Met de Afscheidsrede van Jezus op weg naar Pasen (26)

Een aantal jaren terug heb ik de vastenmeditaties van Jan Nieuwenhuis o.p. bij het Testament van Jezus, zijn Afscheidsrede, in de Veertigdagentijd als leidraad genomen. Deze afscheidswoorden van Jezus waren en zijn juist ook in deze tijd, op weg naar Pasen,  troostend en bemoedigend.

Dit jaar wil ik dagelijks een stukje van Jezus zijn Afscheidsrede (Joh. 13, 3 – 17, 26) lezen en overwegen.

‘Dit heb Ik u gezegd, opdat gij niet ten val komt. Zij zullen u uit de synagoge bannen. Ja, er komt een tijd dat ieder die u doodt, zal menen een daad van godsverering te stellen. Zij zullen dat doen, omdat zij noch de Vader noch Mij erkend hebben. Dit heb Ik u gezegd, opdat wanneer de tijd hiervan aanbreekt, gij u zoudt herinneren dat Ik het u gezegd heb. Over deze dingen heb Ik aanvankelijk niet gesproken, omdat Ik bij U was.’ (Joh. 16, 1-4)

De tegenstanders van Jezus en zijn leerlingen zijn de religieuze elite, de leiders van de synagoge.  In de tijd van Johannes vinden de eerste christenvervolgingen reeds plaats en de christelijke joden worden uit de synagoge verbannen, geëxcommuniceerd.  De Messias en zijn beweging worden buitengezet. Zo ver kan het dus gaan!

Johannes herinnert zich deze woorden van Jezus en schrijft ze op, geeft ze aan ons door ter bemoediging en als waarschuwing. Hij bemoedigt ons waar wij zelf worden vervolgd en uitgesloten. Hij waarschuwt ons om zelf te vervolgen en uit te sluiten. Ook binnen je eigen geloof moet je niet te snel in goed of fout denken, geen mensen uitsluiten omdat ze anders zijn…. Er kan zomaar de Messias bij zitten…

Sluit niemand uit
omdat hij anders is,,
anders is dan jou, zo anders.
God sluit niemand uit: iedereen telt mee!

Sluit niemand uit,
ga je weg in vrede
ruimte latend aan wie anders,
op andere wijze geroepen zijn.

Sluit niemand uit,
de Weg zelf zal het doen
de Weg zelf zal ons zuiveren
ieder geroepen op eigen wijze.

Met de Afscheidsrede van Jezus op weg naar Pasen (25)

Een aantal jaren terug heb ik de vastenmeditaties van Jan Nieuwenhuis o.p. bij het Testament van Jezus, zijn Afscheidsrede, in de Veertigdagentijd als leidraad genomen. Deze afscheidswoorden van Jezus waren en zijn juist ook in deze tijd, op weg naar Pasen,  troostend en bemoedigend.

Dit jaar wil ik dagelijks een stukje van Jezus zijn Afscheidsrede (Joh. 13, 3 – 17, 26) lezen en overwegen.

Wanneer de Helper komt, die Ik u van de Vader zal zenden, de Geest der waarheid die van de Vader uitgaat, zal Hij over Mij getuigenis afleggen. Maar ook gij moet getuigen, want vanaf het begin zijt gij bij Mij.’ (Joh. 15, 26-27)

De Helper, Jezus – maar dan anders, wordt ons gezonden: de Geest der waarheid. En door ons heen zal Hij getuigenis afleggen. Door de Helper Geest de ruimte te geven, aan het werk te laten in en door ons heen. Aan de leerling moet te zien zijn dat Hij aan het werk is en dat Hij voor altijd bij ons is!

Helper Geest
Jezus, maar dan anders
getuig in mij en door mij heen
breek door  en wees het nieuwe licht  van God.

Helper Geest,
Beziel mij,  Adem  Gods,
dat niet ik leef, maar U in mij
dat het aan mij te zien is: één  van Hem!

Helper Geest
in Wie Hij er is, nu
in Wie Hij er zijn zal, altijd:
voltooi wat Hij in ons begonnen is!

Met de Afscheidsrede van Jezus op weg naar Pasen (24)

Een aantal jaren terug heb ik de vastenmeditaties van Jan Nieuwenhuis o.p. bij het Testament van Jezus, zijn Afscheidsrede, in de Veertigdagentijd als leidraad genomen. Deze afscheidswoorden van Jezus waren en zijn juist ook in deze tijd, op weg naar Pasen,  troostend en bemoedigend.

Dit jaar wil ik dagelijks een stukje van Jezus zijn Afscheidsrede (Joh. 13, 3 – 17, 26) lezen en overwegen.

Maar dit alles zullen zij u vanwege mijn Naam aandoen, want Hem die Mij gezonden heeft, kennen zij niet. Was Ik niet gekomen en had Ik niet tot hen gesproken, zij zouden geen schuld hebben. Nu echter hebben zij voor hun zonde geen verontschuldiging. Wie Mij haat, haat ook mijn Vader. Had Ik onder hen geen werken verricht die niemand anders verricht heeft, zij zouden geen schuld hebben. Maar nu hebben zij deze gezien en toch zowel Mij als mijn Vader gehaat. Maar het woord moest vervuld worden dat in hun Wet geschreven staat: Zij hebben Mij gehaat zonder reden.’ (Joh. 15, 21-25)

Jezus is gekomen en heeft tot ons gesproken. Wie Hem kent, kent ook de Vader. Jezus zet de boel op scherp: nu Ik gekomen ben en heb gesproken is er geen excuus meer. En naast Mijn woorden hebben jullie mijn daden en werken gezien. Er is geen excuus meer: geloof en doe wat God je vraagt te doen:  geloof in Mij, zondig niet meer  en heb lief! De keuze is aan ons!

Geloof in Mij
en in onze Vader
door te doen wat Hij van ons vraagt:
geloof in Mij, zondig niet meer, heb lief!

Geloof in Mij
nu, vandaag en altijd
of het nu duister is of licht.
Geloof in Mij, in mijn Woord, in mijn Werk.

Geloof in Mij
Ik laat je niet alleen
Ik laat jullie niet als wezen,
niet als wezen achter, nooit meer niemand.

Met de Afscheidsrede van Jezus op weg naar Pasen (23)

Een aantal jaren terug heb ik de vastenmeditaties van Jan Nieuwenhuis o.p. bij het Testament van Jezus, zijn Afscheidsrede, in de Veertigdagentijd als leidraad genomen. Deze afscheidswoorden van Jezus waren en zijn juist ook in deze tijd, op weg naar Pasen,  troostend en bemoedigend.

Dit jaar wil ik dagelijks een stukje van Jezus zijn Afscheidsrede (Joh. 13, 3 – 17, 26) lezen en overwegen.

Herinnert u wat Ik gezegd heb: een dienaar staat niet boven zijn heer. Als ze Mij vervolgd hebben, zullen ze ook u vervolgen. Als ze mijn woord onderhouden hebben, zullen ze ook het uwe onderhouden.’ (Joh. 15, 20)

Ons dienaren, Hem navolgend, wacht hetzelfde lot als onze Heer. Dit lot heeft twee kanten: vervolging en navolging (tochtgenoten op je weg).

Het vraagt om geloof en volharding om bij vervolging en beschimping trouw te blijven. Daar waar wij Gods Woord als levende getuigen doorgeven is echter niet alleen vervolging en laster. Gods Woord zal ook vandaag gehoor vinden en er zullen altijd tochtgenoten zijn, broeders en zusters die als levende getuigen door de wereld gaan, tot lof van God.

In Uw Naam God
maar nooit boven U uit.
Ze hebben U vervolgd, bespuwd
en gekruisigd, vermoord, uitgeschakeld.

In Uw Naam God
wacht ook ons vervolging,
beschimping, haat en zelfs de dood.
De dienares staat niet boven haar Heer.

In Uw Naam God
U achterna, ons lot:
vervolgers ja, en navolgers
ja, tochtgenoten in Uw Naam Heer God.

Met de Afscheidsrede van Jezus op weg naar Pasen (22)

Een aantal jaren terug heb ik de vastenmeditaties van Jan Nieuwenhuis o.p. bij het Testament van Jezus, zijn Afscheidsrede, in de Veertigdagentijd als leidraad genomen. Deze afscheidswoorden van Jezus waren en zijn juist ook in deze tijd, op weg naar Pasen,  troostend en bemoedigend.

Dit jaar wil ik dagelijks een stukje van Jezus zijn Afscheidsrede (Joh. 13, 3 – 17, 26) lezen en overwegen.

Als de wereld u haat, bedenkt dan dat zij Mij eerder heeft gehaat dan u. Als gij van de wereld zoudt zijn, zou de wereld liefhebben wat haar toebehoort. Daar gij echter niet van de wereld zijt, maar Ik u uit de wereld heb uitgekozen, daarom haat de wereld u.’ (Joh. 15, 18-19)

De wereldse geschiedenis herhaald zich: Jezus hebben ze gehaat en vermoord, zijn leerlingen wacht hetzelfde lot. De ‘wereld’ kan het gebod van de liefde niet aan, kan zichzelf niet aanzien in de Spiegel van Gods Koninkrijk. Het is onze roeping van Zijn koninkrijk te zijn en zo in de wereld Hem zichtbaar te maken. Werelds gezien dwaasheid: de dwaasheid van het kruis. Voor ons geroepenen: wijsheid en kracht. ‘De dwaasheid van God is namelijk wijzer dan de mensen, en de zwakheid van God is sterker dan de mensen’. (1 Kor. 2, 25)

Aanstootgevend
voor de wereldse wereld
was Hij, de Christus met zijn Woord:
heb lief! Geef je leven voor je vrienden!

Aanstootgevend
voor de wereldse wereld
Gods liefde voor ons helemaal
de dwaasheid van het kruis, niet begrepen.

Aanstootgevend
waar wij gaan in Zijn spoor
door de wereld, maar niet ervan
door God gezegend met kracht en wijsheid.

Met de Afscheidsrede van Jezus op weg naar Pasen (21)

Een aantal jaren terug heb ik de vastenmeditaties van Jan Nieuwenhuis o.p. bij het Testament van Jezus, zijn Afscheidsrede, in de Veertigdagentijd als leidraad genomen. Deze afscheidswoorden van Jezus waren en zijn juist ook in deze tijd, op weg naar Pasen,  troostend en bemoedigend.

Dit jaar wil ik dagelijks een stukje van Jezus zijn Afscheidsrede (Joh. 13, 3 – 17, 26) lezen en overwegen.

 Niet gij hebt Mij uitgekozen, maar Ik u en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen, die blijvend mogen zijn. Dan zal de Vader u geven al wat gij Hem in mijn Naam vraagt. Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt.’ (Joh. 15, 16-17)

De kinderen zijn vrienden geworden. Vrienden en leerlingen, tochtgenoten, op de weg van de liefde.
En de Heer zelf heeft ons uitgekozen en tot zijn vrienden gemaakt. De Weg die Jezus gegaan is en ons wijst: de liefde leven, de liefde doen! Dat is de taak die Hij ons geeft en daartoe zal de Vader ons alles geven. Liefde is het levenssap! Zijn liefde voor ons wil doorgeleefd worden. Tot lof van God.

God is het begin en geeft het door Jezus aan ons door. En de Helper zal ons helpen elkaar lief te hebben. .. want in de praktijk is dat nog niet zo eenvoudig. Het kan alleen als we verbonden blijven met Christus als onze levensader. Zijn liefde is het levenssap!

Uw liefde Heer
aan ons doorgegeven
wij zijn door U uitgekozen
deze liefde door te leven vandaag.

Uw liefde Heer
wil stromen altijd nu
Er is maar één gebod: bemin
zonder ophouden: heb elkander lief!

Uw liefde Heer
als taak ons gegeven
te doen wat ons is voorgedaan
in Uw Naam te gaan en vrucht te dragen.

Met de Afscheidsrede van Jezus op weg naar Pasen (20)

Een aantal jaren terug heb ik de vastenmeditaties van Jan Nieuwenhuis o.p. bij het Testament van Jezus, zijn Afscheidsrede, in de Veertigdagentijd als leidraad genomen. Deze afscheidswoorden van Jezus waren en zijn juist ook in deze tijd, op weg naar Pasen,  troostend en bemoedigend.

Dit jaar wil ik dagelijks een stukje van Jezus zijn Afscheidsrede (Joh. 13, 3 – 17, 26) lezen en overwegen.

Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad. Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden. Gij zijt mijn vrienden, als gij doet wat Ik u gebied. Ik noem u geen dienaars meer, want de dienaar weet niet wat zijn heer doet, maar u heb Ik vrienden genoemd, want Ik heb u alles meegedeeld wat Ik van de Vader heb gehoord.’ (Joh. 15, 12-15)

Vriend van Jezus
zo heeft Hij ons genoemd
wij zijn geen dienaar meer maar vriend,
zijn vrienden, voor wie Hij zijn leven geeft.

Vriend van Jezus
als ik doe wat Hij vraagt:
dat jullie elkaar liefhebben
zoals Ik ook jullie heb liefgehad!

Vriend van Jezus
zielsverwant, broer of zus
vertrouweling, geen geheimen,
je alles gezegd, wat Ik heb gehoord.