe; en als iemand uw bovenkleed van u afneemt, belet hem niet ook uw onderkleed te nemen.
Geeft aan ieder die u iets vraagt, en als iemand wegneemt wat u toebehoort, eist het niet terug.

Jezus vraagt ons daarin heel ver te gaan. Hoe moeilijk is het om niet terug te slaan? Toch is dat de enigste manier om de spiraal van onvrede en onrecht te doorbreken. Moeten we dan maar doetjes zijn, die alles over zich heen laten komen? Zeker niet, we moeten dat als stevige mensen doen die met liefde voor de zondaar, de zonde afwijzen, juist door die andere wang toe te keren en niet mee te gaan in die zonde.

Zoals gij wilt dat de mensen u behandelen, moet gij het hun doen.

Dat is iets wat we allemaal kunnen beamen. Maar binnen de context van het hele onderricht van Jezus, wordt gevraagd dat ook te doen wanneer de mensen jou niet zo behandelen.

Als gij bemint wie u beminnen wat voor recht op dank hebt ge dan? Ook de zondaars beminnen wie hen liefhebben.
Als gij weldoet aan wie u weldaden bewijzen, wat voor recht op dank hebt ge dan? Dat doen de zondaars ook.
Als gij leent aan hen van wie ge hoopt terug te krijgen, wat voor recht op dank hebt ge dan? Ook de zondaars lenen aan zondaars met de bedoeling evenveel terug te krijgen.

De weg van de navolging van Jezus vraagt dat wij goed doen om goed te doen, los van de vraag wat wij daar zelf voor terug ontvangen. Dat vraagt dat we arme landen ontwikkelingshulp geven, zonder dat ze daar iets voor terug hoeven doen of zonder terugbetalingsregeling. Maar dat vraagt ook in ons eigen leven dat we iemand die iets nodig heeft dat gewoon geven of dat we iets voor een ander doen zonder daarvoor iets terug te verwachten. Bij je vrienden is dat geen probleem, maar bij de mensen die je niet zo graag ziet…

Neen, bemint uw vijanden, doet goed en leent uit zonder er op te rekenen iets terug te krijgen. Dan zal uw loon groot zijn, dan zult ge kinderen zijn van de Allerhoog­ste, die immers ook goed is voor de ondankba­ren en slechten.

De weg die Jezus ons wijst, de weg die Hij zelf gegaan is, is helder. Het is geen eenvoudige weg, en het is niet verboden om te struikelen en te vallen, als we hem maar gaan. Met andere woorden:

Weest barmhartig, zoals uw Vader barmhar­tig is.
Oordeelt niet, dan zult ge niet geoordeeld worden; veroordeelt niet, dat zult ge niet veroordeeld worden; spreekt vrij en ge zult vrijgesproken worden. Geeft, en u zal gegeven worden; een goede, gestamp­te, geschudde en overlopende maat zal men u in de schoot storten. De maat die gij gebruikt, zal men ook voor u gebruiken.’

God, geef ons barmhartig te zijn, zoals U barmhartig bent voor ons. En geef dat wij ruimhartig zijn in onze liefde voor anderen, zoals ook U ruimhartig bent in uw liefde voor ons. Zo vragen wij U, door Jezus Christus, onze Heer en Leraar. Amen.

Een licht voor allen

Opdracht van de Heer in de tempel
overgenomen van: tongerlo.org

Vandaag klinkt de lofzang van Simeon bij de opdracht van Heer Jezus in de tempel:
‘Uw dienaar laat gij, Heer, nu naar uw woord in vrede gaan: mijn ogen hebben thans uw Heil aanschouwd, dat Gij voor alle volken hebt bereid; een licht dat voor de heidenen straalt, een glorie voor uw volk Israel.’

Veertig dagen na het Kerstfeest horen we het nog een keer: Jezus is gekomen voor ons heil, een stralend licht voor alle mensen en een glorie voor Gods volk. Dat Licht heeft ons veertig dagen lang beschenen. 40 staat ook voor een leven lang. Hij beschijnt ons, zet ons op de goede weg en licht ons bij waar we het spoor bijster raken.

Laat ons gaan, in Zijn voetspoor, in Zijn Licht, de weg van de Vrede!

God is niet voor niets mens geworden

De lezing uit Jesaja 2, 1-5 op deze eerste maandag van de Advent laat mij mijmeren…

Advent: uitzien naar Gods Rijk van licht en vrede; dromen met open ogen zoals Jesaja doet. ‘Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is.

Kerstmis: Christus de Zoon van God werd Mensenzoon; Zoon van God en Zoon van mensen. Zo is God mens geworden en onder ons gekomen.

Nakomelingen van Jakob, kom mee, laten wij leven in het licht van de Heer.’ Laat ons gaan en leven in het licht van Christus. God is niet voor niets mens geworden!