Verlangen, verblijven en volgen

Van morgen in de eucharistieviering werden we uitgenodigd om stil te staan bij 3 V’s: Verlangen, verblijven en volgen. Hieronder mijn mijmeringen hierbij:

Verlangen
Wat verlang je? In het evangelie (Johannes 1, 35-42) stelt Jezus zijn leerlingen deze vraag. Wat verlang je? Deze vraag wordt vaak in verband gebracht met roeping. Wat is je verlangen? Wat is je passie? Ik ben al enige tijd op weg als geroepene. Verlangen spreekt bij mij wel een rol, maar niet in de zin dat ik daarmee de koers bepaal. Het is mijn verlangen naar God die mij naar Hem toe trekt. Van die beweging uit kan ik het antwoord van de leerlingen op de vraag: Wat verlang je?, begrijpen. Waar houdt Gij U op? Waar verblijft U? Een vraag die voortkomt uit het verlangen bij God en bij Jezus Christus te zijn.

Verblijven
Waar verblijft U? Het antwoord van Jezus: Kom maar mee om het te zien! En de leerlingen lopen een dag met Jezus mee om het te zien. En als ze het gezien hebben is hun reactie: wij hebben de Messias, de Christus, gevonden.
Hoe doen wij dat vandaag, een dagje met Jezus meelopen? bij Hem verblijven? Ik vermoed dat het, afhankelijk van je roeping, op verschillende manieren kan. Voor mij is het lezen van de Bijbel belangrijk. In die Geschriften kom ik God en Christus op het spoor. Maar ik ontmoet Hem ook onder en in de mensen. Hij is niet op 1 plek, Hij is waar wij Hem vinden en dat kan eigenlijk overal zijn. Waar moet ik dan heen? Ik weet het niet. Maar Hij wel! Voor mij is het belangrijk om in de kerk te zijn en in de stilte om Hem te kunnen horen. Hij weet waar ik Hem vinden kan en zal mij dat ook zeggen.

Volgen
Deze derde V is eigenlijk de eerste en de laatste. In het evangelie van vandaag begint het met volgen. Op de aanwijzing van Johannes de doper, ‘Zie het Lam Gods.’, gingen de leerlingen Jezus achterna. Toen Jezus zag dat zij Hem volgden, vroeg Hij: Wat verlang je?
En dan kun je er alleen maar komen door Hem te volgen, met Hem op weg te gaan. En Hij zal je brengen waarheen je niet wilt gaan… en toch: kom en zie!

Wat is je verlangen? U bent mijn verlangen, Heer, bij U wil ik zijn.
Wat is je verlangen? Uw wil te doen, Heer, U achterna!

En God zegt ook vandaag: Kom maar, luister en zie!

Advertenties

Je nageslacht zal talrijk zijn; de belofte van God

God heeft mij geroepen. 20 jaar geleden heb ik die roep voor het eerst ingrijpend gehoord, zo ingrijpend dat het van mij vroeg alles achter te laten en een nieuw leven te beginnen in het klooster als claris. En na 20 jaar heb ik die Stem weer gehoord en herkend. En ook nu was het weer ingrijpend. Hij vroeg mij om als claris nieuwe wegen te gaan ontdekken. Een ingrijpend en pijnlijk gebeuren ook, zowel voor mij als voor mijn gemeenschap. En toch… ik kan niet anders dan gehoor geven aan die ingrijpende Stem.

De weg van je roeping gaan is geen gemakkelijke weg, geen roze wolk waarin je leven zich voltrekt. Het is een weg van vallen, toch weer opstaan, het niet meer zien zitten, toch weer doorgaan, de moed verliezen en toch blijven vertrouwen…

Op dit moment gaat het allemaal niet vanzelf op die weg van mijn roeping. Vanmiddag na de eucharistieviering was er aanbidding in de parochiekerk van Arnhem, waar ik nu kerk. In stilte zittend voor mijn Heer werd mij de tekst ingegeven: ‘Je nageslacht zal talrijk zijn.’ De belofte van God aan Abram! Ik moest glimlachen en zei zachtjes: dank U wel God. En ik voelde mij weer wat lichter, zag het weer zitten op die weg van mijn roeping.

Thuisgekomen heb ik het verhaal van de roeping van Abram gelezen (Genesis 12 t/m 15). Abram weet dat zijn vrouw onvruchtbaar is. Toch gelooft hij God en Abram vertrouwt op de belofte van een talrijk nageslacht en een land om te wonen. En het zal hem ook gegeven worden. Vers 6 uit Genesis 15 raakt mij: ‘Abram heeft de Heer geloofd en dat geloof is hem aangerekend als gerechtigheid.’  Het geloof van Abram was doorslaggevend. Het geloof alleen. En voor God is alles mogelijk.

Uw Stem was helder en klaar, God. Doe mij niet wanhopen waar ik de weg concreet niet zie. Doe mij, als Abram, vertrouwen op de belofte. En waar ik het niet zie: laat het mij Horen en Zien. De bekende woorden van de Moeder van de Heer komen in mij boven: ‘Mij geschiedde naar Uw woord.’  

Abram en Maria zijn mij tot voorbeeld. Wordt Abram niet de vader van alle gelovigen genoemd? En Maria de moeder van alle gelovigen? Dank U wel God. Dank U wel!

Jezus, licht in de duisternis

Jezus het licht van de wereld: Hij is de geboren Zoon van God, geboren in de Kerstnacht, Hij heeft voor ons geleefd, is voor ons gestorven aan het Kruis en God heeft Hem doen opstaan uit de dood: Jezus het licht van de wereld!

Bij het opwekkingslied 627 maakte ik de volgende video:

Jezus, Licht in de duisternis
Jezus, Vaders getuigenis
Jezus, Liefde die eeuwig is
Ik prijs U.

Jezus, weg die ik volgen moet
Jezus, waarheid volmaakt en goed
Jezus, leven in overvloed
Ik prijs u

Waar zou ik gaan , zonder U ?
Waarom bestaan zonder U ?
Jezus, mijn hoop en mijn kracht
U bent mijn Heer, U bent mijn heer !

Jezus, totdat ik bij U ben
Jezus, en u volkomen ken
Jezus, geef ik mijn hart en stem
En ik prijs U

Waar zou ik gaan, zonder U?
Waarom bestaan zonder U ?
Jezus, mijn hoop en mijn kracht ,
U bent mijn Heer, U bent mijn Heer !

Met de Bijbel op weg naar Kerstmis (22)

Met de dagelijkse lezingen uit de Bijbel ga ik op weg naar Kerstmis.
De lezingen van vandaag:

2 Samuël 7, 1-5.8b-11.16
De Heer tot Natan: ‘Zeg aan mijn dienaar David: zo spreekt de Heer: Gij wilt voor Mij een huis bouwen en Mij daarin laten wonen? Ik heb u uit de steppe gehaald om vorst te zijn over mijn volk Israël. Op al uw tochten heb Ik u bijgestaan en al uw vijanden heb Ik vernietigd. De Heer kondigt u aan dat Hij voor u een huis zal oprichten. Zo zal uw huis en uw koninklijke macht altijd stand houden; uw troon staat vast voor eeuwig.’

Psalm 89
Uw gunsten, Heer, wil ik bezingen.

Romeinen 16, 25-27
Aan Hem, de enige, alwijze God, zij de heerlijkheid door Jezus Christus in de eeuwen der eeuwen! Amen.

Lucas 1, 26-38
Maria zei: ‘mij geschiede naar uw woord.’ En de engel ging van haar heen.

In het 2e boek Samuël horen we hoe David voor God een huis wil bouwen. God woont in een tent, en ik in een groot paleis. Dat kan toch niet! En dan horen we hoe God via de profeet Natan spreekt.
Dat God in een tent woonde maakte  dat Hij zich verplaatsen kon en daar kon gaan met zijn volk waarheen zij moesten gaan. En op die reis heeft God zijn volk bijgestaan, Hij heeft goed voor hen gezorgd en hun vijanden vernietigd.
En God laat weten dat Hij voor Davids huis een huis zal oprichten, een huis dat zal staan voor eeuwig.

Psalm 89 zingt de Heer lof om de gunsten aan zijn volk verleend.

Paulus prijst God omwille van Jezus de Christus, in Wie God zich verheerlijkt heeft.

In de evangelielezing horen we hoe de engel aan Maria boodschapt dat zij de moeder zal worden van Gods liefste Kind. En Maria zegt: ‘mij geschiede naar uw woord.’ En zo geschiede het, naar het woord van de engel, maar meer nog naar het Woord van God. Wat mij de afgelopen weken in de lezingen trof is hoe de woorden uit het Oude Testament de geboorte van Jezus Christus aankondigen en hoe die twee Boeken inderdaad één Boek zijn, een prachtig Boek! Dit Woord van God is zo mooi en ik geloof dat het waar is.

Nog even terug naar de evangelielezing van vandaag. Wil jij moeder worden van Gods liefste Kind? Wil jij Jezus Christus dragen en uitdragen in de wereld? Dat Hij ook vandaag midden onder de mensen is?
In mijn kleine kapel staat een Mariabeeldje met een lege schoot, haar armen daar teder en koesterend omheen. Dat beeldje raakte mij vanmorgen. Ik hoop dat de dagen van voorbereiding ook mijn ‘schoot’ wat hebben leeg gemaakt, opdat de Heer kan komen, er werkelijk plaats voor Hem is.

Morgen is het Kerstmis. Met de Bijbel zijn we op weg gegaan naar deze dag en dit feest. Met de Bijbel ga ik verder, ook de kersttijd in. Ik zal dan niet dagelijks een blog schrijven maar wel met regelmaat.

Alle goeds en zegen en een gezegende Kersttijd!

Zr. Marianne

Met de Bijbel op weg naar Kerstmis (21)

Met de dagelijkse lezingen uit de Bijbel ga ik op weg naar Kerstmis.
De lezingen van vandaag:

Maleachi 3, 1-4.23-24
Zo spreekt de Heer God: ‘Ik zend mijn gezant voor Mij uit om voor Mij de weg te banen. En aanstonds treedt dan de Heer, naar wie gij verlangend uitziet, zijn heiligdom binnen. Maar wie kan de dag van zijn komst verdragen? Hij is als het vuur van de smelter, als het loog van de bleker. Ik zal u de profeet Elia zenden voordat de grote en schrikkelijke dag van de Heer komt.’

Psalm 25
De wegen van God zijn goed en betrouwbaar voor ieder die zijn verbond onderhoudt.

Lucas 1, 57-66
Voor Elisabeth brak het ogenblik aan dat zij moeder werd; zij schonk het leven aan een zoon. Bij de besnijdenis, acht dagen later, wilde men het kind naar zijn vader Zacharias noemen. Maar zijn moeder zei: ‘Nee, Johannes moet hij heten.’ Dit werd door Zacharias, schrijvend op een schrijftafeltje, bevestigt: ‘Johannes zal hij heten.’ Daarna werd zijn mond geopend en zijn tong losgemaakt en hij verkondigde Gods lof.

De profeet Maleachi is het boek waarmee het Oude Testament eindigt. Het is tegelijkertijd de brug naar het Nieuwe Testament. Maleachi kondigt de wederkomst van Elia aan, als een gezant die de weg voor de Heer zal banen. Jezus wijst Johannes de doper aan als de persoon waarin Elia is wedergekomen.

Met de geboorte van Johannes de doper en de komst van Jezus Messias, de lang verwachte Christus, breekt een nieuwe tijd aan. Maar wie kan de dag van zijn komst verdragen? Hij is als het vuur van de smelter, als het loog van de bleker. De komst van de Heer zal zuiverend zijn als vuur en als loog, maar ook brandend en bijtend voor de onzuiveren. De komst van de Heer is een grote dag, maar ook een schrikkelijke dag.  Maar de man of vrouw die trouw is aan God en zijn verbond, die hoeft niet te vrezen: De wegen van God zijn goed en betrouwbaar voor ieder die zijn verbond onderhoudt.

De geboorte van Johannes uit Zacharias en Elisabeth en zijn besnijdenis en naamgeving laten zien dat het niet zomaar om een geboorte gaat. Johannes is de wedergekomen Elia, de profeet van het Oude Verbond, die als profeet van het Nieuwe Verbond de weg baant voor de Komende: Jezus Christus, wiens geboorte wij met Kerstmis vieren.

Met de Bijbel op weg naar Kerstmis (20)

Met de dagelijkse lezingen uit de Bijbel ga ik op weg naar Kerstmis.
De lezingen van vandaag:

1 Samuël 1, 24-28
Hannah tegen de priester Eli: ‘Om deze jongen (Samuël) heb ik gebeden en de Heer heeft mij gegeven wat ik van Hem heb afgesmeekt. Daarom sta ik hem aan de Heer af.’

1 Samuël 2, 1-8 (tussenzang)
‘De rijken moeten hun brood gaan verdienen, die honger leed hoeft geen werk meer te doen. De Heer schenkt armoede evenals rijkdom, vernedering brengt Hij en verheffing.’

Lucas 1, 46-56
Maria zingt haar loflied: ‘Mijn hart prijst hoog de Heer. Van vreugde juicht mijn geest om God, mijn redder. Barmhartig is Hij, van geslacht tot geslacht voor hen die Hem vrezen. Hij toont de kracht van zijn zijn arm; die hongeren overlaat Hij met gaven, en rijken zendt Hij heen met lege handen.’

Het loflied van Hannah, de moeder van Samuël, en het loflied van Maria lijken op elkaar. Beiden bezingen, nadat zij op wonderbare wijze moeder zijn geworden, God lof om zijn werken. Hannah had aan God de belofte gedaan dat zij, mocht zij toch nog een kind baren, zij  haar kind voor de dienst aan Hem zou afstaan. Nu komt Hannah haar belofte na. Zij staat haar zoon af voor de dienst aan de Heer in de tempel. Haar zoon is een geschenk van God, daarvan is Hannah zich zeer bewust. Hannah heeft geen zoon genomen, zij heeft een zoon gekregen. En dat terwijl zij onvruchtbaar heette te zijn. Voor God is alles mogelijk, waar wij ons het leven niet toe-eigenen en erkennen dat alle leven van God komt. Hannah is mij daarin vandaag tot voorbeeld.

Het loflied van Hannah en het magnificat van Maria laten eenzelfde beweging zien: ‘De rijken moeten hun brood gaan verdienen, die honger leed hoeft geen werk meer te doen. De Heer schenkt armoede evenals rijkdom, vernedering brengt Hij en verheffing.’ Daar waar God regeert wordt recht gedaan en worden de rijken vernederd en de armen omhooggeheven. Barmhartig is Hij, van geslacht tot geslacht voor hen die Hem vrezen. Vrezen heeft hier niet zozeer de betekenis van angstig zijn, maar meer die van: ontzag hebben voor. De mensen die ontzag hebben voor God en dat uitleven, die zullen oog hebben voor de arme en vernederde mens, de vluchteling, hen die worden uitgebuit en/of uitgesloten. Zij hoeven niet angstig te zijn voor God en mogen vertrouwen op Zijn barmhartigheid. En het mag de vernederde en uitgestotenen moed geven: God zal hen redden en de plaats geven die hen toekomt!