God is niet voor niets mens geworden

De lezing uit Jesaja 2, 1-5 op deze eerste maandag van de Advent laat mij mijmeren…

Advent: uitzien naar Gods Rijk van licht en vrede; dromen met open ogen zoals Jesaja doet. ‘Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is.

Kerstmis: Christus de Zoon van God werd Mensenzoon; Zoon van God en Zoon van mensen. Zo is God mens geworden en onder ons gekomen.

Nakomelingen van Jakob, kom mee, laten wij leven in het licht van de Heer.’ Laat ons gaan en leven in het licht van Christus. God is niet voor niets mens geworden!

Clara spoort mij aan

Vandaag heb ik mij laten aansporen door de woorden van de heilige Clara in haar geestelijke Testament. Het Testament opent in de naam van de Heer en sluit af met de wens dat er door de zusters naar deze woorden geleefd zal worden. Het Testament tussen opening en afsluiting, gaat over de ontvangen roeping en zending van de zusters. Deze staan in het teken van de navolging van Christus, het evangelische leven waarin broeder Franciscus een groot voorbeeld is. En Clara spitst dit leefmodel toe op de onderhouding van de heilige armoede.

Clara omschrijft de zending van de zusters als: Model, spiegel en voorbeeld zijn voor anderen en voor elkaar. Dat evangelische leven in armoede moet dus zichtbaar worden in ons concrete leven. Hoe anders zouden wij tot model, tot voorbeeld en spiegel kunnen zijn? Clara spoort mij aan die weg te gaan. Maar hoe doe ik dat in deze tijd en op de concrete plek waar ik leef? Om te beginnen doe ik dat met vallen en opstaan! Een leven in eenvoud is bepaald niet eenvoudig, en een leven in armoede is verre van eenvoudig. In het clarissenklooster was het vooral het niet hebben van een eigen rekening en het moeten vragen van wat ik nodig had. Na mijn uittrede heb ik eigenlijk pas echt ervaren wat het is om arm te leven, en voor je levensonderhoud afhankelijk te zijn van anderen. Ik kan ondertussen in mijn eigen levensonderhoud voorzien en het daarin niet meer afhankelijk zijn van familie en vrienden ervaar ik als een groot goed. Tegelijkertijd wil ik als zuster van de Feminae Pacis en Dochter van Clara niet meer hebben dan dat ik nodig heb en niet luxer leven dan iemand met een minimum inkomen. Dat laatste is best een opgave en lukt mij vaker niet dan wel. En ik realiseer mij ook dat ik een financiéle reserve hebt, die iemand met een bijstandsuitkering niet heeft. Ik realiseer mij ook dat die reserve mij de ruimte geeft om naast mijn werk ook tijd voor God te hebben en tijd voor mensen die hulp nodig hebben. Het blijft dus lastig dat leven in armoede!

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is clara-12_met-kruis-sd.jpg

Clara spreekt doorgaans over heilige armoede, of de armoede van Christus. Het is een armoede die verwijst naar Jezus, naar de weg van de navolging van Christus. De heilige armoede roept op tot een leven waarin we de arme en minste mensen in de ogen kunnen zien en waarin ons werken en leven gericht zijn op de medemensen die aan de onderkant van onze samenleving staan, soms zelfs daarbuiten. Clara spoort mij aan om deze mensen te zien en te ondersteunen waar ik dat kan, op de concrete plek waar ik leef. Alleen zo kan het dat je voor mensen een spiegel bent. Alleen zo kan het dat mensen in en door jou iets van God zien.

Hanneke en ik wonen nu enkele jaren in Delft als Feminae Pacis. In onze contacten met de buurt staat God in ons spreken niet voorop. En toch vragen ze regelmatig: zijn jullie van de kerk of zo? Mensen durven ons aan te spreken en dan komen soms heel waardevolle dingen ter sprake en kunnen we laagdrempelig van waarde zijn. Deze laagdrempeligheid vraagt dat we ons niet boven de ander verheffen. Ik vermoed zomaar dat die levensvorm van de heilige armoede daar voor nodig is. Het begin is er en ik dank de heilige Clara die in haar Testament ook voor mij bidt: dat de Heer zelf, die het goede begin heeft gegeven, de groei zal geven en ook de uiteindelijke volharding. Amen.

Uw wil te doen is mijn vreugde!

Vandaag is voor mij een bijzondere dag. In 1999 zette ik op deze dag, geroepen door de Heer, de stap om in te treden bij de clarissen, in 2000 gevolgd door de opname in de orde. Na 20 jaar had ik opnieuw een roepingservaring. Gaandeweg werd duidelijk dat de ruimte van de orde niet langer paste bij mijn roeping en dat ik verder moest. Mijn leven in de voetsporen van Jezus, geinspireerd door Clara en Francicus van Assisi, gaat nu verder als Feminae Pacis.

Nu 22 jaar na die eerste stap zeg ik weer: ja, Heer, hier ben ik. Uw wil te doen is mijn vreugde!
De lezingen van vanmorgen raakte mij: het evangelieverhaal van de gedaanteverandering van Jezus op de berg (Tabor) en daarbij gekozen de voor mij belangrijke lezing uit Deuteronomium 6:

‘Luister, Israël: de Heer, onze God, de Heer is de enige! Heb daarom de Heer lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten. Houd de geboden die ik u vandaag geef steeds in gedachten. Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg, als u naar bed gaat en als u opstaat. Draag ze als een teken om uw arm en als een band op uw voorhoofd. Schrijf ze op de deurposten van uw huis en op de poorten van de stad.’ (Dt. 6, 4-9)

In het Taborverhaal (Mc. 9, 2-10) horen we de Stem van God uit de wolk zeggen: ‘Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luistert naar Hem.‘ Dit luisteren verbind ik met het Sjema gebed uit Deuternomium 6. Dit luisteren heeft mij 22 jaar geleden die stap doen zetten, en de stappen die daar op volgden. Ik ga mijn weg met God en dat geeft mij de vreugde die geen mens mij geven kan. Niet dat het altijd gemakkelijk is, nee zeker niet. Maar ik kan niet anders. En er zijn gelukkig tochtgenoten op mijn weg, ik hoef niet alleen te gaan.

Gaan waarheen Hij mij wijst
soms niet wetend hoe
door diepe duisternis
in stralend licht
soms alleen
maar nooit lang
tochtgenoten
soms veel
soms weinig
maar altijd wel 1
Gaan waarheen Hij mij wijst
soms niet wetend hoe
maar dat is niet erg
God kent de weg
en Hij wijst mij waar te gaan.
Tot lof van God
en tot zegen van mensen.
Het is mij een vreugde!

Mijn leven: wat een wonder!

Vanmorgen in de eucharistieviering, op het Hoogfeest van de geboorte van Johannes de Doper, klonk als refrein voor de tussenzang naar psalm 139: Ik dank U, Heer, voor de vorming van mijn leven. Het raake mij diep. Halverwege werd mij duidelijk dat het was: Ik dank U, Hee,r voor het wonder van mijn leven. Ook mooi, maar voor mij was de toon gezet.

Ik dank U, Heer voor de vorming van mijn leven. Zoals ik gevormd ben in de schoot van mijn moeder en gevormd ben in en door het leven. En ja, daar ben ik dankbaar voor. Op bergtoppen soms, en ook door diepe dalen ben ik gegaan en dat zal naar de toekomst toe wel zo blijven denk ik dan. Of ik nu op de bergtop zit, in het dal of ergens op de vlakte, het leven was nooit zonder God – Hij was er bij, ook als ik dit achteraf pas kon zien. De afgelopen jaren waren niet gemakkelijk maar ook toen: Hij was er bij en gaf mij ook de mensen die ik nodig had. Ik ben dankbaar voor mijn leven en voor de vorming van mijn leven.

En als ik hier dan bij stilsta, zoals vandaag, dan verwonder ik mij over de grootheid en trouw van God: Ik dank U, Heer, voor het wonder van mijn leven, hoe U mij gevormd heeft door uw trouw, uw Woord en door de mensen die U mij onderweg gegeven hebt.

En nu begint het spontaan in mij te zingen:

Hoe wonderlijk mooi is uw eeuwige Naam. 
Verborgen aanwezig deelt U mijn bestaan.
Waar ik ben, bent U: wat een kostbaar geheim.
Uw naam is ‘Ik ben’ en ‘Ik zal er zijn’.

Een boog in de wolken als teken van trouw,
staat boven mijn leven, zegt: Ik ben bij jou!
In tijden van vreugde, maar ook van verdriet,
ben ik bij U veilig, U die mij ziet.

De toekomst is zeker, ja eindeloos goed.
Als ik eens moet sterven, als ik U ontmoet:
dan droogt U mijn tranen, U noemt zelfs mijn naam.
U blijft bij mij Jezus, laat mij niet gaan.

‘Ik ben die Ik ben’ is uw eeuwige naam.
Onnoembaar aanwezig deelt U mijn bestaan.
Hoe adembenemend, ontroerend dichtbij:
uw naam is ‘Ik ben’, en ‘Ik zal er zijn’.

O Naam aller namen, aan U alle eer.
Niets kan mij ooit scheiden van Jezus mijn Heer:
Geen dood en geen leven, geen moeite of pijn.
Ik zal eeuwig zingen, dicht bij U zijn.

Tekst: Hans Maat
Muziek: Kinga Bán en Adrian Roest
© 2013 Stichting Sela Music

Wees niet bang om te gaan

Campagneposter roepingenzondag 2021

Bovenstaande afbeelding is van de campagnefoto voor roepingenzondag. Vorige week kwam deze mij onder ogen en ik heb er met een aantal mensen uit mijn omgeving over gesproken. Wat roept het beeld bij je op? Wat zegt deze poster jou? Voordat ik daar verder iets over deel wil ik je vragen om zelf het beeld op je te laten inwerken en te registreren wat het jou zegt, wat het bij jou oproept.

Toen de poster mij onder ogen kwam was mijn eerste gevoel bevreemding. De bevreemding maakte dat ik verder keek. Ik zag een toerist, een voorbijganger met een rugzak en een drinkfles, een man in een een korte broek. Maar wat mij vooral bevreemde: een lege kale kerk, zonder mensen. Hoe langer ik er naar keek en kijk hoe vreemder ik het beeld ga vinden. Wat is een kerk zonder mensen? En wat zegt dit – het gaat om roepingenzondag – over het priesterschap of het broeder of zuster zijn? Geroepen zijn is toch door God en voor de mensen? Dat wij op aarde handen en voeten geven aan zijn rijk?

Deze roepingenzondag wordt ook wel de zondag van de goede herder genoemd, naar de lezing van de dag uit Johannes 10 (11-18). De goede herder kent zijn schapen en geeft zijn leven voor de schapen. Jezus is de goede herder en in Zijn naam zijn er herder in de Kerk, in de kerken en daarbuiten, die worden uitgezonden om hun leven te geven voor de mensen. Die lege kerk, een kerk zonder schapen – wat een treurnis. Dáár heb je volgens mij als herder niet zoveel meer te zoeken. Jezus ging op zoek naar de schapen en als herder zijn wij geroepen om als Jezus op zoek te gaan naar de mensen om in Gods Naam hen te leren kennen en ons leven voor hen te geven. De poster zegt niet bang te zijn en dichterbij te komen. Ik zou zeggen: Wees niet bang er op uit te gaan en wees er voor de mensen in Mijn Naam.

Vanmorgen zongen we in onze viering het lied: ‘Wil je opstaan en Mij volgen als Ik noem je naam?’ Dit lied spreekt mij aan in mijn roeping als zuster en dochter van Clara.

God ziet jou en mij en vraagt of wij onze gaven velerlei willen inzetten en dat wij daarbij hart hebben voor de mensen. Hij roept ons om Zijn beeld uit te dragen in de wereld. Het laatste couplet is mijn antwoord: Heer van liefde en van licht, vervul mij met uw Geest. Laat mij zijn op U gericht, en maak mij onbevreesd. Dat ik in uw voetspoor ga, uw ontferming achterna, en met lijf en ziel besta in U en Gij in mij.

Ik kan het niet zonder Zijn Geest. En Zijn weg gaan vraagt dat ik onbevreesd ben, dat ik niet bang bent in Zijn naam te spreken, ook – en misschien wel juist daar – waar anderen niet willen en kunnen horen omdat het zo haaks staat op hoe zij leven. Ik hoef daarbij niemand te overtuigen. Getuigen is genoeg, Zijn beeld uitdragen in de wereld en Liefde zijn waar liefdeloosheid heerst: in het verborgen en op ongewisse wegen. Laten we gaan!

Het is volbracht!

De 400 pagina’s van Tom Wright’s ‘Goede Vrijdag, de dag dat de revolutie begon’ zijn gelezen; het is volbracht. Maar vooral gaat de titel over wat Jezus heeft volbracht aan het kruishout. Dat lastige kruis, waar we vaak snel overheen gaan om het over Pasen te hebben, dat lastige kruis is de Plek waarop het volbracht wordt door Jezus Messias. Pasen is de eerste vrucht van Goede Vrijdag.

Wat is er nu eigenlijk volbracht op Goede Vrijdag? Jezus geeft als Messias van Israël, plaatsvervangend voor heel het volk, zijn leven. Zijn zelfopofferende liefde is de nieuwe macht die op de wereld wordt losgelaten. De Bijbel spreekt over Jezus dood ‘overeenkomstig de Schriften‘ en ‘ter vergeving van zonden‘. Binnen het hele verhaal van Israël krijgt het kruis zijn betekenis. De zonde is waar wij niet God aanbidden, maar afgoden – krachten en machten binnen de schepping zelf. Het doel van de zondenvergeving is dat mensen weer in staat zijn volledig beeld-dragende mensen in Gods wereld te zijn. De verbondsvernieuwing die aan het Kruis is volbracht herstelt ons en verzoent ons met God. In de Schriften lezen we ook dat de Messias aan het kruis gestorven is voor allen. Iedereen is vrij om tot Hem te komen.

Wij zijn bevrijd om datgene te zijn waarvoor we gemaakt zijn en het beeld van God te weerspiegelen, vooruitlopend op het moment dat God het werk voltooit en alles nieuw maakt. Alles wat er nodig is om te behoren tot die nieuwe schepping is dat wij ons afwenden van de afgoden waarvan de macht al gebroken is, en ons aansluiten bij het vieren van Jezus’ overwinning. Wright wijst op het opstanding en vergeving als karakteristieke kenmerken van de nieuwe schepping. De nieuwe manier van mens-zijn die met de kruisdood van start is gegaan begint met vergeving: Gods vergeving voor hen die zich afwenden van hun verslagen afgoden; en de vergeving die Jezus’ volgelingen in zijn naam en door zijn Geest aanbieden aan ieder die hun onrecht aandoet. Het evangelie van Jezus Messias is een oproep om te geloven dat de macht van de zelfgevende liefde, onthuld aan het kruis, echt is. Wright benadrukt dat de missie van de christenen kruisvormig is. We zullen ons eigen kruis moeten opnemen om Hem te volgen. Dat vraagt zelfverloochening en dat wij machthebbers de waarheid durven zeggen, vooral daar waar mensen geen enkele macht hebben. Zelfgevende liefde zal altijd lijden. De machten, hoewel verslagen, weten nog altijd miljoenen mensen te knechten. Als christenen zijn wij geroepen hierin te spreken en handelen als God, als beeld-dragers van Gods liefde, zoals die ons geopenbaard is aan het kruis.

Zalig pasen!

Zuster Marianne

Geroepen om werkelijk mens te zijn

Wright noemt een aantal vergissingen die zijn inziens de theorie over het kruis ten nadele hebben beïnvloed. De eerste vergissing: de aanname dat de mens hulp nodig heeft ‘om naar de hemel te gaan’. In het nieuwe testament lezen we over Gods voornemen ‘om alles in de hemel en op aarde onder één hoofd te brengen’, namelijk de Messias. Het doel is niet de hemel, maar een vernieuwde roeping binnen Gods vernieuwde schepping.

De Bijbel biedt geen werkcontract (een moraalcode waaraan wij ons te houden hebben en waar overtreding bestraft wordt met de dood), maar een roepingsverbond: de roeping om werkelijk mens te zijn, met echt menselijke taken die tot het doel van de Schepper met zijn wereld behoren. De voornaamste taak: ‘beelddragen’ als rentmeesters van de schepping. Moraal is belangrijk, maar is niet het hele verhaal. Mensen zijn geroepen tot verantwoordelijkheid en gezag binnen en over de schepping, maar ze hebben hun roeping ondersteboven gekeerd door hun aanbidding en aanhankelijkheid aan krachten en machten binnen de schepping zelf te geven. Dit noemen we afgodendienst. Het gevolg is verslaving en tenslotte de dood.

De dood van Jezus verzoent mensen met God en brengt vernieuwing van hun menselijke roeping. Zonde is dat mensen falen in hun roeping met alle gevolgen vaan dien. Het probleem is niet dat mensen zich misdragen en straf moeten krijgen. Het probleem is dat hun afgoderij, die tot uiting komt in de zonde, heeft geresulteerd in slavernij voor henzelf en de hele schepping. De dood is het intrinsieke gevolg van de zonde, niet een willekeurige strafmaatregel.

Tot zover Tom Wright in Goede Vrijdag, de dag dat de revolutie begon, (Franeker 2016)

Wat mij raakt in het verhaal van Wright is dat hij spreekt over een roepingsverbond, en over de roeping van de mens om beelddrager te zijn, het beeld van God op aarde te leven. Het haalt de angel voor mij uit de meer gebruikelijke christelijke uitleg met een meer moralistische insteek en een hemel voor ‘goede’ mensen en een hel voor de ‘kwade’ mensen. De zonde zit in ons allemaal en het gaat daarbij niet om wat we hebben op te biechten aan dingen die we hebben misdaan, het gaat om de afgoderij – dat we niet op God vertrouwen maar op krachten of machten binnen de schepping zelf. Op het moment dat we ons daarvan afkeren en ons weer laten leiden door God, verliest de zonde zijn kracht en macht.

Waar Clara van Assisi haar zusters oproept dagelijks in de Spiegel te kijken, waarbij Christus zelf de spiegel is, dan raakt dat voor mij aan deze roepingsverbond en het beelddrager zijn.

Wat zijn mijn afgoden? Een goede vraag om in deze veertigdagentijd over na te denken. Dat mijn vasten daarop gericht mag zijn: dat ik mij onthoud van de dingen die voor mij een afgod zijn en mij toewend naar God, tot Hem die mij oproept om werkelijk mens te zijn,  beelddrager van God op aarde.

Tot lof van God. Amen

Nieuwe moed, telkens weer

Vanmorgen werd ik in de eucharistieviering geraakt door een vers uit Psalm 138:

‘Wanneer ik tot U riep, hebt Gij mij steeds verhoord, Gij hebt mij altijd nieuwe moed gegeven.’

Ja, nieuwe moed en telkens weer: nieuwe moed om door te gaan en te blijven vertrouwen op Gods weg met mij. Verwonderd en dankbaar hoe zo’n psalmvers dan ineens binnenkomt en je laat gewaarworden hoe trouw God met mij is meegegaan.

Hij was er bij, ook wanneer ik dat niet in de gaten had. Mensen hebben mij onverwacht en keihard laten vallen en hebben mij buitengesloten, maar God was er door alles heen bij en heeft mij, naast nieuwe moed, ook nieuwe mensen gegeven. En ik heb het aangedurfd, de moed gehad, om mensen te blijven vertrouwen. De meeste mensen zijn ook te vertrouwen!

Een levensweg lang
trouwe metgezel
roepende
en antwoord gevend
U met mij
en ik met U
mij moed gevend
telkens weer
nieuwe moed
om mijn weg met U te gaan
gisteren
heden
vandaag
Amen.

Worstelend met het kruis

Als zusters van de Feminae Pacis lezen we dit jaar in de veertigdagentijd het boek ‘Goede Vrijdag’ van Tom Wright. Deze blog is naar aanleiding van de inleidende hoofdstukken.

De inleiding van Tom Wright doet ons nadenken over het kruis en stelt vragen bij het waarom van het kruis. Heb jij iets met het kruis? En zo ja, wat? Het kruis heeft mij altijd geraakt. Op Goede Vrijdag heb ik menigmaal huilend bij het kruis gezeten, geraakt door het lijden van Jezus. Voor christenen is het dragen van een kruis iets gewoons, zo ook het ophangen van een kruis met of zonder corpus. De gruwelijkheid van dit moordwapen ontgaat ons daarbij. Wright beschrijft de gruwelijkheid en, al wist ik dat, het was toch goed om het mij te realiseren. Maar ook hoe de betekenis van het kruis door de geschiedenis heen is veranderd. Het kruis was, en is soms nog, voor mensen een symbool van angst vanwege de vervolging van joden en andersgelovigen door de christenen; of denk aan het misbruik van kinderen door priesters in onze recentere geschiedenis. Ook het beeld van God als een bloeddorstige tiran kan angst oproepen.

Wright neemt mij mee in een worsteling met het kruis, toen en nu. Wat is God voor een vader als hij zijn Zoon op zo’n gruwelijke wijze laat lijden? Had dat niet anders gekund? En hoezo heeft Jezus voor mijn zonden zo geleden? Persoonlijk heb ik daar altijd wel moeite mee en kan ik het moeilijk uitleggen. Ik praat dan meestal maar na wat ik daarover heb geleerd. Is de dood van Jezus een voorbeeld van hoe de God van de Bijbel geweld gebruikt om zijn doel te bereiken? En wat zegt dat dan over de rechtvaardiging van geweld gebruikt door christenen? Het kruis als overwinning van het kwaad en als openbaring van Gods liefde roept allerlei vragen op. En is het kwaad overwonnen? Het kwaad lijkt gewoon door te gaan.

Voordat Wright met zijn uitleg start, behandeld hij in vogelvlucht het kruis in de context van de eerste eeuw, de Grieks Romeinse wereld van de late oudheid. Deze wereld was er een van toorn en wapens. In de antieke wereld was kruisiging de manier om iemand te onteren en te doden. Het was het gruwelijkste lot dat een mens kon bedenken. De zweepslagen waren standaard en dienden om het slachtoffer te verzwakken en was onderdeel van de publieke vernedering. Midden in het gedicht in de Filippenzen-brief (Fil. 2, 8b) staat: ‘thanatou de staurou’ – ‘tot in de dood aan het kruis’. Het deel daarvoor is een afdaling. Jezus is dus afgedaald naar het diepste punt dat voor mensen bereikbaar was. De kruisiging was de ‘voorkeursdood’ voor slaven en opstandelingen.

De gedachte ‘sterven voor iemand anders’ was bekend vanuit de antieke heidense literatuur. In de Joodse wereld was deze gedachte onbekend. In de heidense literatuur stierven diegenen een roemvolle dood. De kruisdood was en is geen roemvolle dood.

Wright geeft in de loop van zijn boek een eigen uitleg. Het is één van de visies die er zijn. Zonder nu al de andere overboord te doen, wil ik ontdekken hoe de visie van Wright mij aanspreekt (of juist niet) en of daarin een (gedeeltelijk) antwoord komt op mijn vragen en worstelingen. Wright is een nieuwtestamenticus, die het nieuwe testament leest in het grote verhaal van het oude testament, en die zich in zijn uitleg baseert op de Schriften.

Hoe past het kruis in het brede verhaal van herschepping? In het Bijbelse model wordt het ware mens-zijn, drager van Gods-beeld, verhinderd door de zonde en de achterliggende afgoderij. Dat werkt hij verder uit in het volgende deel.

Veertigdagentijd 2021

Vandaag begint de veertigdagentijd. Als feminae pacis lezen we samen het boek ‘Goede Vrijdag, de dag dat de revolutie begon’ van Tom Wright. En in ons avondgebed lezen we het Bijbelboek Apocalyps of Openbaringen. In 2015 heb ik dat eerder gedaan en mijn blogs daarover kun je teruglezen of als pdf downloaden. 
Over de lezing van het boek van Tom Wright hoop ik regelmatig een blog te schrijven.
Voor nu wens ik al mijn volgers een gezegende en goede veertigdagentijd!