Zalig Kerstfeest en een gezegend nieuwjaar!

Alle lezers van mijn blog wens ik een goede opgang naar Kerstmis, zalig Kerstfeest en een gezegend nieuwjaar!

Het afgelopen jaar hebben jullie minder van mij gelezen. Door de studie theologie, die ik in de zomer hoop af te ronden, heb ik minder tijd om te bloggen. Ik hoop na mijn studie weer met grotere regelmaat iets te schrijven!

Laat nu het keerpunt zijn

De afgelopen dagen stond, naast Micha (2, 1-3, 12), de brief van Paulus aan de Filippenzen (1, 1-26) centraal:
Uit de Brief van Paulus aan de Filippenzen:

Ik dank mijn God altijd wanneer ik aan u denk, telkens wanneer ik voor u allen ​bid. Dat doe ik vol vreugde, omdat u vanaf de eerste dag tot nu toe hebt bijgedragen aan de verspreiding van het ​evangelieIk ben ervan overtuigd dat hij die dit goede werk bij u begonnen is, het ook zal voltooien op de ​dag van ​Christus​ ​JezusSommigen doen het weliswaar uit afgunst en rivaliteit, maar anderen verkondigen ​Christus​ met goede bedoelingen. Zij doen het uit ​liefde, in het besef dat ik de taak heb het ​evangelie​ te verdedigen. Maar wat doet het er eigenlijk toe! Wat telt is dat ​Christus​ verkondigd wordt. Of het nu uit valse of oprechte motieven gebeurt – dát het gebeurt verheugt me.’ (Filippenzen 1, 3-6.15-16.18)

Paulus heeft het over valse profeten, mensen die de Heer verkondigen om zelf beter van te worden. Paulus geeft aan dat we daar niet bang voor hoeven zijn. Het gaat er om dat Chistus wordt verkondigd. Tegelijkertijd moeten we waakzaam blijven en ons bewust zijn van het gegeven dat er valse profeten in ons midden zijn en om scherp te blijven naar onze eigen motieven bij het verkondigen van de blijde boodschap en daarbij niet onze eigen wil voor ogen te houden, maar de wil van God de Vader.

Vandaag werd ons Psalm 80 gegeven:

‘Laat nu het keerpunt zijn:
dat wij zoeken uw ogen
dat Gij zoekt ons gezicht.’

(H. Oosterhuis, in psalm 80 van 150 psalmen vrij)

Naar wie richt ik mijn oor?

We vervolgen de lezing uit Micha: ‘Houd op met dat geprofeteer! Komt er nooit een eind aan die beschimpingen? Zou dit het zijn wat het volk van Jakob is aangezegd? Verliest de HEER zo snel zijn geduld, zouden dit zijn daden zijn?’ Betekenen mijn woorden dan geen voorspoed voor wie de rechte weg gaat? Steeds weer stelt mijn volk zich vijandig op tegenover al wie vredelievend is. Nietsvermoedende, vreedzame voorbijgangers worden van hun mantel beroofd. Jullie verdrijven de vrouwen van mijn volk uit de huizen waarin zij gelukkig zijn. Jullie ontnemen hun kinderen voor altijd de luister waarmee ik hen heb bekleed. Sta op, ga weg, hier zul je geen rust vinden. Dit land is onrein, het brengt bederf en vreselijke vernietiging. 11Als er iemand was die niets dan wind en valse leugens verspreidt en profeteert: ‘Ik zie wijn en drank,’ dan zou dat voor dit volk de ware profeet zijn!’ (Micha 2, 6-11)

Zou dit het zijn wat het volk van Jakob is aangezegd? Verliest de HEER zo snel zijn geduld, zouden dit zijn daden zijn?’ Betekenen mijn woorden dan geen voorspoed voor wie de rechte weg gaat? (Micha 2, 7)

Micha zet de valse profeten tegenover de ware. Zou God dat werkelijk doen? Het roept bij mij de vraag op van de slang in het paradijs: heeft God werkelijk gezegd dat …? Naar wie richt ik mijn oor?

Degene die de rechte weg gaan hoeven niet te vrezen!

Sta op, ga weg, hier zul je geen rust vinden. Dit land is onrein, het brengt bederf en vreselijke vernietiging. (Micha 2. 10)

Sta op, ga weg en verlaat de weg van het onrecht. Laat het onreine land achter je en zie uit naar de ware profeet en zijn koninkrijk.

Micha houdt ons vandaag een keuze voor. Welke weg ga jij?

 

Het is voorbij!

‘Het is voorbij!’ zal men zeggen.

We zijn reddeloos verloren.

Ons erfdeel wordt verkwanseld,

het wordt ons ontnomen,

ons land onder afvalligen verdeeld.’ (Micha 2,4)

Als Feminae Pacis lezen we dit (kerkelijk) jaar volgens het leesrooster van het NBG.

De 1e zondag van de advent lezen we uit Micha 2, 1-5. We lezen hoe er een weeklacht wordt uitgesproken over de gewelddadige macht

hebbers. Een serieus begin dus! We mogen ons, ter voorbereiding op de komst van de Heer, bezinnen op hoe wij omgaan met onze macht of onmacht, hoe we omgaan met wat en wie er aan onze zorg is toevertrouwd. Er wordt ons aangezegd: het is voorbij!

Met de komst van Gods Zoon in onze wereld is het gedaan met de macht van de wetteloze, met de macht van de tiran, met de macht van de misbruiker van macht.

Het is voorbij, zal met de komst van de Mensenzoon, ook opgaan voor de slachtoffers van machtsmisbruik, de vertrapten en misbruikten. Voor hen is de redding nabij: gedaan zal het zijn met het onrecht waar jullie onder gebukt gaan.

Maar wee degene die zijn macht misbruikt… en waar sta ik?

Het is nog niet te laat. Kom tot inkeer! Een Redder is ons aangezegd!

 

Een koppig godsgeschenk

Vandaag gedenkt de R.K. Kerk de marteldood van de Johannes de Doper. In de ochtendviering zongen wij het lied ‘Een engel roept de oude man‘, een tekst van Andries Govaart bij Johannes de Doper. Het refrein:

Johannes is zijn naam,
Gods rijk kondigt hij aan,
hij wijst een nieuw bestaan,
een koppig geschenk.

Deze tekst nodigde mij uit om te mijmeren. Herodes heeft Johannes gevangen laten nemen en hij heeft hem laten onthoofden. We hebben het verhaal gelezen uit het evangelie volgens Marcus 6, 17-29. De vertelling over de marteldood van Johannes de Doper heeft Marcus tussen de zending en de terugkeer van de leerlingen geplaatst. Marcus maakt zo duidelijk: de weg van de navolging van Jezus kan je de kop kosten! Wie Hem wil navolgen in de verkondiging van het Rijk Gods, moet ook bereid zijn zijn leven te geven, zoals de Heer zelf dat gedaan heeft. Inderdaad in alle opzichten een koppig geschenk! Al mijmerend dacht ik: koppige mensen, daar wordt doorgaans niet zo positief naar gekeken. Maar vraagt de weg van het evangelie niet een bepaalde koppigheid, een trouwe hardnekkige volharding?

Een speelbal wordt hij in de dans
van vrees en wraak en tweedracht.
Dood door het zwaard, zijn hoofd de prijs,
begraven met een weeklacht.
Een rechte mens, van geest vervuld,
die Gods woord wel moet spreken;
tot op vandaag verwijst hij ons
naar Jezus’ levensteken.
Johannes is zijn naam,
Gods rijk kondigt hij aan,
hij wijst een nieuw bestaan,
een koppig geschenk.

God zegen uw Kerk met koppige mensen
trouw aan U, volhardend een antwoord levend
op Uw roep, door U gezonden. Amen.

Om te beminnen!

Vanmorgen kwam de 1e lezing uit Deuteronomium: ‘Jahweh, uw God, is de God der goden en de Heer der heren: de grote, sterke en ontzagwekkende God, die geen aanzien des persoons kent, en geen geschenken aanvaardt.Hij verschaft recht aan wees en weduwe, Hij bemint den vreemdeling, zodat Hij hem voedsel en kleding verschaft.Bemint dus den vreemdeling; want zelf waart gij vreemdeling in het land van Egypte.’ (Deut. 10, 17-19)

De vreemdeling beminnen is een van de dingen waartoe God zelf ons oproept. En ik heb gebeden voor de vluchtelingen en vreemdelingen in onze tijd. Dat zij liefdevol worden opgevangen.

Vanmiddag las ik in het Nederlands dagblad: Reddingsboot is niet welkom

Hoe ver staan we af van het koninkrijk Gods, dat rijk waar God regeert?! Vaak wordt God daar op aangekeken. Hoe kan er een God zijn als de wereld zo’n puinhoop is?

Aan Hem zal het niet liggen. Maar zijn wij bereid om handen en voeten te geven aan de komst van Gods koninkrijk? Bemint dus de vreemdeling en doe wat God ons vraagt!

Doe dat en je zult leven!

‘Je toont God je gehoorzaamheid door de geboden te volbrengen die in de Wet staan opgeschreven en door met hart en ziel Hem toe te behoren. En de geboden die Ik jou vandaag geef zijn niet te zwaar, ze liggen niet buiten je bereik, zijn niet onbereikbaar ver. Nee, die geboden zijn heel dichtbij, je kunt ze je eigen maken, je kunt ze volbrengen!’ (vrij naar Deut. 30, 10 – 14)

help-1019912_1920

Met bovenstaande woorden (vanuit de eerste lezing van vandaag) luisterde ik vanmorgen naar de evangelielezing, het bekende verhaal van de barmhartige samaritaan (Lc. 10, 25-37) als antwoord op de vraag van de wetgeleerde aan Jezus: ‘Meester wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ ‘Wat lees je in de Wet?’ vraagt Jezus. En de wetgeleerde antwoordde: ‘Heb de Heer, je God, lief met heel je hart en met heel je ziel en met heel je kracht, en je naaste als jezelf.’ De wetgeleerde geeft het goede antwoord. ‘Doe dat en je zult leven!’ Maar de wetgeleerde wil zichzelf rechtvaardigen en vraagt dan: ‘Wie is mijn naaste?’ En dan volgt de bekende parabel waarin de priester en de leviet de gewonde man als dood laten liggen en er met een boog om heen lopen en de samaritaan medelijden krijgt en de zorg voor de gewonde man op zich neemt.

Zo dichtbij als die gewonde man, zo dichtbij is het Woord dat God dat concreet op ons af komt. ‘Doe dat en je zult leven!’ Ik moet spontaan aan Carola Rackete denken, de kapitein van de Sea Watch 3, die gevangen is genomen omdat zij vluchtelingen, mensenlevens, heeft gered. In wat voor een wereld leven wij, waar overheden onderzoeken of het mogelijk is het redden van migranten op zee strafbaar te stellen, en waar de meerderheid zwijgt als dit gebeurt? Doen wij dan niet hetzelfde als die priester en die lieviet?

Zo dichtbij is dat Woord van God dus, ook vandaag. ‘Doe dat en je zult leven!’

Tot lof van God!