Geef dat ik zien mag

Wat doet het met je als je niet gezien wordt?
Het is als een doodverklaring. Je bent niet!
Moordend is dat wanneer het je treft.

Gezien te worden is zo wezenlijk om te zijn,
het wonder gezien te worden, een wonder ja –
wanneer je ook die andere kant kent.

Geef dat ik zien mag, Heer, dat ik zien mag
in Uw Naam niemand ontken, ja –
geef dat ik zien mag, Gij die mij ziet.

Gods werk moet door hem zichtbaar worden

Deze regel uit het evangelie van vandaag sprong er voor mij uit tijdens onze viering vanmorgen: Gods werk moet door hem zichtbaar worden.

Wie is die hij?

Hij is de blindgeborene, uit het evangelie volgens Johannes 9, die door Jezus genezen wordt. Jezus kiest een blinde om Gods werk te laten zien. Door de ogen van de blinde heen zien we hoe Jezus het licht voor de wereld is.

Jezus draait het om. Niet degene die ziet is zonder zonde, maar de blinde. ‘Was u maar blind, dan zou u zonder zonde zijn’, zegt Jezus tot de farizeeërs.

De blindgeborene staat symbool. Aan hem gebeurt het dat Jezus hem geneest, dat Hij zijn ogen opent en met het daglicht ook het licht van Christus ontvangt, het licht van het geloof. De blindgeborene ziet steeds dieper wie Jezus is: mens, profeet, van God, de Mensenzoon.

Op weg naar Pasen een mooi verhaal, een mooi getuigenis ook van de blindgeborene. De farizeeërs luisteren niet en zijn ziende blind.

Heer, maak dat wij zien!
Open onze ogen waar we blind zijn,
open onze harten waar we dicht zitten,
open onze geest waar we vast zitten en niet zien.

Heer, maak dat wij zien!
Dat wij zien hoe het duister te bestrijden,
dat wij zien hoe elkaar vast te houden,
dat wij zien hoe het kwaad te vernietigen
door Uw Licht, uw Liefde, uw Goedheid.

Zie uit naar God, Hij is nabij. Zie uit naar God: sta op, houd moed!
(Naar Taizelied Wait for the Lord.)

Opgesloten in de beslotenheid


Beelden aan zee, Scheveningen

Door de coronacrisis leeft een groot deel van Nederland nu als een soort monnik in beslotenheid. Als claris heb ik vele jaren in beslotenheid geleefd. Door mijn studie en stage ben ik de laatste twee jaren veel weg en onderweg, meer in de drukte en onder de mensen. Dat is voor mij niet gemakkelijk, omdat ik ergens die stilte en het gebed nodig heb om goed te kunnen functioneren. Maar al doende leer ik het om meer ‘in de wereld’ te zijn en het van betekenis zijn voor anderen in de wereld, bijvoorbeeld de gedetineerden in de gevangenis waar ik stage loop, doet mij goed. Het werk buiten verrijkt ook mijn leven binnen, het heeft de inhoud van mijn gebedsleven verdiept en verrijkt.

En nu dan de coronacrisis waardoor ook ik thuis zit. De colleges zijn online, via MS Teams, en mijn stage staat min of meer stil. Ik mis met name het werk en contact met de gedetineerden. Verder doet het meer thuis zijn mij eigenlijk heel goed. De drukte van het reizen, de veelheid aan prikkels en geluid onderweg, mis ik niet. Mijn clarissenziel komt weer tot rust. Mij doet het besloten leven goed. Ik hoor van anderen dat ze het zwaar vinden en dat de muren van het huis van tijd tot tijd op hen afvliegen. En ook in gezinnen waar de relaties niet vanzelfsprekend goed zijn kunnen de spanningen hoog oplopen. Door de coronacrisis kun je ook het gevoel krijgen opgesloten te zijn. Beslotenheid is fijn. Opgesloten zijn is echter niet fijn.

Wat kan helpend zijn om je minder opgesloten te voelen? Vanuit mijn persoonlijke ervaringen kan ik misschien wat tips geven. Voor wie er iets mee kan!

• Maak voor jezelf een soort van ‘dagorde’; sta op een gewone tijd op, was je en kleed je aan. Eet op vaste tijden en plan tussendoor wat werkzaamheden. En ga op tijd naar je bed.
• Zoek dagelijks telefonisch of via de app contact met iemand uit je familie of vriendenkring.
• Ga dagelijks, als je tenminste niet ziek bent of koorts hebt, een uurtje wandelen of fietsen. Beweging en buiten zijn is goed voor lichaam en geest. Je kunt dit ook combineren met het doen van een boodschap.

Wat kan je thuis doen als de muren op je afkomen?

• Contact zoeken met iemand om te kunnen praten.
• Een kaars branden en met God praten. Leg Hem maar voor wat je bezwaard en vraag dat Hij er voor jou wil zijn. Kijk naar het licht van de kaars en vertrouw erop dat God jou nu ziet. Je mag rust vinden bij Hem.
• Het inkleuren van kleurplaten of mandala’s, eventueel met wat zachte muziek op de achtergrond.

Dit zijn een paar tips die je mogelijk kunnen helpen in deze tijd.
Sterkte, vrede en alle goeds!

Gods toekomst tegemoet

Wij zijn op weg naar het laatste*. Dat betekent echter niet dat wij ons vroom in het voorlaatste** kunnen terugtrekken in afwachting van Gods toekomst. God vraagt ons te bidden voor en te werken aan die toekomst, Gods koninkrijk op aarde, totdat Hij wederkomt en zijn werk zal voltooien.

* Dietrich Bonhoeffer bedoeld met het laatste Gods nieuwe wereld, waarnaar wij op weg zijn.

** Alles in ons leven nu speelt zich af in het voorlaatste en vergankelijke.

(Zie hiervoor ook de vorige blog.)

We zijn onderweg #40dagentijd

Dit jaar gaan we, als zusters van de Feminae Pacis, in de veertigdagentijd op weg met Dietrich Bonhoeffer*. Vanmorgen de eerste bijdrage: Alles wat nu gebeurt, is nog maar het voorlaatste. In tegenstelling tot het laatste, dat nog moet komen.

De richting van de weg is neergezet: het laatste.
En alles wat nu gebeurt is nog maar het voorlaatste.
Het voorlaatste is waar wij ons dagelijks druk om maken,
en dat vinden we best belangrijke dingen,
maar in het licht van waar we naar op weg zijn: het laatste,
is het voorlaatste vergankelijk en aards, niets.

De veertigdagentijd is een tijd om wat los te komen
van het voorlaatste waaraan we zo gehecht zijn,
om vrij te worden voor het laatste,
niet wetende wanneer dat zal zijn
– alleen Hij weet het uur,
voor ons is Hij die weg gegaan.

Een gezegende veertigdagentijd!

*Veertigdagentijd, onderweg met Dietrich Bonhoeffer, uitgever: Jongbloed

Zalig Kerstfeest en een gezegend nieuwjaar!

Alle lezers van mijn blog wens ik een goede opgang naar Kerstmis, zalig Kerstfeest en een gezegend nieuwjaar!

Het afgelopen jaar hebben jullie minder van mij gelezen. Door de studie theologie, die ik in de zomer hoop af te ronden, heb ik minder tijd om te bloggen. Ik hoop na mijn studie weer met grotere regelmaat iets te schrijven!

Laat nu het keerpunt zijn

De afgelopen dagen stond, naast Micha (2, 1-3, 12), de brief van Paulus aan de Filippenzen (1, 1-26) centraal:
Uit de Brief van Paulus aan de Filippenzen:

Ik dank mijn God altijd wanneer ik aan u denk, telkens wanneer ik voor u allen ​bid. Dat doe ik vol vreugde, omdat u vanaf de eerste dag tot nu toe hebt bijgedragen aan de verspreiding van het ​evangelieIk ben ervan overtuigd dat hij die dit goede werk bij u begonnen is, het ook zal voltooien op de ​dag van ​Christus​ ​JezusSommigen doen het weliswaar uit afgunst en rivaliteit, maar anderen verkondigen ​Christus​ met goede bedoelingen. Zij doen het uit ​liefde, in het besef dat ik de taak heb het ​evangelie​ te verdedigen. Maar wat doet het er eigenlijk toe! Wat telt is dat ​Christus​ verkondigd wordt. Of het nu uit valse of oprechte motieven gebeurt – dát het gebeurt verheugt me.’ (Filippenzen 1, 3-6.15-16.18)

Paulus heeft het over valse profeten, mensen die de Heer verkondigen om zelf beter van te worden. Paulus geeft aan dat we daar niet bang voor hoeven zijn. Het gaat er om dat Chistus wordt verkondigd. Tegelijkertijd moeten we waakzaam blijven en ons bewust zijn van het gegeven dat er valse profeten in ons midden zijn en om scherp te blijven naar onze eigen motieven bij het verkondigen van de blijde boodschap en daarbij niet onze eigen wil voor ogen te houden, maar de wil van God de Vader.

Vandaag werd ons Psalm 80 gegeven:

‘Laat nu het keerpunt zijn:
dat wij zoeken uw ogen
dat Gij zoekt ons gezicht.’

(H. Oosterhuis, in psalm 80 van 150 psalmen vrij)

Naar wie richt ik mijn oor?

We vervolgen de lezing uit Micha: ‘Houd op met dat geprofeteer! Komt er nooit een eind aan die beschimpingen? Zou dit het zijn wat het volk van Jakob is aangezegd? Verliest de HEER zo snel zijn geduld, zouden dit zijn daden zijn?’ Betekenen mijn woorden dan geen voorspoed voor wie de rechte weg gaat? Steeds weer stelt mijn volk zich vijandig op tegenover al wie vredelievend is. Nietsvermoedende, vreedzame voorbijgangers worden van hun mantel beroofd. Jullie verdrijven de vrouwen van mijn volk uit de huizen waarin zij gelukkig zijn. Jullie ontnemen hun kinderen voor altijd de luister waarmee ik hen heb bekleed. Sta op, ga weg, hier zul je geen rust vinden. Dit land is onrein, het brengt bederf en vreselijke vernietiging. 11Als er iemand was die niets dan wind en valse leugens verspreidt en profeteert: ‘Ik zie wijn en drank,’ dan zou dat voor dit volk de ware profeet zijn!’ (Micha 2, 6-11)

Zou dit het zijn wat het volk van Jakob is aangezegd? Verliest de HEER zo snel zijn geduld, zouden dit zijn daden zijn?’ Betekenen mijn woorden dan geen voorspoed voor wie de rechte weg gaat? (Micha 2, 7)

Micha zet de valse profeten tegenover de ware. Zou God dat werkelijk doen? Het roept bij mij de vraag op van de slang in het paradijs: heeft God werkelijk gezegd dat …? Naar wie richt ik mijn oor?

Degene die de rechte weg gaan hoeven niet te vrezen!

Sta op, ga weg, hier zul je geen rust vinden. Dit land is onrein, het brengt bederf en vreselijke vernietiging. (Micha 2. 10)

Sta op, ga weg en verlaat de weg van het onrecht. Laat het onreine land achter je en zie uit naar de ware profeet en zijn koninkrijk.

Micha houdt ons vandaag een keuze voor. Welke weg ga jij?

 

Het is voorbij!

‘Het is voorbij!’ zal men zeggen.

We zijn reddeloos verloren.

Ons erfdeel wordt verkwanseld,

het wordt ons ontnomen,

ons land onder afvalligen verdeeld.’ (Micha 2,4)

Als Feminae Pacis lezen we dit (kerkelijk) jaar volgens het leesrooster van het NBG.

De 1e zondag van de advent lezen we uit Micha 2, 1-5. We lezen hoe er een weeklacht wordt uitgesproken over de gewelddadige macht

hebbers. Een serieus begin dus! We mogen ons, ter voorbereiding op de komst van de Heer, bezinnen op hoe wij omgaan met onze macht of onmacht, hoe we omgaan met wat en wie er aan onze zorg is toevertrouwd. Er wordt ons aangezegd: het is voorbij!

Met de komst van Gods Zoon in onze wereld is het gedaan met de macht van de wetteloze, met de macht van de tiran, met de macht van de misbruiker van macht.

Het is voorbij, zal met de komst van de Mensenzoon, ook opgaan voor de slachtoffers van machtsmisbruik, de vertrapten en misbruikten. Voor hen is de redding nabij: gedaan zal het zijn met het onrecht waar jullie onder gebukt gaan.

Maar wee degene die zijn macht misbruikt… en waar sta ik?

Het is nog niet te laat. Kom tot inkeer! Een Redder is ons aangezegd!

 

Een koppig godsgeschenk

Vandaag gedenkt de R.K. Kerk de marteldood van de Johannes de Doper. In de ochtendviering zongen wij het lied ‘Een engel roept de oude man‘, een tekst van Andries Govaart bij Johannes de Doper. Het refrein:

Johannes is zijn naam,
Gods rijk kondigt hij aan,
hij wijst een nieuw bestaan,
een koppig geschenk.

Deze tekst nodigde mij uit om te mijmeren. Herodes heeft Johannes gevangen laten nemen en hij heeft hem laten onthoofden. We hebben het verhaal gelezen uit het evangelie volgens Marcus 6, 17-29. De vertelling over de marteldood van Johannes de Doper heeft Marcus tussen de zending en de terugkeer van de leerlingen geplaatst. Marcus maakt zo duidelijk: de weg van de navolging van Jezus kan je de kop kosten! Wie Hem wil navolgen in de verkondiging van het Rijk Gods, moet ook bereid zijn zijn leven te geven, zoals de Heer zelf dat gedaan heeft. Inderdaad in alle opzichten een koppig geschenk! Al mijmerend dacht ik: koppige mensen, daar wordt doorgaans niet zo positief naar gekeken. Maar vraagt de weg van het evangelie niet een bepaalde koppigheid, een trouwe hardnekkige volharding?

Een speelbal wordt hij in de dans
van vrees en wraak en tweedracht.
Dood door het zwaard, zijn hoofd de prijs,
begraven met een weeklacht.
Een rechte mens, van geest vervuld,
die Gods woord wel moet spreken;
tot op vandaag verwijst hij ons
naar Jezus’ levensteken.
Johannes is zijn naam,
Gods rijk kondigt hij aan,
hij wijst een nieuw bestaan,
een koppig geschenk.

God zegen uw Kerk met koppige mensen
trouw aan U, volhardend een antwoord levend
op Uw roep, door U gezonden. Amen.