Van Paulus aan de Korintiërs

Ter inleiding

De afgelopen tijd heb ik de 1e en 2e brief van Paulus aan de Korintiërs gelezen. De stad Korinte ligt op de landengte tussen Centraal Griekenland en de Peloponnesus, het grootste schiereiland van Griekenland, gelegen ten zuiden van het Griekse vastenland. De stad lag aan beide zijden aan de zee en daarmee werd ze een belangrijke handelsstad.
Rond 50 na Christus bracht Paulus, tijdens zijn 2e zendingsreis, het evangelie naar Korinte en ontstond daar een gemeente van christenen. Er zijn twee brieven bewaard gebleven dien Paulus schreef aan de gemeente in Korinte.

De 1e brief is geschreven in het jaar 55. De aanleiding voor deze brief is enerzijds een aantal dingen die hij gehoord heeft over de gemeente in Korinte en enkele concrete vragen van de gemeente zelf aan Paulus. Dat maakt dat deze 1e brief vele onderwerpen telt.

De 2e brief is waarschijnlijk geschreven in het jaar 57. In deze brief verdedigt Paulus zich tegen bepaalde verdachtmakingen en hij deelt zijn gedachten over de naastenliefde naar het voorbeeld van Jezus Christus, en doet een beroep op de gemeente bij te dragen aan de gemeente in Jeruzalem.

Wat mij heeft geraakt

Ik lees deze teksten in het heden, vanuit mijn eigen context. Ook vandaag zijn het waardevolle brieven die kunnen inspireren en ons de boodschap van het evangelie kunnen verhelderen en verdiepen!

Wat mij bij de lezing heeft geraakt:

Paulus, als apostel van de heidenen, is een pionier in de naam van God. Ook in onze tijd zijn dergelijke pioniers nodig om het Woord van God te verkondigen in woord en in daad.

Paulus wijst op de gehoorzaamheid aan het evangelie, en de rechtvaardiging door het geloof alleen. Er was in de gemeente verdeeldheid. Ook dat is van alle tijden! Paulus roept op tot eenheid in Christus en zegt daarbij dat het niet om menselijke wijsheid gaat, maar om de wijsheid van God. ‘Roem niet op mensen! Niet de planter of de gieter, maar God geeft de groei!‘ Wij hebben alles wat wij hebben, gekregen van God.

Er zijn verschillende gaven en één geest, verschillende vormen van dienstverlening en één Heer, allerlei activiteiten en één God die alles in allen tot stand brengt. Ieder van ons mag op eigen wijze de Geest uiten tot welzijn van allen. Wij vormen samen dat ene lichaam van Christus en ieder van ons is daar op zijn of haar unieke wijze onderdeel van.

En Paulus wijst ons op een buitengewoon voortreffelijke weg: de weg, verheven boven alle charisma’s, is de weg van de liefde. En hij drukt ons op het hart dat ons spreken en handelen dient tot opbouw van de gemeente. Het is goed om ons dat te realiseren alvorens tot spreken of actie over te gaan en je af te vragen: draagt dit bij aan de opbouw van de gemeente van Christus?

In hoofdstuk 15 van zijn 1e brief schrijft Paulus over het geloof in de opstanding. Een vurig pleidooi dat ook vandaag mag klinken: ‘Als wij verkondigen dat Christus uit de doden is opgestaan, hoe kunnen dan sommigen onder u beweren, dat er geen opstanding van de doden bestaat? Als er geen opstanding van de doden bestaat, is ook Christus niet verrezen. En wanneer Christus niet is verrezen, is onze prediking zonder inhoud en uw geloof eveneens. Dan volgt zelfs dat wij over God een vals getuigenis hebben afgelegd; want dan hebben wij tegen God in getuigd dat Hij Christus ten leven heeft gewekt, wat Hij niet gedaan heeft, indien, zoals zij beweren, de doden niet verrijzen. Want als de doden niet verrijzen, is ook Christus niet verrezen, en als Christus niet is verrezen, is uw geloof waardeloos en zijt gij nog in uw zonden. Dan zijn ook zij die in Christus ontslapen zijn verloren. Indien wij enkel voor dit leven onze hoop op Christus hebben gevestigd, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen. Maar zo is het niet! Christus is opgestaan uit de doden, als eersteling van hen die ontslapen zijn.’

In de 2e brief raakt mij vooral hoe Paulus wijst op de kracht van de Geest en hoe de Geest levend maakt (waar de letter doodt).  Zo zijn wij de tempel van de levende God. In Christus is het oude voorbij. En het nieuwe is er al; nú is de gunstige tijd, de dag van het heil!

Paulus reageert ook op het verdriet van de gemeente over zijn 1e brief. Hoe moeilijk is het om iemand iets te zeggen of schrijven waarvan je weet dat dit de ander pijn gaat doen of boos maakt. En toch moet het gezegd worden, omwille van een diepe waarheid, in de hoop dat deze aan het licht mag komen. Paulus schrijft dan: ‘Verdriet dat God welgevallig is, leidt tot heilzame inkeer. Werelds verdriet leidt tot de dood.’ Ook hier is dus de vraag: wat geeft leven en leidt af van de dood?

Aan het slot van zijn 2e brief geeft Paulus ons een advies en geeft ons een vraag mee: ‘Onderzoek en toets jezelf: sta je in het geloof?‘ Het is niet erg als we de richting op de weg van God wat zijn kwijtgeraakt. Wij zijn op weg en mogen ons laten bijsturen door de heilige Geest en weten dat Gods genade er ook voor ons is, waar wij Hem met een oprecht hart zoeken te volgen.

Tot lof van God!

 

Advertenties

Wij zijn uitgenodigd!

Wie ben ik in Gods ogen?
En wie is die God die naar mij kijkt?

Ik ben vandaag begonnen aan het boekje ‘Franziskus und Luther‘ van Nicole Grochowna. Op de eerste twee pagina’s zet zij mij stil om bij deze twee vragen stil te staan. Deze twee vragen zijn van alle tijden en ons antwoord verbindt ons over de tijden heen met elkaar, zo ook met Luther en Franciscus, met Clara en Bonhoeffer.
Franciscus en Luther hebben ieder in hun eigen tijd een antwoord gevonden en ook wij zijn geroepen met ons leven te antwoorden op de uitnodiging die uitgaat van deze twee vragen. Want wanneer je deze vragen voor jezelf beantwoord kun je daar doorheen een uitnodiging horen van God!

Wie ben ik in Gods ogen?
En wie is die God die naar mij kijkt?

Ik ben van God
Zijn schepsel
Zijn kind, ben ik
niet levend voor mijzelf alleen
maar voor Hem
en voor de broers en zussen
mij door Hem gegeven.

Wij zijn van God
elkaar gegeven
als broers en zussen.
Zijn eigen Zoon heeft Hij gegeven
als Mens onder de mensen
als onze Verlosser en God.
Hij heeft voor ons geleefd
geleden en is gestorven aan het Kruis.
Maar God onze Vader heeft Hem doen opstaan
en met Hem ook ons tot nieuw leven geroepen.
Dat einde van Jezus de Christus was geen einde,
geen mislukking of afgang
maar een nieuw begin, een opgang naar Pasen.
Zo lief heeft God ons!

Ik ben van God
wij zijn van God
zonder Hem zijn wij niets
ben ik niemand.
En toch ben ik vrij
niet afhankelijk, onmondig
maar vrij als kind van God
mijn leven te leven
en te doen wat ik doe.
En waar ik Hem verlaat?
Hij blijft en wacht
Zijn liefde is eeuwig.

Dit weten maakt mij klein, zonder dat ik gekleineerd wordt
klein, omdat Hij zo groot is, zo onmetelijk groot
en zo mateloos in de liefde voor Zijn kinderen, groten en kleinen.

Wie ben ik in Gods ogen?
En wie is die God die naar mij kijkt?

Deze twee vragen waren het die Franciscus en Luther, ieder op eigen wijze, op de weg van God brachten. Beiden zijn zij op de uitnodiging (roep) van God ingegaan, passend binnen de tijd waarin zij leefde. Hoe is dat vandaag voor mij? God roept ook vandaag, Hij nodigt ons uit, ieder op eigen wijze, de weg van God te gaan.

 

Tussen Hemelvaart en Pinksteren

De 40e dag van Pasen is Hemelvaartsdag. We gedenken de Hemelvaart van Jezus Christus. Op de 50e dag van Pasen vieren we Pinksteren, de gave van de Heilige Geest. De dagen tussen Hemelvaart en Pinksteren bidden we om de Geest, de Geest van Jezus Christus. Met de gave van die Geest is Pasen als het ware ‘vereeuwigd’, in de Geest is Jezus voor altijd bij ons!

Al heeft Hij ons verlaten
Hij laat ons nooit alleen.
Zo zingen wij
en zo is het ook.
Heeft Hij zelf het niet gezegd
toen Hij nog bij ons was?
Ik zal jullie niet verweest achterlaten
Ik kom terug, – maar dan anders
de Vader zal mij doen terugkeren
in de gave van de Heilige Geest!
Die zal ons helpen, ons bijstaan,
ons verlichten, ons de richting wijzen
en ons ingeven wat te doen.
Zo is God altijd bij ons
als Vader Zoon en Geest!

Laat ons deze tijd bidden en vragen om Gods Geest, de Geest die was in Jezus en Die ook ons gegeven wordt wanneer wij daar om vragen.

Veertigdagentijd in beeld 6

Vandaag heb ik de Johannes passion  nog eens beluisterd. Betrachte, meine Seel, … deze arioso uit Bachs Johannes Passie vind ik werkelijk grandioos.  De muziek is indringend, intiem en warm. En tegelijkertijd voel je ook dat het wringt.

Beschouw, mijn ziel,
met angstig genoegen,
met bittere vreugde
en half beklemd hart,
je hoogste goed in Jezus’ smarten,
hoe voor jou uit de doornen,
die Hem steken
de hemelsleutelbloemen bloeien!
Je kunt vele zoete vruchten
van zijn bitterheid plukken,
houd Hem daarom
zonder onderbreking in het oog.

Bij de evangelist Johannes staat de verlossing door de kruisdood van Jezus vanaf het begin centraal. Deze ariosa is een prachtige meditatie op de dag van Goede Vrijdag:

Kijk naar Hem en zie
met angstig genoegen
met bittere vreugde
hoe Hij voor ons geleden heeft
hoe vanuit de doornen die Hem steken
reeds de hemelsleutelbloemen bloeien!
Kijk en zie naar Hem:
Jezus Christus, onze Koning
heersend vanaf het kruis

Hij is onze Koning, onze Verlosser en Redder. Onze zonden heeft Hij gedragen, Zijn leven gegeven voor ons, opdat wij zouden leven.

God dank voor deze Koning!

Doorgaan met het lezen van “Veertigdagentijd in beeld 6”

Veertigdagentijd in beeld 5

Gisteren liep ik de kruisweg in Münster, een mooi stuk natuur en langs de weg diverse kruiswegstaties. Als ik in Münster ben loop ik altijd wel een keer dit pad, vaak door de modder heen (nu was het droog), naar het grote kruis.

Gisteren werd ik geraakt door dit beeld:

Op weg naar het Kruis
waaraan onze Redder heeft gehangen.
Aan het einde van de weg zie ik
Hem al, in het licht van de zon.

De opgang naar Pasen gaat
niet zonder dat Kruis
hoe lastig we dat ook vinden.

Onder het Kruis staan Maria en Johannes
mijn eerste twee doopnamen
en dan kan ik alleen maar bidden
dat ik aan mijn naam getrouw
U trouw blijf mijn God
als Maria en Johannes.

Onder dit Kruis een bloemenhulde
in de vorm van een vis. Ichtus
Verwijzend naar Uw Kerk, Heer.

Een plek om op Stille Zaterdag
nog eens naar terug te keren
om stil te worden en stil te staan
bij wat Hij voor ons gedaan heeft.

En vertrouwvol verder te lopen omdat
de dood niet het laatste woord heeft.
Jezus is niet voor niets gestorven.
God heeft Hem doen opstaan uit de dood.
Wij hoeven Goede Vrijdag niet te vrezen.

Een gezegende opgang naar Pasen!

Veertigdagentijd in beeld 4

Dit beeld kwam ik tegen in de Liebfrauen-Überwasserkirche in Münster. De naam van de kunstenaar kon ik niet ontdekken.

Een indringend beeld, in-dringend ja, rakend mijn binnenste. Waar raakt het beeld mij nu zo? En hoe vergaat het jou als je naar dit beeld kijkt?

Een getekende Mens
getekend met een groot wit kruis
en getekend door het lijden.
Een mens die staat voor zovelen
gekruisigden heden vandaag
in Syrië, Eritrea, Rwanda,
Congo, Jemen… en waar nog meer
vluchtelingen, verkrachte en mishandelde vrouwen
zij die er niet meer zijn en wie om hen niet te troosten zijn.

Een getekende Mens
getekend met een groot wit kruis
en getekend door het lijden.
Jezus Messias, de Christus
gekruisigd omwille van ons.
meedragend het kruis van heden
meedragend het kruis waar nog meer
voor de mensen op de vlucht, verkracht en mishandeld
door lijden en dood heen vinden zij troost en leven bij Hem.

Veertigdagentijd in beeld 3

Toen ik deze foto maakte, zag ik alleen de modder en hoe ik mij daar lopend doorheen moest banjeren op weg naar mijn bestemming.

Toen ik deze zelfde foto zag op mijn beeldscherm, was ik verwonderd om wat ik door de modder heen zag: licht en levende takken.

En daarna zag ik het ook als ik in de modder keek waar ik doorheen trok. Het maakte mijn gang lichter, blijmoediger.

Is dat ook geen prachtig beeld voor onze opgang naar Pasen? Door de modder en moeizaamheid heen het licht en leven zien waarnaar wij op weg zijn!

Ik wens jullie en mijzelf een lichtvoetige en blijde opgang naar Pasen, vol verwondering om dat gegeven leven!